Hollands Dagboek

Ernst (Willem) Veen (47 jaar) is sinds 1981 directeur van de Nationale Stichting De Nieuwe Kerk aan de Dam te Amsterdam. Eind vorige maand verbleef hij in Beijing, China, ter voorbereiding van een tentoonstelling over de glorietijd van de Chinese beschaving. Veen is gehuwd en heeft een zoon van 15 jaar.

Woensdag 23 februari

Om 05.20 uur word ik gewekt en om 06.20 uur vertrekken wij naar het vliegveld. Bij het inchecken wacht mij een verrassing. Mijn visum voor de Volksrepubliek China, geldig tot 24 april 1994, blijkt slechts goed voor één bezoek. En die had ik al gebruikt bij mijn eerste reis naar China, 4 weken geleden. Een nieuw visum moet ik gaan regelen in Hongkong-stad. Het kost mij mijn geplande vlucht en een nieuw ticket. In plaats van 12.00 uur kom ik nu om 16.00 uur aan in Beijing. De eerste bespreking met mijn Chinese vrienden begint nu pas donderdagmorgen. Bij het binnenrijden van Beijing word je verwelkomd met grote borden, veelal in neon 'Beijing is waiting for you' of 'welcome to our overseas visitors'. Ik logeer opnieuw in het oude grote staatshotel Beijing, vlakbij het Tiananmen Plein (het Plein van de Hemelse Vrede) en bij de Verboden Stad.

's Avonds nodig ik Willen van Kemenade, correspondent van deze krant en zijn vrouw Phoenix Chang uit om samen te eten. Vlakbij hun huis is een voortreffelijk restaurant. We praten over het China van nu en over Jung Changs China, beschreven in het boek Wilde Zwanen. Zowel mijn reisgenoot John Vrieze, hoofd tentoonstellingen van de Nieuwe Kerk, als ik lezen op het ogenblik dit boek. Je kan haast niet geloven dat wat daarin beschreven wordt, bijvoorbeeld de episode over de Culturele Revolutie, zo kort geleden heeft plaatsgevonden. Deze zelfde samenleving werkt nu energiek en dynamisch aan een toekomst, gericht op het Westen. Er wordt gebouwd. Woonflats, kantoren, moderne wegen worden er met grote vaart gerealiseerd. Het lijkt of China in korte tijd de kapitalistische landen als de Verenigde Staten, Japan en West-Europa wil inhalen.

Met Willem en Phoenix praten we ook over onze plannen met China in de Nieuwe Kerk. Naast de grote tentoonstelling en een catalogus, willen wij ook een magazine uitgeven over China. Een blad dat een breed beeld moet schetsen over het China van vandaag. Een unieke gelegenheid om een groot publiek te informeren over dit enorme land met meer dan 1100 miljoen inwoners, waar wij zo weinig van weten.

Terug in het hotel ligt een fax uit Amsterdam met de laatste bezoekersaantallen van de Scythen-tentoonstelling: t/m 22 februari 75.000 bezoekers (nog 6 weken te gaan). En over het verkiezingsprojekt Binnenhof Binnenste Buiten in de Nieuwe Kerk. Hans van Mierlo heeft toegezegd aanwezig te zijn op 20 april. Op 21 maart komt Wim Kok, 28 maart Elco Brinkman, 18 april Ina Brouwers en nu nog een datum voor Bolkestein, denk ik. En ik val tevreden in slaap.

Donderdag

Om negen uur worden Vrieze en ik opgehaald per auto voor onze eerste bespreking op het bureau van China Cultural Relics Promotion Centre, in de Verboden Stad. Stelt u zich voor, kantoor houden binnen de muren van, volgens mij, één van de mooiste architectonische monumenten van de wereld. De symmetrie, de kleuren, de elegantie, het is van een unieke schoonheid. De enige auto's die mogen rijden over het plein van de Hal van de Opperste Harmonie zijn van degenen die hier werken. Verder loopt en fietst men. Bij het verlaten van de Verboden Stad via één van de 4 poorten valt het op dat iedere fietser gedisciplineerd inhoudt en een voet plaatst op de grond en daarna verder fietst. De wacht kan zo iedere fietser goed observeren.

Het is een hartelijk weerzien, we vergaderen in een mooie ruimte waar de fauteuils en banken, allen met een kanten kleedje over de leuning, langs de muren van het vertrek zijn opgesteld. De Chinese delegatie bestaat uit zes personen. De leider, mr. Song Beishang - deputy director - spreekt redelijk Engels, alle anderen, de director exhibitions, curatoren, director communications (zo staat het op haar kaartje), een mevrouw die tijdens de bespreking wel tien kopjes thee inschenkt, spreken alleen Chinees. Centraal tijdens deze bespreking staat het plan om in Amsterdam een grote tentoonstelling te tonen van het Grote Bronzen Tijdperk van China van de Shang dynastie tot de Han dynastie - van de 16de eeuw voor Chr. tot de derde eeuw na Chr.

Bij mijn bespreking van een maand geleden was afgesproken dat zij met een voorstel zouden komen, gebaseerd op het concept van een tentoonstelling, eerder gehouden in het Metropolitan Museum in New York. Maar nu met de meest recente vondsten. Dit Cultural Relics bureau stelt tentoonstellingen samen met bruiklenen van verschillende musea in het land. In zo'n geval heeft de bruikleennemer dus geen rechtstreeks contact met de bruikleengever. Ook bij mijn bezoek, was overeenstemming bereikt binnen welke financiële voorwaarden gewerkt kan worden. Via foto's en beschrijvingen van de objecten krijgen John en ik een indruk van hun voorstel. Opnieuw blijkt dat de Chinezen de handelsgeest niet vreemd is. Zij komen met hogere, voor Nederlandse begrippen, onrealistische eisen. Ik realiseer me: dat wordt vandaag en morgen hard werken! Hun argumentatie is dat de afzonderlijke bruikleengevers elk een hogere vergoeding eisen. Zo rustig mogelijk leg ik uit dat de bezoekersaantallen, die in Amerika en Japan wel bereikt worden, voor ons in Nederland onhaalbaar zijn. Niettemin mogen er geen concessies worden gedaan aan de kwaliteit. Een zgn. B-categorie-object is goedkoper dan een A-categorie. Maar wij streven naar een tentoonstelling van topstukken.

Ondertussen bekijkt Vrieze de foto's grondig en vraagt de curator welk stuk de categorie A heeft en welke B. Ik vervolg en herhaal dat deze tentoonstelling het begin kan zijn van een langere samenwerking tussen de Nieuwe Kerk en het Chinese Cultural Relics Promotion Centre. Uiteindelijk komen zij ons voor één deel tegemoet met nieuwe financiële voorwaarden. We gaan de goede richting op, denk ik tevreden.

Om 13.00 uur stoppen wij de besprekingen en worden uitgenodigd om samen met hen in de stad te gaan lunchen. Tot onze verrassing eten wij iets dat wij niet kennen en zelf niet gauw zouden hebben besteld: kwallen. Heerlijk! Men heeft de gewoonte om alleen 's ochtends te vergaderen. In de middag neem ik John mee voor een twee uur durende wandeling door de Verboden Stad. Een lage winterzon schittert op de rood/gele 'tempels' van het prachtige complex.

In de avond zijn wij uitgenodigd bij de delegatieleider thuis. Daar zitten wij aan tafel met nog negen collega's van zijn bureau. 24 februari is de 15de dag van het Chinese nieuwjaar. Het is volle maan en dan heeft men de gewoonte dat families de avond samen doorbrengen. Als dat lukt dan zal het familieleven dat hele jaar hecht zijn. In mijn tafeltoespraak constateer ik dat dit nu ook van toepassing is op de staf van het bureau van het Relics Centre, hier voltallig aanwezig. Met applaus wordt deze opmerking begroet. De Chinese rijstwijn vloeit rijkelijk en bij elk glas - ad fundum - wordt staand getoost op de wederzijdse vriendschap. Een gedenkwaardige avond.

Terug in mijn hotelkamer val ik onmiddellijk in slaap, drie uur later schrik ik wakker: nog aangekleed en met alle lichten aan!

Vrijdag

Met John ontbijt ik vroeg en samen stippelen wij de strategie uit voor de komende bespreking. Om half tien haalt de chauffeur ons weer op en dezelfde delegatie zit weer tegenover ons. Ik bedank hen nogmaals voor de bijzonder gezellige avond en voor de eer om erbij te mogen zijn. Nu het voorstel: 'Het is een goed begin en een basis waar wij mee kunnen werken, maar wij wensen toch nog een paar toevoegingen.'' John heeft concrete voorbeelden paraat van objecten die er in Amsterdam bij zouden moeten zijn. Uiteindelijk zeggen zij alles te doen om de gewenste objecten vrij te krijgen. Wij spreken af om het nieuwe voorstel door te spreken met onze wetenschappelijke adviseur, de sinoloog dr. Jan Fontein. Fontein heeft drie jaar geleden de tentoonstelling 'Het Goddelijk Gezicht van Indonesië' in de Nieuwe Kerk samengesteld. Eind maart komen wij met definitieve reactie. Ook over de financiële voorwaarden bereiken wij in principe een werkbare situatie. Het ziet er naar uit dat in Amsterdam vanaf eind december t/m april 1995 een bijzondere tentoonstelling te zien zal zijn over de glorietijd van de Chinese beschaving. Dat alles wanneer wij definitief tot overeenstemming komen en wanneer ik voldoende financiële steun krijg van sponsors. Ik ben hoopvol gestemd. In goede sfeer nemen wij afscheid.

In de vroege avond wandelen wij door de Stad, en zijn opnieuw verrast over de vele in westerse stijl opgetrokken winkels. Het is duidelijk dat de Chinezen veel ervaring hebben opgedaan in de VS en Europa. Ik bel naar huis om mijn vrouw Beatrijs en zoon Jochem een goede reis te wensen, zij gaan voor het eerst zonder mij met vrienden naar de wintersport. Ik mis ze!

Zaterdag

Onze gastheer neemt ons mee voor een bezoek aan de Great Wall. Een tweeëneenhalf uur durende autorit. We krijgen een duidelijk beeld van de Stad Beijing. Een stad in beweging. Onderweg zien wij honderden mensen die de middenberm-afscheiding aan het schoonmaken zijn. Het grijze hekwerk blijkt spierwit te zijn. Het zijn vrijwilligers die gevolg hebben gegeven aan een oproep van de gemeente om mee te helpen, maar het zijn ook verkeersovertreders die door de rechters de opdracht hebben gekregen deze klus te klaren. Een alternatieve straf! Met eigen meegenomen wc-borstels is men aan het poetsen.

Song Beishang vertelt ons meer over zijn land. Werknemers bijvoorbeeld krijgen na tien jaar werken 1 week vakantie, na vijftien jaar 10 dagen en na twintig jaar 2 weken. Per 1 maart gaat de werkweek van 6 naar 5dag. Of over de familie-planning: per wet geregeld is 1 kind toegestaan, men krijgt dan kinderbijslag. Bij meer kinderen en zelfs tweelingen, volgen er sancties zoals geen of latere promotie op het werk en geen kinderbijslag. Al pratend arriveren wij bij de bergen en dan zien wij de muur kronkelend over de bergtoppen liggen. De beklimming via een trap van ¢4 40 minuten naar de muur toe wordt niet meegemaakt door onze gastheer. Dat valt wel te begrijpen van iemand die om de tien minuten een nieuwe sigaret opsteekt.

Eenmaal op de muur lopen John en ik nog anderhalf uur verder. Het is prachtig. De zon schijnt. Het is een fascinerend bouwwerk, 5.000 kilometer lang. De muur is één geworden met de natuur. Het is een feest hier te mogen lopen. Verkopers slagen er in mij over te halen een t-shirt voor mijn zoon te kopen en 2 tafelkleden en servetten met de hand geborduurd, voor onze begrippen géén geld. Aan de lunch genieten wij van een heerlijke Peking Duck.

Om 15.00 uur zijn wij weer terug in het hotel. Ik besluit nog een bezoek te brengen aan de beroemde Zoo van Beijing. Sinds ik een paar maanden geleden Artis herontdekt heb (en zijn enthousiaste directeur Maarten Frankenhuis) is mijn oude liefde voor dierentuinen weer helemaal terug. In deze prachtige dierentuin zie ik natuurlijk de panda's, maar ook voor het eerst het wilde Przewalski-paard. Ik denk weer aan de Scythen: zij bereden het Tarpanpaard, en het Przewalski-paard stamt daar rechtstreeks vanaf.

Voor de laatste avond in Beijing hebben Phoenix Chang en Willem van Kemenade ons uitgenodigd voor een diner bij hen thuis. Nog een landgenoot is daar aanwezig, Peter Kerssens, een waterbouwkundige. Hij coördineert een groot project in Sjanghai. Mijn enthousiaste kijk op de ontwikkelingen in China wordt enigszins gerelativeerd door de drie ervaren China-kenners. Ik realiseer me dat mijn observaties van niet meer dan twaalf dagen China bescheiden dienen te zijn. Niettemin geloof ik, en zij met mij, dat je de ontwikkelingen moet volgen en erbij moet zijn. Met Willem en Phoenix spreken wij af wanneer onze China-plannen doorgaan, zij mee willen werken aan het China-magazine. Een gezellige avond.

Zondag 27 februari

Een dag van reizen van Beijing naar Hongkong en vandaar naar Sydney. In Hongkong hebben wij nog 4 uur en gaan Hongkong Island bekijken. Tussen de wolkenkrabbers zitten op straat en op stoepen duizenden mensen, vooral vrouwen en kinderen, te picknicken. Een ongelofelijk gezicht en gekwetter. Chinezen van het vaste land komen zondags het 'Amerikaanse' Hongkong doen. Om 22.15 uur stijgen wij op voor een vlucht naar Australië waar John en ik gaan praten over een grote Aboriginal-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk. Er zijn plannen om samen met het Tropenmuseum een groot projekt te realiseren.

    • Ernst Veen