Alles van papier is weerloos

Stof in archieven, dat is te verwachten. Maar ook zuren, schimmels en termieten vreten zich een weg door het papier. Zelfs met de modernste conserveringsmethoden valt de strijd tegen de vergankelijkheid niet te winnen.

Iedereen die wel eens in een archief is geweest kent het: de doordringende geur van oud papier. Je hóéft er zelfs niet eens voor naar een archief, je ruikt het ook als je je neus in een oude pocket steekt. 'Het is de geur van verval'', zegt G. de Bruin, beleidsmedewerker conservering en restauratie bij de Rijksarchiefdienst. 'Die muffe lucht komt vrij bij de verzuring, die uiteindelijk leidt tot het vergaan van papier.''

Verzuring is een geduchte vijand voor archivaris en restaurateur. Het treedt op onder invloed van vocht en luchtverontreiniging. Bij verzuring worden de celluloseketens in het papier verbroken waardoor het uiteindelijk zo bros wordt, dat het bij de minste aanraking verpulvert. Uit een onlangs verschenen onderzoek blijkt dat maar liefst twaalf procent van de collectie 1840-1950 van het Algemeen Rijksarchief met verpulvering wordt bedreigd. Voor de Koninklijke Bibliotheek ligt dit percentage zelfs op 23.

Vooral papier uit de negentiende en twintigste eeuw verzuurt snel. Vóór 1800 was de papierkwaliteit beter; er werden nog dierlijke lijmstoffen gebruikt, die neutraal zijn. Daarna kwamen harslijm en aluinlijm in zwang, die zwavelzuur vormen als ze met water in aanraking komen. Bovendien werd na 1840 overgeschakeld van lompen naar houtvezels als grondstof voor papier. Papier werd goedkoper maar ook kwetsbaarder.

Niet voor niets wordt nog altijd in sommige gevallen het ouderwetse perkament gebruikt. Bijvoorbeeld door de Hoge Raad van Adel, als iemand in de adelstand wordt verheven. Ook de acte van abdicatie van koningin Juliana in 1980 is voor de zekerheid op perkament vastgelegd. Notarissen gebruiken weliswaar geen perkament, maar wel hoogwaardig papier dat veel langer meegaat dan het gemiddelde.

Opmerkelijk is dat het papier dat gebruikt werd in de Tweede Wereldoorlog er in verhouding niet slecht afkomt. Dat blijkt uit een onderzoek naar de kwaliteit van het papier van de laatste twee eeuwen, uitgevoerd door het Coördinatiepunt Nationaal Conserveringsbeleid: een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Bibliotheek en de Rijksarchiefdienst. 'Alleen de vlugschriften en affiches van het verzet zijn van slechte kwaliteit'', zegt De Bruin. 'Oorlogskranten en documenten van de bezetter niet.''

Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat de kwaliteit van papier per land sterk verschilt. Het archiefpapier uit Frankrijk bijvoorbeeld is voor 60 procent bruin, wat betekent dat het verregaand is verzuurd. Van het Amerikaanse papier is slechts 15 procent 'verbruind'. Krantepapier is notoir slecht. Het depot in de Koninklijke Bibliotheek waar 3,5 kilometer kranten zijn opgeslagen, wordt in de wandelgangen dan ook het 'kaaspakhuis' genoemd. Ook het papier waarvan pockets worden gemaakt is goedkoop en kwalitatief slecht; het verzuurt snel.

Inktvraat

Verzuren kan optreden onder invloeden van buiten, maar ook als een verkeerde inkt wordt gebruikt. 'Inktvraat' wordt dit genoemd. In één van de negentien depots van het Rijksarchief laat De Bruins collega, T.A.G. Steemers, een negentiende-eeuws document uit Curaçao zien. De zwierige letters zijn op sommige plaatsen door het papier heen gebrand. Een Maggi-achtige geur dampt van het document af. 'Inkt, gemaakt van galnoten'', verklaart Steemers. 'Voor deze inkt gebruiken ze geen vast recept. Dit keer is-ie wat zuur uitgevallen.''

Dat luchtverontreiniging verzuring versnelt, blijkt wel uit een zending die de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag onlangs kreeg van de Public Library in New York. De Amerikaanse bibliotheek is gelegen aan Fifth Avenue, een van de drukste straten van Manhattan. Het papier was zo bros dat het na één keer vouwen verkruimelde. Dezelfde boeken staan in de Koninklijke Bibliotheek, in het centrum van Den Haag, en verkeren in veel betere staat.

De invloed van de omgeving op de vergankelijkheid van papier, was ook vroeger wel bekend. In de dertiende eeuw liet de burgemeester van Londen zijn stukken al buiten de bebouwde kom bewaren omdat zijn stad zo vies was. Maar tot voor kort was er in archieven toch vooral aandacht voor de restauratie van individuele stukken. 'Men ging ervan uit dat het wel goed zat als de spullen maar goed en droog in het depot stonden'', zegt Steemers. 'Nu is er meer aandacht voor klimatologische omstandigheden als temperatuur en luchtvochtigheid. Restauratie beperken we voor de oudste en unieke stukken.'' Die aandacht voor de omgeving is niet onbelangrijk: iedere tien graden extra, bijvoorbeeld, betekent een verdubbeling van de snelheid waarmee papier vervalt.

Om de verzuring van Nederlands culturele erfgoed te remmen, worden archiefstukken van de Koninklijke Bibliotheek en van het Rijksarchief sinds kort fabrieksmatig ontzuurd. Dat gebeurt in een fabriek dat het chemieconcern Akzo zes jaar geleden heeft gevestigd in het Amerikaanse Houston. Akzo behandelt het zuur in het papier met een gas (diethyl-zink) waarbij het zuur wordt omgezet in zinksulfaat. Het leven van het papier wordt niet oneindig, maar wel ongeveer vijf keer verlengd. Het Rijksarchief heeft vier zendingen naar Houston verstuurd, in totaal 48 meter archiefmateriaal. De kosten werden deels betaald uit het zogeheten Deltaplan, een inhaaloperatie voor het cultuurbehoud dat het ministerie van WVC in 1991 in het leven riep. Het Rijksarchief ontvangt uit het Deltaplan jaarlijks 2,1 miljoen.

Binnenkort echter sluit Akzo de poorten van de fabriek in Houston. 'Slechts tweederde van de capaciteit wordt gebruikt'', aldus een woordvoerder. 'En dit was nog maar een proeffabriekje.'' Hij verklaart de geringe belangstelling uit 'conservatisme'' in de archiefwereld. 'Bibliotheken en archieven doen niet graag afstand van hun boeken. Maar de behandeling met diethyl-zink kan echt niet achterin een bibliotheek geschieden. Het is uiterste explosief.'' Twee Amerikaanse fabrieken die volgens hetzelfde procédé werken, zijn al de lucht in gegaan.

Groot was de schok voor Steemers en De Bruin toen Akzo bekend maakte zijn onrendabele fabriek te sluiten. 'We hebben veel vooronderzoek gedaan, en daar 60.000 gulden in geïnvesteerd'', zegt Steemers. 'Dat moet nu allemaal opnieuw.'' Bovendien loopt het Deltaplan volgend jaar af. 'Deze eeuw zou wel eens de eeuw van het nationale geheugenverlies kunnen worden. Je ziet, alles van waarde is weerloos.''

Behalve ontzuring van het papier zelf is het Rijksarchief bezig de archiefdozen te vervangen. Ook daarin zitten zuren die de documenten aantasten. In 2002 moet deze operatie voltooid zijn: 160 strekkende kilometer moet nog opnieuw verpakt worden. Verder gaat in juni een ingenieus luchtzuiveringssysteem in werking, dat moet voorkomen dat vervuilde lucht in de archieven blijft hangen en dat de lucht zuivert van verzuurders als ammoniak. Ook de kleinste stofdeeltjes worden weggefilterd via kanalen langs het plafond.

Want behalve muffe lucht dwarrelt er in de depots het spreekwoordelijke archiefstof. Regelmatig stofzuigen van de archiefstukken kan niet verhinderen dat er mensen bij het Rijksarchief werken die last hebben van geïrriteerde luchtwegen. 'Als ze dan geen depotdienst meer doen, hoor je ze nergens meer over klagen'', aldus Steemers. Voor hen biedt het luchtzuiveringssysteem uitkomst. De archieflucht zal in de toekomst zuiverder zijn dan de buitenlucht. Op den duur zul je in de depots zelfs de typische oud-papierlucht niet meer ruiken.

Stof en luchtjes zijn lastig, maar ze deren Steemers en De Bruin veel minder dan schimmel of ongedierte: de nachtmerries voor iedere archivaris en restaurator. 'Termieten'', zegt De Bruin wijzend op een achttiende-eeuws document waaruit een hoek is weggevreten. 'En hier heb ik een aardige schimmel.'' Roze spikkels dansen over het papier. 'Gedood met gammastralen' staat op de doos waar het 'schimmelstuk' in zit.

Maar het grootste gevaar voor archieven, zegt Steemers, is de gebruiker. 'In de Archiefwet staat dat archieven in een goede en geordende staat èn openbaar moeten zijn. Maar dat is tegenstrijdig: als je een stuk niet aanraakt, gaat het vier à vijf keer zo lang mee.'' Daarom wordt steeds meer materiaal op microfilm gezet, zodat het origineel zo weinig mogelijk wordt aangeraakt.

Hoewel een groot deel van de archieven onder hun ogen verdwijnt, lijken Steemers en De Bruin - beiden van huis uit restaurator - te berusten in het lot dat uiteindelijk al het archiefmateriaal is beschoren: de ondergang. 'Het enige dat wij doen is het proces vertragen'', aldus De Bruin. 'Papier is tenslotte niet meer dan organisch materiaal dat weer in de kringloop moet worden opgenomen - net als wij.''