Allard Pierson Museum viert zestigjarig bestaan met Griekse beelden; De ideale menselijke vorm in marmer

'Marmer in beeld, Griekenland 600-100 voor Christus'. Amsterdam, Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt 127. T/m 19 juni. Di-vr 10-17u, za en zo 13-17u. Catalogus (46 blz.) ƒ 15,-.

AMSTERDAM, 5 MAART. De kist is maar een halve meter breed en anderhalve meter lang. Het deksel staat vol met waarschuwingen ('Deze kant boven!', 'Breekbaar!') en op de zijkant zit een sticker van Olympic Airways. Terwijl de sluitschroeven worden losgedraaid, kijkt de staf van het Allard Pierson Museum toe. Daar, onder lagen piepschuim en multiplex, bevindt zich een korè, een antiek-Grieks meisjesbeeld uit de verzameling van het Akropolis-museum in Athene.

Voordat het meisje van marmer definitief onthuld wordt, dragen drie verhuizers haar met kist en al naar haar plaats in de pasverbouwde Nieuwe Vleugel van het museum. “Daar gaat Sneeuwwitje” fluistert iemand van het groepje dat meeloopt. “Het lijkt wel een rouwstoet” zegt een van de timmerlieden die bezig zijn met de inrichting van de tentoonstellingszaal.

Bij een lege sokkel wordt het meisje uit haar sarcofaag getild, nadat de laatste lagen zuurvrij papier zijn weggehaald. De korè is een meter hoog, draagt een gewaad met sierlijke plooien en een diadeem op het gevlochten haar, en heeft opvallend lange tenen. Op haar kleding en haar sandalen zijn nog sporen te zien van de kleuren waarmee ze, zoals elk Grieks beeld, oorspronkelijk beschilderd was. Ze staat stijf en kijkt sereen naar voren.

Deze korè, verzekerd voor een bedrag van twintig miljoen gulden, is het pronkstuk van de tentoonstelling 'Marmer in beeld', die gisteren in het Amsterdamse Allard Pierson Museum geopend werd. “Dit beeldje is een van de best bewaarde korai die ooit als wijgeschenk op de Akropolis stonden,” zegt de directeur van het museum, professor H.A.G. Brijder. “Het is door de Atheners in de grond gestopt, net voordat de Perzen in 480-79 voor Christus de stad innamen en de heiligdommen op de Akropolis verwoestten. Een eeuw geleden is het opgegraven, inclusief de meandermotieven op de kleren, en, wat nog veel zeldzamer is, een linkerarm die in de vroege Griekse tijd gerestaureerd is.”

Op de tentoonstelling - de eerste van Griekse beeldhouwkunst in Nederland, beklemtoont Brijder - is de korè het mooiste voorbeeld van de 'Archaïsche Stijl', die opgang deed vanaf 600 v. Chr., toen Griekse beeldhouwers zich (onder invloed van Egyptische voorbeelden) toelegden op de perfectionering van de menselijke figuur in steen en marmer. Behalve geklede vrouwenfiguren werden vooral kouroi gemaakt, naakte jongelingen die werden afgebeeld volgens een vast stramien: rechtop, met één been naar voren en de armen met gebalde vuisten langs het lichaam. In het Allard Pierson zijn er verschillende te zien: de 'Amsterdamse kouros' bijvoorbeeld, een vertederend beeldje van lichtgele kalksteen (begin zesde eeuw) dat vorig jaar door het museum werd aangekocht; of de onaffe kouros uit de Pentelikon-marmergroeve bij Athene, die suggereert dat beeldhouwers om transportkosten te sparen hun kunstwerken al in de groeve zo veel mogelijk uithakten.

“De Grieken zijn de uitvinders van de ideale, natuurlijke menselijke vorm,” zegt Brijder, terwijl hij stil staat bij de opvallendste kouros van de tentoonstelling: de van het Brits Museum geleende 'Strangford Apollo' uit 500 v. Chr. “In deze zaal kun je zien hoe ze steeds meer beweging in de beelden wisten te krijgen.” Brijder wijst op de verschillen tussen de perfect geproportioneerde, maar enigszins statische Apollofiguur (“met zijn gespierde dijen en geprononceerde billen een schaatsersfiguur van het type Koss”) en de manshoge discuswerper in Klassieke Stijl die ernaast staat. Zijn bekken is gedraaid, zijn knieën zijn gebogen, hij bereidt duidelijk een actie voor. Brijder: “Het is eigenlijk ongelooflijk dat er minder dan een eeuw zit tussen de Strangford Apollo en de originele bronzen versie van deze marmeren discuswerper.”

De missing link is ook te zien in Amsterdam - zij het niet driedimensionaal. Het is een levensgrote tekening van de 'Doryphoros' (Speerdrager) van Polykleitos, een beeldhouwer uit het midden van de vijfde eeuw die ook bekend is door zijn tractaat over de ideale maten en verhoudingen voor de afbeelding van het menselijk lichaam (de Kanon). Het lichaam van de man met een speer over zijn schouder laat een verschil zien tussen spieren die gebruikt worden en spieren die ontspannen zijn. Hij lijkt misschien niet te bewegen, zoals de discuswerper, maar in tegenstelling tot de Strangford Apollo is hij overduidelijk een Echt Mens en niet zomaar een Mooi Beeld.

De kouroi, korai, sportlieden, godenfiguren en grafreliëfs uit de Archaïsche en Klassieke tijd - in totaal vijftien sculpturen, de meeste in bruikleen - vormen de hoofdmoot van de tentoonstelling, die begint met uitgebreide informatie over de winning, het transport en de bewerking van marmer. Maar ook de latere ontwikkelingen in de Griekse beeldhouwkunst worden geïllustreerd. Naast de discuswerper staat een beeld van Aphrodite dat vooruitloopt op de 'ontdekking' van het vrouwelijk naakt in de vierde eeuw. Het is gemaakt in de zogeheten Natte Stijl: het kleed van de godin is in dunne plooien tegen haar lichaam aangeplakt, alsof ze net uit het water komt; haar navel en rechtertepel zijn duidelijk afgetekend. Wie Aphrodite naakt wil zien, moet enkele meters verder lopen, waar een prachtig torso uit de hellenistische tijd (derde eeuw v. Chr.) het einde van de tentoonstelling aankondigt.

Met 'Marmer in beeld' viert het Allard Pierson Museum niet alleen het zestigjarig bestaan, maar ook het feit dat na jaren van ruimtenood een aantal nieuwe tentoonstellingszalen worden betrokken. Het zijn de verbouwde directievertrekken van de Nederlandsche Bank, die tot 1976 in het neoclassicistische gebouw aan de Oude Turfmarkt gevestigd was. Het oorspronkelijke Amsterdamse School-interieur is grotendeels verdwenen, maar de bezoeker kan nog wel iets zien van de vroegere grandeur. Het laatste stuk van de tentoonstelling, een gipsen kopie van de beroemde Laokoön-groep uit de hellenistische tijd, is namelijk opgesteld in een van de originele wachtkamertjes. Tussen de donkerbruine panelen en de ondoorzichtige glas-in-loodramen, lijken de Trojaanse priester en zijn twee zonen niet alleen te willen ontsnappen aan de enorme zeeslang die hen omstrengelt, maar ook aan het veel te kleine kamertje.

    • Pieter Steinz