Mensen

Twee boeken over de vernietiging van de joden in Polen: Doodgewone mannen van Christopher R. Browning en Het opgedoken boek van Simcha Guterman.

Browning vraagt hoe het kan dat gewone Duitsers dergelijke wreedheden begingen. Je zegt niks nieuws als je zegt dat in iedereen wel iets gruwelijks huist. Maar hoe wordt dat gruwelijks geactiveerd?

Dit boek wijst vooral op de stelselmatige ontmenselijking van beoogde slachtoffers en wat dat betreft is het een rake illustratie van zichzelf. De joden die erin voorkomen zitten verborgen in de produktiecijfers van vuurpelotons: Józefów 1500, Lomazy 1700 enz. Daarbij ervaar je als lezer een ellendig onbehagen en ik denk dat dit te verklaren is uit het vreselijke besef dat je je makkelijker identificeert met mensen met een gezicht, al zijn het sadisten, dan met mensen zonder gezicht, al zijn het slachtoffers.

Bij Guterman ondergaan de joden geen beter lot, maar zij ondergaan het tenminste vanuit hun eigen perspectief, met al hun hebbelijk- en onhebbelijkheden, met verwachtingen en hoop, angst en woede. Nogmaals: dit is zeker zo gruwelijk, maar het zijn tenminste mensen met een gezicht.

Gutermans zoon vertelt in een nawoord dat zijn vader in augustus '44 deelnam aan de opstand van Warschau. Hij omhelsde zijn vrouw en zei: 'Als ik het overleef, ben ik met etenstijd thuis.'

Hij overleefde in zijn boek.

    • Koos van Zomeren