Er hangt een klagerige stemming in Duitsland

BONN, 5 MAART. Inkrimpen, aanpassen, nieuwe verantwoordelijkheden in de wereld aanvaarden, meer participeren, de industrie vernieuwen, het milieu beter beschermen, meer aan interne eenheid werken, sociale fragmentatie tegengaan, niet van 6,5 miljoen buitenlanders zondebokken maken, niet vallen voor extreme 'hadjememaars' rechts en links.

De Duitsers moeten erg veel van zichzelf en hun politieke partijen verlangen in dit superverkiezingsjaar, dat volgende week zondag met landdagverkiezingen in de deelstaat Nedersaksen echt begint. De omstandigheden zijn moeilijker dan ze ooit geweest zijn, een groot deel van de bevolking verkeert in een klagerige stemming. Het vertrouwen in 'de politiek', Europa, de toekomst, de kracht van 's lands economie, de instituties (vakbonden, scholen, partijen) is minimaal. In dat opzicht is de veelbesproken Politikverdrossenheit maar een deel van een veel groter geheel.

De Duitse eenwording van oktober '90 is in psychologisch en financieel opzicht een veel zwaardere operatie gebleken dan bijna iedereen dacht. Oostduitsers schrikken van de kilte en de risico's die de vrijheid en de markteconomie hebben meegebracht. Westduitsers verlangen terug naar de tijd van voor 1990, toen hun land aan de zonnige kant van de geschiedenis economisch kon floreren en politiek nog min of meer onder curatele stond, in een overzichtelijke wereld ingebed in NAVO, EG en, zo men wil, de 'westelijke waardengemeenschap'. In plaats daarvan beleeft de vroegere Riesenzwerg nu al ruim een jaar een zware economische recessie die ertoe dwingt - hoogst ongewoon - niet voorspoed maar tegenspoed te verdelen. In het oosten en zuidoosten van Europa komen akelige of zelfs bloederige vraag- en uitroeptekens uit de grond, de EG heet sinds de verdragen van Maastricht Europese Unie en schijnt voor velen vooral gericht op kneveling van nationale en regionale zelfstandigheid en - erger nog - op vervanging van de D-mark door 'esperanto-geld'.

Pag.5: In Duitsland hangt een verongelijkte sfeer

Er hangt een verongelijkte stemming in het land, dat zijn democratische stabiliteit tot nu toe voor een belangrijk deel aan zijn economisch welvaren dankte en wat dat betreft nu ook - misschien zelfs: juist nu - enigszins voor een vuurproef staat. Individualisering van belangen en van rechten hebben de groepscohesie van vroeger aangetast, zowel vakbonden als volkspartijen betalen daarvoor hun tol. Pressiegroepen (voor het milieu, meer veiligheid op straat, tegen kernenergie) kennen gouden tijden. De klaagcultuur trouwens ook, op dat stuk kunnen Duitsers ook grondig zijn.

Voor de jongere generaties, die tot voor heel kort alleen de wind in de rug kenden, heeft de huidige toestand wel wat van een duistere samenzwering. Als zelfs Mercedes geen winst meer maakt, als Made in Germany wereldwijd niet meer als kwaliteitskenmerk maar steeds vaker als waarschuwing voor te hoge prijzen geldt, als een prognose van ruim vier miljoen werklozen in '94 vermoedelijk zelfs geflatteerd is, dan lijkt er in korte tijd ook wel heel veel mis gegaan in het land dat drie jaar geleden nog ruimschoots wereldkampioen export was. Dat de economische recessie, zeker wat haar conjuncturele lading betreft, door de impulsen van het eenwordingsproces slechts een paar jaar vertraagd werd, zoals de eenwording de in 1989 al begonnen electorale neergang van Helmut Kohl maar (tijdelijk) maskeerde, lijkt intussen een redelijke veronderstelling.

De klassieke volkspartijen CDU/CSU en SPD hebben het moeilijk, zij het dat dit voor de eerste - die in Bonn regeert - wat sterker geldt dan voor de tweede. Over de FDP, die onder haar overbelaste voorzitter, minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel, in enquêtes net boven de kiesdrempel van vijf procent wankelt, praat haast niemand. Dat geldt ook voor de PDS, de erfgenaam van de Oostduitse SED, en de extreem-rechtse Republikaner, die hun hoop om deze keer dan toch, op 16 oktober, in de Bondsdag te komen niet in de opiniepeilingen weerspiegeld zien. Van protestpartijen als de uit de Hamburgse CDU ontstane Statt-Partei en de 'anti-Maastrichtpartij' van de vroegere EG-topambtenaar Manfred Brunner wordt al helemaal niet verwacht dat zij de kiesdrempel van vijf procent zullen halen.

De aandacht van publiek en media gaat allereerst naar kanselier en CDU-voorzitter Kohl en zijn SPD-uitdager Rudolf Scharping, een nieuw gezicht dat echter, mede bij wijze van electorale strategie, niet zoveel markante trekken vertoont. Dat belooft weinig goeds voor de campagnes. Terwijl Kohl (63) al wordt verweten dat hij, sinds hij in het najaar 1982 ging regeren, van de CDU steeds meer een op machtsbehoud gerichte, conceptueel arme kanselierspartij heeft gemaakt, ontwijkt Scharping (45) de programmatische strijd met de CDU ook nog eens zoveel mogelijk. Dat doet de premier van Rijnland-Palts, die in zijn eerste jaar als partijvoorzitter zijn gezag zowel in de partij als in de partijtop wist te vestigen, tot stijgende woede van Kohls kroonprins Schäuble. Want wat Schäuble, fractieleider van de CDU in de Bondsdag, met welke thema's ook probeert om Genosse Scharfsinn tot een duel, tot polarisatie te brengen, de SPD-chef gaat daarop zo min mogelijk in - en voorshands vaart hij daarbij wel. Links van de SPD is dus aardig wat ruimte vrij voor de Groenen, die straks wel een coalitie willen met Scharping maar zijn SPD al smalend omschrijven als “een voortzetting van de CDU met andere middelen”.

Daar staat tegenover dat de Groenen vorig weekeinde een flink aantal zo radicale programmapunten hebben gekozen (zoals einde kernenergie binnen twee jaar, opheffing op termijn van Bundeswehr en NAVO, een extra milieuheffing op de benzineprijs tot vijf mark per liter), dat Scharping maar beter geen vleugje 'groen' in zijn regeringsambities kan doen. Helmut Kohl, die zelden of nooit een woord aan de Groenen verspilt, was afgelopen maandag dan ook heel snel met een persoonlijke en schriftelijke verklaring van ontzetting over de besluiten van het Groene partijcongres. Met de Groenen 'kan' Scharping dus niet, leek hij de SPD-linkervleugel te willen zeggen.

De opbouw en het herstel van de infrastructuur (telefonie, wegen, bouw) in de vroegere DDR zijn imposant. De gemiddelde koopkracht is er flink gestegen en de economie lijkt er, zij het op een zeer laag niveau, aan te trekken. Maar de 'bloeiende landschappen' die Kohl de Oostduitsers in 1990 beloofde zijn er nog lang niet en dat gaat de CDU straks klappen bezorgen. Hogere belastingen en heffingen in West-Duitsland, die Kohl in 1990 ongewenst noemde en onnodig achtte voor de financiering van de Duitse eenheid, zijn er intussen wél als voortdurende herinnering aan zijn Steuerlüge. Ook zijn er vier miljoen werklozen en een zware economische recessie, waarvan het inmiddels al bijna één jaar heet dat zij haar dieptepunt heeft bereikt.

Kohl is - na 21 jaar partijvoorzitterschap en ruim 12 jaar kanselierschap - de grote chef van de CDU, de partij die tegelijkertijd zijn angstige gevangene is. Er is voorjaar 1994 één thema waarop hij qua statuur, ervaring en ideeën Scharping duidelijk klopt: de internationale politiek en in het bijzonder de Europese politiek. Maar dat is een troefkaart met beperkte waarde. Want de economie gaat voor en Kohls Europa is niet (meer) zo populair. Bovendien heeft Scharping ook hier zijn 'verdwijntruc' al toegepast door te verklaren dat hij het op “alle wezenlijke punten” met de kanselier eens is.

Vorige week trok Kohl zich op het driedaagse CDU-congres aan de eigen haren omhoog, als baron von Münchhausen (het beeld is van het weekblad Die Zeit), in een rede waardoor de gedelegeerden zich blijkens hun ovaties toch weer even lieten bemoedigen. Maar of deze bekering van de bekeerden indruk op de kiezers maakt? Volgende week in Nedersaksen, waar SPD-premier Gerhard Schröder (die in Hannover met de Groenen regeert) op winst staat, volgt een eerste proef op de som.

Het is na twaalf jaar Kohl tijd voor verandering, schrijven en zeggen veel commentatoren, en zij voorzien - vaak voor de zoveelste keer - zijn aanstaande ondergang. De kanselier uit Ludwigshafen-Oggersheim heeft zich van de kritische tot vijandige begeleiding van de media en zijn doorgaans slechte scores in enquêtes (ook nu) nooit zo veel aangetrokken. Zijn motto: 'Alleen de verkiezingsdag telt'. Deze week noemde uitgerekend de directeur van het grote enquête-instituut Infas hem “Het levende bewijs van de betrekkelijke waarde van opinie-onderzoeken”. De kiezers zouden zich bovendien nog kunnen gaan afvragen of een zege van Scharping na 16 oktober echt zoveel verandering in Duitsland zou brengen.

Wie straks grootste partij in de Bondsdag wordt, wie dan leiding mag geven aan een 'kleine' coalitie (CDU/ CSU/ FDP, SPD/ Groenen, SPD/ FDP of SPD/ Groenen/FDP) dan wel de veel voorspelde 'grote' (SPD/ CDU of omgekeerd) is trouwens maar één belangrijke vraag met betrekking tot het politieke bestuur van Duitsland. Want er is een grote kans dat de SPD voordien in de Oostduitse deelstaten Thüringen, Saksen-Anhalt en Mecklenburg-Vorpommern de CDU zal verdringen als grootste partij. Daardoor zou zij zo oppermachtig worden in de Bondsraad, die volgens de politieke krachtsverhoudingen in de Länder wordt samengesteld, dat zonder haar in Bonn nauwelijks te regeren valt. Ook niet door Helmut Kohl, die dan praktisch slechts naar de zin van de SPD-meerderheid van tweederden in de Duitse Eerste Kamer zou kunnen regeren.