De Kok-variant op loonpolitiek

DEN HAAG, 5 MAART. Er is een beleidsinstrument waarop in Nederland steeds wordt teruggegrepen als het slecht gaat met de economie en dat is loonmatiging. Is het financieringstekort te hoog, stijgt de werkloosheid te hard, kan de AOW niet langer worden betaald? Matig de lonen en alles zal goed komen.

Zo was het direct na de oorlog, zo is het nog steeds. Is de nood aan de man, dan kondigt het kabinet steevast een ingreep van bovenaf aan. Berucht werd de Machtigingswet 1974 van het kabinet-Den Uyl (1973-1977), na de eerste oliecrisis. Maar ook het kabinet-Van Agt/Wiegel (1977-1981) kon er wat van. Minister Albeda (sociale zaken) trof de ene loonmaatregel na de andere. Het verschafte het kabinet een imago van daadkracht. De sociale partners wisten de genomen looningrepen echter aan alle kanten te omzeilen.

Dat was de reden dat in de jaren tachtig werd overgegaan op een andere tactiek. Via slopend overleg in de Stichting van de Arbeid moesten werkgevers en werknemers naar elkaar worden toegepraat. In 1982 kwam het befaamde Akkoord van Wassenaar tot stand, waaronder Wim Kok namens de werknemers en Chris van Veen namens de werkgevers hun handtekening zetten. De bereidheid tot loonmatiging (werknemers) werd 'geruild' tegen de bereidheid om te denken over vormen van arbeidstijdverkorting (werkgevers).

“Ik weet dat het in Nederland in de jaren tachtig heel wat slechter zou zijn gegaan als er in 1982 geen Akkoord van Wassenaar over loonmatiging was geweest”, zei Kok vorige week zaterdag in deze krant. Volgens hem is nu sprake van een soortgelijke situatie als in 1982. De werkloosheid is schrikbarend opgelopen en dreigt als gevolg van een groeiende beroepsbevolking nog verder te stijgen.

Kok zit nu aan de andere kant van de onderhandelingstafel. Het kunstje van 1982 kan volgens Kok niet worden herhaald. Daarom heeft hij een nieuwe variant op de geleide loonpolitiek ontwikkeld. Kok zegt werkgevers en werknemers twee miljard gulden lastenverlichting toe op voorwaarde dat de lonen worden gematigd. Anders dan in 1982 krijgen de werknemers nu dus wel iets tastbaars in ruil voor loonmatiging: een verlaging van het laagste tarief van de inkomstenbelasting met 0,75 procent. Dat betekent: meer koopkracht.

Vorig jaar dreigde het kabinet voor 1994 met een ouderwetse loonmaatregel. Werkgevers en vakbeweging waren des duivels. Het kabinet durfde de looningreep uiteindelijk niet aan en de sociale partners kozen eieren voor hun geld door feitelijk wel de lonen te matigen.

Kok introduceert nu een nieuwe vorm van geleide loonpolitiek die meer kans van slagen heeft. Zelf noemt hij het een 'ruilmodel'. “Sociale partners kunnen kiezen uit twee mogelijkheden”, aldus Kok. “Of de lonen gaan omhoog en dan komt er geen lastenverlichting, of de lonen gaan niet omhoog en dan komt er wel lastenverlichting. Dat is dus een uitruil.” Of, om het deftig te zeggen: a tax based income policy. Kok voegde hier nog aan toe dat hij na 1995 met deze benadering wil doorgaan. “Ik zou de afspraken met de sociale partners bij voorkeur willen inkaderen in een akkoord voor meerdere jaren”. Hij zei hierover persoonlijk (niet als kabinetsgedelegeerde) met werkgevers en werknemersvertegenwoordigers te hebben gesproken.

De opvattingen van Kok sluiten nauw aan bij die van de vertrekkende minister van sociale zaken, De Vries. Door middel van fiscale koopkrachtreparatie probeerde De Vries de afgelopen jaren sociale partners te bewegen de lonen te matigen. De methode van Kok is zakelijker. Werkgevers en werknemers worden tot matiging geprikkeld. Grijpen ze de beloning die het kabinet hiervoor op tafel heeft gelegd (“2 miljard gulden in een gesloten enveloppe”), dan slaat het kabinet een dubbelslag. Bij gematigde lonen kunnen de uitkeringen aan de lonen worden gekoppeld en maakt Kok de belofte over koppeling in het verkiezingsprogramma van de PvdA waar. De lonen stijgen met nul procent, de uitkeringen eveneens, maar er is wel sprake van koppeling.

Stijgen de winsten (en daarmee de winstbelasting) door de loonmatiging en bespaart de rijksoverheid geld op uitkeringen en ambtenarensalarissen, dan kan de sociale partners het volgende jaar wellicht een nog grotere worst worden voorgehouden. Als zij de lonen met 2 procent verlagen, krijgen ze misschien wel een enveloppe met 5 miljard gulden toegeschoven. De uitkeringen worden dan eveneens met 2 procent verlaagd en de koppeling is wederom voor een jaar gered. Een koppeling in omgekeerde richting.

Of de PvdA dat voor ogen heeft gehad met de passage over dit hete thema in het verkiezingsprogramma kan worden betwijfeld. Maar het is in elk geval een inventieve manier om de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te bevorderen en de overheidsfinanciën verder te saneren. “We zijn wel goed maar niet gek”, zei Kok vorige week. Daar blijkt meer achter te zitten dan menigeen dacht.

    • Frank van Empel