'Halfoverdekt: dat is typisch Nederlands'

Wind en regen, vogelpoep en rondjes van veertig seconden. Topschaatsers halen tegenwoordig hun neus op voor slecht weer. Ze rijden liever op een overdekte baan. Zoals dit weekeinde in Den Haag, waar de Nederlandse kampioenschappen voor allrounders en sprinters worden verreden. Iedereen is onder de pannen: de toppers, de recreanten en de exploitanten.

ROTTERDAM, 5 MAART. Alleen de tussenliggende tennisbanen zijn gebleven. Schaatscentrum De Uithof lijkt niet meer op de winderige locatie van 1983, toen het Europees kampioenschap voor mannen werd ontsierd door hagel en zandverstuivingen. Een gedenkwaardig toernooi, met veel en langdurig oponthoud. De ijsmachines hadden geen vat op de korrels uit Kijkduin. En de buitenlandse rijders waren te verbaasd om hun woede te uiten. Nog nooit zo iets gezien.

Sinds 1989 blijft De Uithof gevrijwaard van de meest extreme weersomstandigheden. De teruglopende inkomsten waren de belangrijkste reden om de baan te overkappen, legt Hans Künz uit. Hij is directeur van De Uithof en was nauw betrokken bij de beslissing om alleen een schuifdak te plaatsen. “Wij wilden continuïteit. Zo optimaal mogelijk gebruik maken van het ijs. Voorheen had je veel uitvaldagen, als het regende. Nu hebben we eigenlijk alleen een probleem als de vaarten bevroren zijn. Tegen een strenge winter kun je als kunstijsbaan niet concurreren.”

In navolging van Heerenveen, dat in '86 de primeur had, kreeg de Haagse kunstijsbaan een overkapping. Deventer, Assen en sinds oktober vorig jaar ook Groningen volgden het goede voorbeeld. Met een groot verschil: Thialf is een hal, de andere locaties zijn overdekte buitenbanen. “Regen- en windvrij”, noemt Künz de nieuwe omstandigheden, “Om de invloeden van het slechte weer uit te sluiten. Die keuze was enerzijds functioneel, want wij waren van mening dat schaatsen toch een buitensport is. En financieel natuurlijk. Je praat al gauw over een verschil van dertig miljoen gulden tussen de kosten van Thialf en die van Den Haag.”

De recreatiesport tiert welig nu ook de krabbelaars gevrijwaard blijven van wind en regen. In Groningen komen in het seizoen 1993-'94 vijftig procent meer bezoekers dan in voorgaande jaren. Den Haag, Deventer en Assen geven hetzelfde beeld. Het duurdere toegangskaartje neemt de liefhebber voor lief. Als hij maar droog rijdt. Gert Bron, die zichzelf 'baas van de Groningse ijsbaan' noemt, is vanzelfsprekend in zijn nopjes. “De nadelen van onoverdekte banen openbaren zich bij slecht weer. En een beroerdere winter als deze kun je niet verzinnen. Veel regen en een korte periode van extreme kou. Dan rijdt iedereen op natuurijs.”

Zoals in Davos, waar het befaamde olie-ijs ligt. Nog geen twee maanden geleden stond chef de mission Ard Schenk de baan te vegen voor de ploeterende kernploegleden. De sneeuwschuiver als souvenir. Schenk werd voor gek verklaard, de rijders klaagden steen en been. En de media waren ook van mening dat een 'sneeuwjacht' achterhaald is. Heroïek heeft plaats gemaakt voor een sfeer die riekt naar handbal. Schaatsen is een indoorsport geworden.

Davos leeft voort, maar Bislett is niet meer. Het Noorse schaatsmekka is verplaatst naar Hamar. Daar rijdt de opvolger van Hjalmar Andersen zijn nieuwe wereldrecords. De mooiste schaatshal ter wereld, maar wel eentje met een smalle financiële basis. De vraag is of de prestaties van Koss tot een groei van recreanten leiden. Manager Statshaug van het 'Vikingskipet' is sceptisch. “Er komen hier zo'n tweehonderd kinderen per dag. Ik ben bang dat dat niet genoeg is.”

Statshaug heeft zijn hoop gevestigd op het kunstgras, dat gisteravond door een Nederlandse fabrikant is aangelegd op het middenterrein in Hamar. De plaatselijke voetballers mogen erop spelen en moeten voor extra inkomsten zorgen. “En het Vikingskipet is een toeristische attractie. Per jaar komen gemiddeld 500.000 mensen die tien kronen (circa drie gulden, red.) entree betalen. Zo moeten we het zien te redden”, aldus de Noorse stadionmanager.

Zijn collega in Heerenveen bevestigt de waarde van reclame en sponsoring. P. van Sliedrecht is zeer tevreden over de inkomstenderving van de business-club, de popconcerten. “Wij mogen niet klagen. Ik begrijp die andere banen niet. Halfoverdekt: dat is nou typisch Nederlands. Geen vlees, geen vis. Een stukje klimaatbeheersing is heel belangrijk. De moderne mens heeft toch behoefte aan een beetje comfort.”

Zandstra en Ritsma leerden schaatsen in Heerenveen, maar Henk van der Grift was nog aangewezen op de elementen. Zijn wereldtitel in 1961 bracht een ware schaatskoorts teweeg in Nederland. Een half jaar later werd de Jaap Edenbaan in Amsterdam geopend. De eerste kunstijsbaan. Nog steeds in de open lucht, maar voor hoe lang nog? Technisch commissaris R. Rooker is tevreden over de publieke belangsteling. “Ik sta er telkens weer van te kijken. Maar de behoefte aan een gedeeltelijke overkapping is er zeker. De omwonenden zeggen last te hebben van de ijsbaan, dus dat is alleen maar een voordeel.” Wie gaat er betalen? Rooker weet het niet, maar weet wel “dat wij nog steeds de gezelligste baan van Nederland hebben”.

Amsterdam zal hoe dan ook kiezen voor een gedeeltelijke overkapping, zoals alle steden na Heerenveen hebben gedaan. Künz van De Uithof: “Het energieverbruik in Heerenveen is twee keer zo groot. De zogenaamde klimaatinstallatie kost veel geld. Vandaar de keuze in Den Haag voor de veel goedkopere natuurlijke ventilatie. De Uithof kreeg geen cent subsidie van de gemeente. De totale kosten van de verbouwing bedroegen 5,5 miljoen gulden. Dat bedrag hebben we geleend en daar betalen we nu zelf de rente over”.

Sinds het beruchte weekeinde van '83 heeft Den Haag nog maar een paar grote toernooien mogen organiseren. Zelfs niet nu de schaatsers overdekt hun rondjes rijden en Bart Veldkamp op een anonieme zondagavond een schitterend baanrecord van 6.51 reed op de vijf kilometer. Door de aanvankelijke financiële problemen van de Thialf-hal heeft de schaatsbond een tienjarige verbintenis afgesloten met Heerenveen. Daar worden tussen '86 en '96 alle grote, internationale toernooien verreden.

Als het aan de bond ligt, blijven de grote schaatsevenementen ook daarna toebehoren aan Thialf, met een mogelijke financiële vergoeding voor de andere locaties. Zij hebben al vaker hun beklag gedaan over de huidige regeling, die voorschrijft dat alleen de schaatsbond, de schaatsclubs en de betreffende organisatie delen in de opbrengst. Nederland heeft sinds 1986 een eigen Bislett, Thialf werd het schaatsmekka van de lage landen. Er valt geen meer sneeuw meer maar confetti.

    • Jaap Bloembergen