Oud-burgemeester Waal over de proteststemmen; 'Winst CD dwingt partijen tot vernieuwing'

ROTTERDAM, 5 MAART. Dat de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen hoger is uitgevallen dan verwacht, waardeert hij als “buitengewoon positief”. De grote winst van extreem rechts zal de traditionele partijen dwingen tot radicalere vernieuwing. De winst van lokale partijen moet niet louter als protest-verschijnsel worden afgedaan. Hun winst is juist “goed voor de herkenbaarheid van de politiek”.

De grote kladderadatsch van afgelopen woensdag heeft niet louter somberaars opgeleverd. Oud-burgemeester C. Waal, een kwart eeuw actief in het openbaar bestuur, doet niet mee met de treurzangers die in de nederlaag van de gevestigde politiek een slag voor de democratie zien. Waal is een prominent lid van de PvdA. Hij vertrok vorig jaar uit Deventer omdat hij vond dat de nationale politiek de lokale steeds meer overvleugelde.

Met een zeker genoegen constateert Waal - nu voorzitter van het college van bestuur van de Hogeschool Rotterdam - dat de lokale democratie terugslaat en de nationale politiek haar wonden likt. Ondanks alle retoriek over vernieuwing zijn de gevestigde partijen er veelal niet in geslaagd aansprekende politici in stelling te brengen. “En dat is juist waar het steeds meer om gaat”, zegt Waal. De politiek, dus ook de lokale, draait steeds meer om “personen en cultuur”. “Dat in Amsterdam de PvdA het relatief goed heeft gedaan komt niet omdat hun mensen zulke interessante denkbeelden hadden, maar meer doordat ze weer het gevoel uitdroegen van: wij zijn er voor de stad”, aldus Waal.

“Lokale leiders moeten een samenbindend element zijn in de samenleving. Partijpolitieke standpunten worden steeds minder belangrijk: de christen-democratische lantarenpaal ziet er niet anders uit dan de sociaal-democratische. Dat betekent niet, zoals de politicoloog Van Deth in jullie krant zei, dat de gemeenteraad kan verdwijnen. Maar wel dat in die raad meer personen zitten die teleurgestelde burgers opnieuw aan de politiek kunnen binden. Lokale partijen passen in die trend. Die brengen regelmatig politici naar voren waarin mensen zich herkennen. Ik moet bekennen dat ik veel positiever over die partijen ben gaan denken.”Waal vindt Hilversum een interessant voorbeeld. Oud-PvdA-senator Jan Nagel maakte woensdag van Leefbaar Hilversum in één klap de grootste partij van de Gooise gemeente. “Het is een serieuze club, en het zou me niet verbazen als ze het beter gaan doen dan de lokale politici van de nationale partijen daar. Toen ik in Deventer burgemeester was, zaten we in het kader van bestuurlijke vernieuwing samen met Hilversum in één experiment. Daar werd je niet vrolijk van. Hilversum werd niet goed bestuurd. Er was geen openheid. Bij datzelfde Hilversum zie je trouwens ook hoe star de nationale politiek reageert. Nagel moest vanwege zijn lokale activiteiten zijn PvdA-lidmaatschap opzeggen, hoewel hij landelijk de PvdA blijft steunen. Dat is te gek voor woorden. Lokale politici horen geen aftreksel te zijn van wat er landelijk gebeurt. Wat een benepen provincialisme!”

De gebruikelijke bezwaren die tegen lokale partijen worden ingebracht - teveel gericht op één belang, te weinig mensen met bestuurlijke ervaring - relativeert Waal sterk. “Alsof politici van nationale partijen die samenhang wel altijd bewaren. Bij hun heeft de verkokering flink toegeslagen. Zelf heb ik goede ervaringen met lokale partijen die je niet over één kam mag scheren. Het Deventer Belang doet nu voor de derde periode mee. Daar zie je mensen naar voren komen die best wat kunnen. Er zijn lokale partijen die een bestuurlijke traditie hebben. Ook zijn ze zich nu landelijk aan het organiseren om professioneler te worden en een netwerk te vormen.”

Ook de opkomst van extreem-rechts stemt Waal niet tot grote somberte. “Hun kiezers zijn absoluut niet allemaal racisten, maar vaak mensen die zich in de steek gelaten voelen. Het is nu eenmaal een belangrijke functie van verkiezingen zulk soort ongenoegen naar voren te brengen. Het prikkelt de traditionele partijen zich meer in de wereld van de burger in te leven. Interessant was dat ik op het stembureau in mijn woonplaats Leiden (waar Waal op een soort 'lijstduwers'-plaats stond voor de lokale PvdA, red.) mocht helpen stemmen tellen. Daar kwam ik stemformulieren tegen die ongeldig waren omdat ze helemaal rood waren gemaakt of dingen waren doorgekrast. Is dat geen ongenoegen? Mensen die onbeholpen, via een ongeldige stem, protesteren?”

De afgelopen vier jaar heeft de gevestigde politiek geprobeerd het contact met de ontevreden burger te verbeteren onder het motto 'sociale vernieuwing'. Politici trokken de wijken in voor 'koffiegesprekken'. Wijkposten werden opgezet om de straat schoon en de voetgangerstunnel goed verlicht te houden. Elke politieke partij had wel iets over vuil of veiligheid in het verkiezingsprogramma staan. Moet die opzet, gezien de goede score voor protestpartijen, nu als mislukt worden beschouwd?

Als verbetering van de dienstverlening geenszins, wel als poging tot politieke binding, vindt Waal. “Het heeft best resultaat gehad, maar de mensen zien dat niet iets dat dankzij de politiek tot stand is gebracht. Die vertaalslag maken ze niet. Maar dat hoeft ook niet. Ambtenaren en burgers kunnen best samen dingen aanpakken in een wijk. Voor het rechtleggen van een stoeptegel heb je echt geen raadslid nodig. Voor de politiek is dat niet relevant, is gebleken. Die moet zich meer bezighouden met haar klassieke taken zoals het verdelingsvraagstuk. Maar die zijn het lokaal bestuur afgepakt.”

    • Kees Versteegh