Een onderonsje van de familie Cheever

Vier mensen, ontspannen pratend, aan een keukentafel: het begin en het einde van de documentaire die de BBC deze week in het programma Bookmark uitzond. Het waren de vrouw en de drie kinderen van de in 1982 overleden Amerikaanse schrijver John Cheever, een van de beste korte-verhalenschrijvers van de naoorlogse decennia. Zij praatten over hun man en vader met een onthutsende openhartigheid, alsof ze zich hadden voorgenomen niets meer achter te houden. Het resultaat was een adembenemende tv-documentaire - ik heb nooit eerder zo'n navrant, nietsverhullend portret van een schrijver gezien.

Benjamin Cheever, de oudste zoon, vertelde hoe zijn vader hem twee weken voor zijn dood op zijn werk opbelde. 'Wat ik je nog wilde zeggen'', zei Cheever vanaf zijn ziekbed, 'is dat je vader zijn lul heeft laten afzuigen door een flink aantal onsmakelijke types. Ik zeg het je maar, want vroeger of later zou je het van een ander hebben gehoord.'' 'Dat vermoedde ik al'', zei Benjamin, 'het kan me niet schelen als het jou niet kan schelen.''

Benjamin hield zich groot, want zo gemakkelijk was het niet voor hem. 'Ik ging daarna door een periode waarin ik zoveel homohaat aan de dag legde dat veel mensen dachten dat ik 'gay' was. Ik moest het kwijt. Ik dacht: ik ben homo, maar ik durf het niet te zijn omdat hij er zo iets vreselijks van maakte.''

Cheever was biseksueel. Hij groeide op in een middenklasse-milieu waarin homoseksualiteit werd verafschuwd en bespot. Aan die gewoonte heeft hij zich nooit helemaal kunnen onttrekken. Hij heeft zijn homoseksuele neigingen lang onderdrukt en verzwegen, en ook later bleef hij ervan overtuigd dat homoseksuele mannen eigenlijk getrouwd moesten blijven. Zijn seksuele aanleg - naast zijn beroerde jeugd en terugkerende twijfel over zijn talent - maakte hem tot een verscheurd man, een leven lang wanhopig pendelend tussen een veilig, comfortabel bestaan als huisvader en een rusteloze jacht op seksuele kicks. De drank deed de rest.

Cheever schreef geen bekentenisliteratuur. Zijn boeken gaan over het burgerlijke leven in de voorsteden, 'the hells of disappointment', zoals zijn vriend John Updike het in deze documentaire omschreef - en hij kan het weten. De grote onthullingen over Cheevers woelige leven kwamen pas na zijn dood toen zijn dagboeken en brieven gepubliceerd werden. Cheever heeft dat zelf gewild, schrijft zoon Benjamin in de inleiding bij de dagboeken, in Nederland vertaald onder de titel Verscheurde stilte. 'Hij schreef om te kunnen ontsnappen aan zijn eenzaamheid, om het isolement van anderen te doorbreken. (...) Zo wilde hij met zijn dagboeken dat proces doorzetten: hij wilde anderen laten zien dat hun gedachten niet ondenkbaar waren.''

Waar ik in deze documentaire vooral benieuwd naar was, dat was de houding van Mary, de echtgenote van Cheever. Vergeleken met andere schrijversweduwen, heeft ze een bovenmenselijke prestatie geleverd door zich terughoudend op te stellen toen de publikatie van de dagboeken en brieven aan de orde was. Ook de biograaf van haar man, Scott Donaldson, gaf ze eerder alle medewerking. 'Ons werk vroeg tijd, dat van haar moed'', schrijft Benjamin Cheever.

Om een indruk te geven van die moed, een citaat uit de dagboeken (jaar 1967): ''s Ochtends op de trouwdag van mijn dochter regent het. Ik klauter in het bed van Mary, die eruit klautert en in het mijne klautert. Later, als ik nog naakt ben, smeek ik haar om naakt op mijn schoot te komen zitten, maar ze slaakt een kreet van afgrijzen en zet de televisie aan. Dit soort afwijzingen vind ik erg deprimerend, en daarmee heb ik een goed excuus om wat gin bij mijn sinaasappelsap te doen.''

De dagboeken wemelen van dergelijke citaten. Wie zou het Mary hebben kunnen kwalijk nemen als ze publikatie ervan had tegengehouden? De BBC-interviewster vroeg haar reactie op de dagboeken. 'Ik kan ze niet lezen'', zei ze, 'I can't sit down and read that stuff.'' ''Maar het is toch ook úw leven'', hield de interviewster aan. 'Het is helemaal niet mijn leven'', zei Mary, bijna verontwaardigd, 'it's all inside him.''

Mary had de strijdbijl nog altijd niet begraven. John mocht zeggen wat hij wilde, ook postuum, maar dat betekende nog niet dat zij uit piëteit zou moeten zwijgen. 'Zijn verwijten dat ik koel en onverbiddelijk was, ontstonden door de drank'', zei ze. 'Dat beseffen de meeste mensen niet. Hij wilde graag geloven dat ik niet op hem reageerde - dat was zijn excuus, zo kon hij de schuld bij mij leggen.''

Hartbrekend was het moment waarop de interviewster naar haar eerste vermoedens omtrent zijn homoseksuele verlangens vroeg. 'Dat was in de late jaren vijftig.'' Ze keek bedroefd weg van de interviewster. 'Hoe reageerde u erop?'' luidde de vraag. 'Het maakte niet erg veel verschil voor me.'' 'Waarom niet?'' Een flauwe zucht, dan met een zweem van spot: 'Tegen die tijd was ons huwelijk al niet meer, hoe noemen ze dat, een volledig huwelijk.''

Toch bleven ze getrouwd en samenwonen, veertig jaar lang, tot aan zijn dood. Hij kon de geborgenheid van zijn burgerlijke bestaan niet opgeven. Uit de documentaire begreep ik dat zijn kinderen - en dan vooral Susan, de oudste dochter, en Benjamin - niet zonder schade uit de huwelijkse hel van hun ouders zijn ontsnapt. 'Als ouders waren ze nogal onverschillig onder de gevoelens van hun kinderen'', zei Susan die inmiddels twee boeken over haar ouderlijk milieu heeft geschreven.

Aan het einde van de documentaire zaten moeder en dochter op de veranda van het fraaie vrijstaande huis in het groene Ossining, een plaatsje in de staat New York, waar Cheever het tweede deel van zijn leven heeft doorgebracht. Er bleken nog enige rekeningen open te staan. Susan had in een van haar boeken geschreven dat haar moeder eigenlijk niet van haar hield.

'Ik vroeg haar om een aantal dingen uit dat boek te halen, maar ik weet niet meer welke'', zei Mary.

'Ik haalde eruit wat ze vroeg, maar ze vroeg me niet om dàt eruit te halen'', zei Susan.

'Je kunt iemand niet vragen om subjectieve dingen eruit te halen... alleen foute dingen'', meende Mary. Waarna ze in één adem overging op een frontale aanval: 'Als jij wilt dat de wereld je ziet als een onbeminde wees, is dat jouw keus. Maar je kunt niet hier komen en op mij wijzen en zeggen dat ik niet genoeg van mijn dochter hield.''

'Ik heb dat nooit gezegd.''

Twaalf jaar na de dood van John Cheever wordt de stilte in Ossining soms nog steeds verscheurd. Grote literatuur zal het niet meer opleveren, maar wel, voor deze ene keer, een onvergetelijke tv-documentaire.

Een onderonsje van de familie Cheever

    • Frits Abrahams