Extra druk voor huisvesting van vluchtelingen

DEN HAAG, 5 MAART. Gemeenten die tot nu toe te weinig vluchtelingen aan huisvesting hebben geholpen, krijgen binnenkort een inspecteur van volkshuisvesting aan de deur. Hij zal namens minister D'Ancona (welzijn) en staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) deze gemeenten manen alsnog aan hun taak te voldoen.

De inspecteurs zullen de gemeenten “indringend” benaderen, lieten de beide ministeries weten opdat de beloofde huisvesting er komt. De bewindslieden hebben er eerder op gewezen dat zij als ultiem middel gemeenten desnoods via een aanwijzing kunnen dwingen de benodigde woonruimte voor vluchtelingen beschikbaar te stellen.

Vorig jaar mei hebben D'Ancona en Heerma de gemeenten opgeroepen binnen een jaar 30.000 vluchtelingen die in Nederland mogen blijven aan huisvesting te helpen. Volgens een opgave van de Centrale Opvang Asielzoekers is dat nu, twee maanden voordat dit jaar voorbij is, in ruim 18.000 gevallen gelukt. Dat is dus 12.000 minder dan was afgesproken en, schrijven de bewindslieden aan de Tweede Kamer, ook onvoldoende om de centrale opvang van de asielzoekers te ontlasten.

Ook moeten gemeenten nog voldoen aan hun taakstelling om 30.000 van zulke opvangplaatsen te realiseren voor asielzoekers wier status nog niet definitief is vastgesteld. Van deze plaatsen zijn er 23.550 afgeleverd, waarvan er echter 5861 worden bezet door vluchtelingen die al naar andere huisvesting hadden horen door te stromen. Het gevolg is dat gemeenten voor 1 mei nog ten minste 10.500 opvangplaatsen moeten realiseren.

Na 1 mei wacht de gemeenten vervolgens als nieuwe taak de huisvesting van 37.000 vluchtelingen die in Nederland asiel hebben gekregen, voor 1 januari 1995 te realiseren. Daarover hebben kabinet, gemeenten (VNG) en provincies (IPO) eerder een akkoord gesloten. Voorkomen moet worden, schreven D'Ancona en Heerma gisteren aan de gemeenten, dat deze groep lange tijd in een opvangcentrum moet blijven zonder uitzicht op integratie in de samenleving.

Als bijdrage van het rijk komt hiervoor geld beschikbaar voor onder meer de inzet van 2.500 wisselwoningen, terwijl gemeenten dank zij de lage rente met hun budget voor woningbouw ook 7500 woningen meer kunnen bouwen dan was geraamd. Verder verhoogt WVC de subsidieregeling voor gemeenten van 5.000 gulden per gehuisveste vluchteling tijdelijk met 3.000 gulden. Ook wijzen de bewindslieden op de mogelijkheid leegstaande gebouwen tot woonruimte te verbouwen.