Negatieve publiciteit deed CD geen kwaad

ROTTERDAM, 5 MAART. Amsterdam was trots op zichzelf, Rotterdam schaamde zich. In de hoofstad haalden de Centrumdemocraten en CP'86 nog geen tien procent van de stemmen, in Rotterdam werd extreem-rechts met 13,7 procent de tweede stroming. De lijsttrekkers van de Coolsingel beloofden gisteren “diepgaand in debat te gaan” over de omgang met het nieuwe zesmansblok van extreem-rechtse raadsleden.

Maar de winst van extreem-rechts is in alle grote steden aanzienlijk; in Utrecht en Den Haag haalde CD en CP'86 elf procent. Ruim tweehonderduizend Nederlanders stemden woensdag ultra-rechts. In de noordelijke provincies was dit niet genoeg voor raadszetels, in Overijssel en Gelderland bleef de winst beperkt tot een zetel in Zwolle en Arnhem. De meeste van de 109 raadszetels behaalde extreem-rechts in de Randstad en Noord-Brabant.

Waar kwam de winst van extreem-rechts vandaan? In Amsterdam en Rotterdam is er geen duidelijk verband aan te tonen tussen het percentage buitenlanders in een wijk en de populariteit van CD en CP'86. De aanhang van extreem-rechts is ongelijk over de wijken verdeeld. Enkele wijken scoren rond de twintig procent, andere bleven onder de vijf procent. Maar in Amsterdam zijn de verschillen aanzienlijk groter dan in Rotterdam. Daar zijn er vrijwel geen wijken met zeer lage scores voor CD en CP'86, in Amsterdam wel degelijk. Kreeg extreem-rechts in Amsterdam nauwelijks een voet aan de grond in bijvoorbeeld de Grachtengordel, de Concertgebouwbuurt en de Apollolaan - minder dan drie procent - in de welvarende Rotterdamse deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek komt extreem-rechts nog altijd op 9,3 procent. Alleen in Hoek van Holland, een landelijk buitengewest van Rotterdam, blijft ultra-rechts steken op 2,1 procent. Scores van 15 procent en hoger komen daarentegen in beide steden voor. De hoogste scores haalden de extreem-rechtse partijen in de Rotterdamse deelgemeenten Feijenoord (19,9 procent), Charlois (17,2 procent), Overschie (16,9 procent) en IJsselmonde (16,1 procent) - voor het merendeel ten zuiden van de Nieuwe Maas. Afgezien van Feijenoord zijn het niet de deelgemeenten met de meeste buitenlandse bewoners. Charlois, Overschie en IJsselmonde tellen allemaal ongeveer dertig procent buitenlanders, Feijenoord 55. In de deelgemeenten met de hoogste percentages buitenlanders, zoals Delfshaven (62 procent), Centrum (51 procent), Noord (45 procent) en Kralingen/Crooswijk (42 procent) scoren CD en CP'86 ongeveer 12 procent.

In Amsterdam moeten de twee partijen het vooral hebben van Geuzenveld/Slotermeer (17,4 procent), Osdorp (15,0 procent), Bos en Lommer (14,9 procent) en Noord (14,9 procent). Geen van alle behoort tot de klassieke 'oude buurten', waarop landelijke politici meestal wijzen als ze het over de aanhang van extreem-rechts hebben. In die oude buurten, zoals Oost, de Pijp en Oud-West, komen CD en CP'86 samen niet verder dan een procent of zeven. Het electoraat zit vooral in de buurten die zijn gebouwd in de jaren twintig en dertig en in de naoorlogse wijken. In stadsdelen met veel buitenlanders, zoals Zuidoost (47 procent), Zeeburg (46 procent), en Oost (40 procent), scoort extreem-rechts laag.

Een theorie wil dat in wijken waar meer dan de helft van de inwoners buitenlanders zijn, de bewoners zich ermee 'verzoend hebben'. Buitenlanders wonen al langer in de wijk en de autochtonen die zich daaraan storen, zijn al naar de buitenwijken verhuist. Hun plaats is vooral ingenomen door jongeren. In de 'tweede ring', de naoorlogse wijken en wijken uit het Interbellum, zou dit proces nu aan de gang zijn.

Zo zijn de meest extreem-rechtse wijken in Amsterdam - Noord, Geuzenveld, Slotermeer en Osdorp - allen naoorlogse stadsuitbreiding. De stadsdelen zitten boven het stedelijk gemiddelde waar het de woonduur op hetzelfde adres betreft. Terwijl stadsdelen als Oost en de Pijp typische 'doorstroomwijken' zijn geworden, waar de bewoners zo'n vijf jaar op hetzelfde adres wonen, ligt dat tempo in Geuzenveld/Slotermeer nog altijd twee keer zo laag.

Toch neemt de behoefte om te vertrekken daar de laatste jaren sterk toe. Uit cijfers van het Amsterdamse bureau Onderzoek en Statistiek (O+S) blijkt dat de stadsdelen waar het meest op extreem rechts wordt gestemd, ook de stadsdelen zijn vanwaaruit de verhuizingen het sterkst zijn toegenomen sinds 1988.

De Leidse onderzoeker J. van Donselaar vermoedt daarnaast dat in Amsterdam de allochtonenstem “dempend op het totaal heeft gewerkt”. “Dat effect zag je bij de vorige verkiezingen al in de Bijlmermeer, waar de Centrumdemocraten relatief laag scoorden.” In Rotterdam stemde slechts 21,6 procent van de buitenlanders, tegen 31,2 procent in Amsterdam.

De Rotterdamse Centrumdemocraten wijten hun succes vooral aan hun 'gematigdheid'. De partij werd in de Rotterdamse raad niet vertegenwoordigd door een raadslid dat te vergelijken was met Frans Hofman, die in Amsterdam vooral opviel door vechtpartijen en openbare dronkenschap in de raadszaal. Ook omstreden kandidaten, zoals Richard van der Plas, onlangs gearresteerd op verdenking van het molesteren van de schrijver Adriaan Venema, ontbraken op de Rotterdamse lijst.

Anderszijds is het zeer de vraag in hoeverre negatieve publiciteit de kiezers ditmaal beïnvloed heeft. Onderzoeker Van Donselaar concludeert naar aanleiding van de raadsverkiezingen dat de “massieve golf publiciteit van de laatste maanden om het onfatsoen en het hoge nazi- en schurkengehalte van de Centrumdemocraten aan te tonen”, niet heeft gewerkt. In Rotterdam weerhield het feit dat CP'86 wordt geleid door Martijn Freling, een neo-nazi met een gevangenisverleden, 3,5 procent van de kiezers er niet van hun stem aan CP'86 te geven. De versplintering van ultra-rechts heeft de zetelwinst in sommige steden gedrukt. Zo haalde extreem-rechts bijna 11 procent van de stemmen in Utrecht, maar slechts 4 van de 45 zetels. In Utrecht moesten de Centrumdemocraten dan ook wedijveren met CP'86, met het Nederlands Blok van de CD-dissident Vreeswijk en met enkele andere ultra-rechtse splinters. In Amsterdam en Rotterdam speelde die verdeeldheid een minder grote rol. Partijleider Janmaat liet zich inschrijven als lijsttrekker in zowel Den Haag als Amsterdam om, naar eigen zeggen, “verwarring met CP'86 te voorkomen”. Dat lijkt te hebben gewerkt: in Den Haag groeide de CP'86 nauwelijks, in Amsterdam verdween zij uit de raad. Maar de grootste winst hebben de Centrumdemocraten in Rotterdam geboekt, met de onbekende lijsttrekker Wim van Ginneken.

Burgemeester Peper, op verkiezingsavond gevraagd waarom de PvdA in Amsterdam zoveel beter scoorde dan in Rotterdam, hield het erop dat de gevestigde partij in de hoofdstad een meer zelfbewuste indruk maakte. “In Rotterdam stond extreem-rechts centraal in de campagne, in Amsterdam draaide alles om de veronderstelde nek-aan-nek race tussen D66 en PvdA. De PvdA heeft daar een vrolijke, heldere, zelfbewuste campagne gevoerd.”