Bastaarden van Oranje

Morgen, zondag 6 maart, gloort voor het laatst de Dageraad van de Gouden Eeuw in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Nog één kans om een intrigerend landschap te zien door Esaias van de Velde, dat straks weer terug moet naar Minneapolis. In de tentoonstellingscatalogus, die helaas alleen in het Engels verscheen, staat er maar een kleine zwart-wit foto van afgebeeld. Het heet: Wooded Landscape with a Courtly Cavalcade near Abtspoel Castle. Amerikanen die op zoek willen gaan naar 'Abtspoel Castle' moeten worden teleurgesteld; Kasteel Abtspoel bij Warmond werd afgebroken. Veel interessanter dan het huis zijn de figuurtjes op de voorgrond: een dame in een koets geeft geld aan grappenmakers in het gras. Alleen haar kanten manchet en een randje van haar kanten kraag zijn zichtbaar. Voor en achter haar rijden twee adellijke jongelieden. Er schuilt een pikante geschiedenis achter dit groepje personen, want de geheimzinnige vrouw is de geliefde van prins Maurits van Oranje: Margaretha van Mechelen. Hun verhouding begon in 1600 nadat de prins als triomfator was teruggekeerd uit de slag bij Nieuwpoort. Hij schonk haar een huis in de Haagse Houtstraat met een koets en bedienden en zij schonk hem drie zonen: Willem (1601), Lodewijk (1602) en Maurits (1604). Het laatste kind werd het slachtoffer van de pestepidemie die ons land in 1617 teisterde. Constantijn Huygens wijdde een rouwdicht aan het verlies van deze jongen: 'Grande esperance d'un Grand Père, Cher soulas d'une chère mère.'

Prins Maurits wilde iedereen doen geloven dat hij een verstokte vrijgezel was. Zijn stiefmoeder Louise de Coligny schreef in een brief aan Maurits zusters in Frankrijk dat de zonen van Margaretha heel mooi waren: “...doe maar net of je van niets weet, praat er niet met uw broer over. Ik houd ook mijn mond.” En zo zou het blijven. Hoewel Margaretha tot het einde toe Maurits' beste vriendin was, moest haar bestaan worden verzwegen. Niet omdat ze hem drie bastaardkinderen had bezorgd. De kwestie was ernstiger: Margaretha was katholiek. En dat in een republiek waar plakkaten heersten tegen de roomsen. De calvinistische Stadhouder kon zich zo'n relatie officieel niet veroorloven. Het is vreemd dat hun verhouding zo lang heeft standgehouden, want Maurits verwekte in die tijd nog minstens vijf andere bastaarden bij vijf verschillende vrouwen. In een gedicht dat Hugo de Groot aan Margaretha wijdde, beklaagt zij zich over de min van de prins voor 'het zy wie dat het zy'. Maurits was niet erg kieskeurig. Zijn vluchtige verhoudingen betroffen onder meer de dochter van een molenaar, van een herbergier en van een 'klokkenstelder' van de Jacobskerk. Maar de prins keerde steeds bij Margaretha terug. Hij liet haar portret schilderen door Van Mierevelt en hij bezocht haar onder meer op het jachtslot Abtspoel aan de Leidse trekvaart. 'De Mech', zoals ze in de volksmond werd genoemd, heeft zich nooit op het Binnenhof mogen vertonen. Anders was het met haar zonen. Zij maakten deel uit van de hofhouding, mochten eten aan de 'Tafel van den Raedt' en kregen elk 'een lacqueij en een dienaer'.

Toen prins Maurits in 1625 op zijn sterfbed lag zag hij in dat het voortbestaan van het Huis van Oranje Nassau aan een zijden draad hing. Alleen zijn jongste, ongehuwde halfbroer Frederik Hendrik was nog in leven. De prins riep hem bij zich en eiste dat hij onmiddellijk zou trouwen om wettige nakomelingen te verwekken. Dit was een beslissend moment in het leven van Margaretha van Mechelen en haar beide zonen. Toen Frederik Hendrik verklaarde dat hij vrijgezel wilde blijven, dreigde Maurits dat hij op zijn sterfbed met Margaretha zou trouwen en haar bastaardzonen zou echten. Willem en Lodewijk konden dan erfgenamen en opvolgers worden. Dit bracht Frederik Hendrik op andere gedachten: hij was binnen een week getrouwd met Amalia van Solms. Met dit haasthuwelijk gingen voor Margaretha alle illusies verloren. Ze bleef de vrouw op de achtergrond en haar zonen moesten de bastaardbalk op het Nassauwapen blijven voeren. Willem sneuvelde in 1627 bij het beleg van Grol. Lodewijk was zijn erfgenaam. Uit de nalatenschap van zijn nazaten werd het schilderij van Kasteel Abtspoel door het museum in Minneapolis verworven.

    • Thera Coppens