Franse regering zet een grote stap in de richting van de Navo

PARIJS, 5 MAART. Er zal geen andere Franse defensie-inspanning zijn anders dan in Europees verband. Aldus de Franse minister van defensie, François Léotard. In dat verband pleit hij voor het opzetten van een multinatinationale Europese interventiemacht. Die zou deel moeten uitmaken van een versterkte gemeenschappelijke defensie-inspanning waartoe Europese staatshoofden en regeringsleiders van lidstaten van de West-Europese Unie moeten besluiten.

Léotards zeer internationalistisch getoonzette toespraak, gehouden op een bijeenkomst van de Europese Beweging in Parijs, betekent een duidelijke stap op de weg van praktische toenadering tot de Navo. Die is mogelijk geworden nu de Verenigde Staten onder president Clinton een duidelijk eigen rol voor de Europese Navo-lidstaten goedkeuren en zelfs aanmoedigen. Frankrijk maakt hiermee impliciet een einde aan zijn sterk geïsoleerde positie sinds Parijs zich in '66 uit de militaire organisatie van de Navo terugtrok.

Volgens Léotard denkt niemand in Frankrijk of daarbuiten aan het opbouwen van een Europa zonder Amerika. “Er is een Europese en een Euro-Amerikaanse dimensie aan de Navo. De realiteit van de Europese defensie moet zijn gebaseerd op Euro-Amerikaanse samenwerking.”

Het voorstel voor een Europese interventiemacht gaat verder dan het huidige Eurocorps, waarin Frankrijk, Duitsland en België samenwerken, en dat later dit jaar operationeel wordt te land. Léotard koppelde dat project aan een ander plan, dat voor een zee- en luchtmacht van Frankrijk, Spanje en Italië.

Léotard voorzag een toekomst waarin Europese vredesoperaties door grote Europese staten gezamenlijk worden uitgevoerd, samen met ex-Warschau-pact-naties als Polen. Donderdag maakte hij met zijn Duitse en Poolse collega's afspraken voor een gezamenlijke militaire oefening van de drie landen.

Léotard zei dat de Europese volkeren niet toe zijn aan volledig samensmelten. Een sterke Europese defensie kan daarom alleen maar gebouwd zijn op sterke naties. Tegelijkertijd moeten die landen grote offers brengen om in technisch, commercieel en veiligheidsopzicht samen te werken. Die paradox moeten wij niet uit de weg gaan, een andere weg is er niet, aldus Léotard.

Tot nu toe heeft de Franse diplomatie er de nadruk op gelegd dat het aan de nieuwe inzichten van de Verenigde Staten en de andere Europese lidstaten ligt dat Frankrijk meer van haar wensen geraliseerd ziet om een eigen Europese defensie-zuil binnen de Navo op te richten. In zijn toespraak erkende hij nu namens Frankrijk dat het mislukken van de totstandkoming van de Europese Defensie Gemeenschap in 1954 aan Frankrijk lag.

Volgens Léotard is het onvermijdelijk bij een Europese defensie-inspanning (in ieder geval tot 1996 in het kader van de West-Europese Unie) in de eerste plaats te bouwen op belangrijkste landen, Frankrijk, Duitsland en Engeland. Andere Europese landen kunnen vervolgens ''hun verantwoordelijkheid op defensiegebied nemen en dat duidelijk tonen'', hetzij door mee te doen aan eenheden die de basis van de Europese defensie vormen, hetzij door aan vredesoperaties deel te nemen.

Léotard heeft in eigen land enige kritiek gekregen op zijn vorige week gepubliceerde Defensienota. In een artikel in het dagblad Le Figaro verzet hij zich tegen de stelling dat hij geen positie heeft kunnen bepalen tussen de klassiek-Franse onafhankelijke opstelling van president Mitterrand en de meer op naar internationale samenwerking koersende coalitie onder leiding van premier Balladur. Wij kiezen voor samenwerking, en met overuiging. Dat is ook nodig om anders onbetaalbare militaire programma's te kunnen bekostigen, aldus de minister.