Recessie houdt op bij deur badkamer

DEN HAAG, 5 MAART. De Nederlander baadt in weelde. Ondanks de zwakke conjunctuur stijgen de uitgaven aan luxueus badkamer- en ander sanitair.

Met de verkoop van baden, kranen, tegels en closets was vorig jaar (exclusief installatie) circa 950 miljoen gemoeid, zo'n 50 miljoen meer dan in 1992. Het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM), dat in opdracht van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel onderzoek uitvoerde, verwacht dat de omzet in luxe sanitair de komende jaren vijf tot tien procent blijft groeien.

Jaarlijks worden naar schatting in 200.000 eigen woningen badkamers en toiletten ingericht. Volgens het Hoofdbedrijfschap Detailhandel wil de consument steeds meer 'wooncomfort' en daarin past 'een hoogwaardige badkamercultuur'. Stonden de jaren zeventig en tachtig nadrukkelijk in het teken van de luxe inbouwkeuken, de jaren negentig lijken hèt decennium voor de luxueuze badkamer. Leveranciers spelen op de trend in door steeds meer bubbelbaden, stoomcabines, 'wandhangende closets' en 'meubeloplossingen' in hun assortiment op te nemen, al dan niet voorzien van elektronische snufjes.

Niet alleen particulieren willen luxueuzer en duurzamer sanitair, ook woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars tonen toenemende belangstelling. De omvang van deze zakelijke markt wordt geraamd op een half miljard gulden.

Uit het EIM-onderzoek blijkt dat consumenten bij (her)inrichting van de 'natte hoek' gemiddeld vijf- tot zesduizend gulden uitgeven aan sanitair. Mede wegens de lage hypotheekrente is de financiering ervan gemakkelijker geworden.

Steeds meer aanbieders van sanitair zoeken een hoger segment van de markt. De bouwmarkten, die zich nu nog vooral richten op goedkoop sanitair, zijn volgens het Hoofdbedrijfschap bezig hun assortiment op een hoogwaardiger niveau te brengen.

Particulieren kopen hun sanitair voor 55 procent in de circa 175 badkamerspeciaalzaken, de 50 badkamercentra en de 450 bouwmarkten die Nederland telt. De rest van het sanitair wordt verkocht door de handel in bouwmaterialen en de groothandel, doorgaans via installateurs.

Zijn conclusie: de school is eerder een 'broeinest' dan 'broedplaats' voor kleine criminaliteit, waartegen een schoolcultuur en ook preventie weinig vermag. Hoogstens kan de school zwaardere gevallen doorverwijzen. De socioloog: 'Bij de meesten gaat het vanzelf weer over als ze een jaar of 17 zijn en een vriendin krijgen.'