Your precious love

Veel simpeler kan een lied niet beginnen. Een door de onwil van zijn leerlingen tot wanhoop gebrachte muziekleraar had het kunnen verzinnen als laatste poging om zijn klas enig maatgevoel bij te brengen: een zacht deinend boer-daar-ligt-een-kip-in-'t-water, uitgevoerd met de ernst van Beethoven. Een uitnodigend opengeslagen bedje van bas, drums en gitaar, waar zelfs een dronken straatzanger met zijn ogen dicht in kan vallen en goed terechtkomen. Maar wacht, het is toch gewoon weer de beste van de klas die, soepel bewegend in zijn scherpe kleren en aangemoedigd door het 'ahhhhh' van de anderen, als enige naar voren komt. Zodra hij begint te zingen verandert het klaslokaal in een kerk, de lessenaar in een altaar, en als we alleen op ons gehoor waren afgegaan en niet, wiegend op de maat van het lied, de bruid door het middenpad hadden aan zien komen lopen, hadden we gezworen dat de zanger daar stond om de lof van de Heer te zingen.

For your precious lo-o-ve / means more to me / than any love could ever be-e / For when I-I-I wanted you-ou / I was so lonely and so blue / So that's what love will do. Deze jongeman schept duidelijk behagen in de rijkdom van zijn bariton, hij overhandigt ons zijn geloofsbrieven en trouwgelofte op een bronzen schaal. Wij prijzen onszelf gelukkig met zo'n vrome schoonzoon: Jerry Butler, toen, in 1958, nog als één van de drie Impressions mede-auteur en zanger van hun eerste hit 'For Your Precious Love' - de moeder van alle soulballads, die al net zo lang net zo hoog in de Top Tien van Op Surinaamse Feestjes Meest Gedraaide Songs staat als 'Child In Time' van Deep Purple in Veronica's Top 100 Aller Tijden. Echter niet in de oorspronkelijke versie van The Impressions maar in die van Linda Jones uit 1972. Otis Redding was haar in '65 voorgegaan en had in de fade out al wel enigszins gezinspeeld op de emotionele uitbarstingen die onder het uitgestreken smoel van dit lied op de loer liggen, maar zelfs de monumentale versie van Geater Davis uit 1971, die achteneenhalve minuut lang als een man-in-trance door het lied dwaalt met af en toe een langgerekte schorre kreet wanneer hij per ongeluk op zijn eigen ziel trapt, gaat niet ver genoeg om je erop voor te bereiden wat Linda Jones met Your Precious Love doet, of liever gezegd: wat het lied met háár doet.

De enige foto die ik van haar ken is er een in close-up, met haar hoofd, waarvan de kin wat ongemakkelijk op haar linkerhand rust, voor driekwart naar ons toegedraaid. Haar wat moederlijke en mat glimlachende gezicht is - zoals lange tijd gebruikelijk was bij publiciteitsfoto's van zwarte artiesten - zo belicht dat ze, op wat schaduw langs de kaken na, blank lijkt. Haar wenkbrauwen zijn geëpileerd, haar lippen geglosst, het (gladgestreken en netjes opgestoken) haar glanst als honing in de zon en aan haar oor fonkelt een toneeljuweel. Het is het soort foto van een 'goed verzorgde' vrouw, zoals je die ziet op het omslag van het type 'How To' boeken dat de Oprah Winfrey Show tot leidraad dient, of boven de 'Lieve Lita'-rubriek in een damesblad-voor-het-hele-gezin.

In die hoedanigheid, van een met schoorsteenmantelwijsheden strooiende troosteres, treffen we haar ook aan, wanneer ze, bijna zonder haar combo de gelegenheid te hebben gegeven zich te introduceren, vanachter haar nep-antieke secretaire in de ruime living van haar smaakvol ingerichte huis ergens in een nette voorstad, het woord tot ons richt: “Into each life a little rain must fall and you know every day cannot be sunny; not every smile is a smile of happiness and every tear that is shed is not a tear of joy.” Er zit direct al iets gejaagds in haar toon, alsof ze ongeduldig wordt van haar eigen platitudes. Steeds sneller pratend staat ze op en loopt toe op onze verborgen camera. Wat ze in de volgende twee minuten zegt, is een samenvatting van de tekst van het origineel. “Dit lied draag ik op aan alle eenzame geliefden 'out there', die ik op het hart zou willen drukken hun liefdesgevoelens, hoe onbeantwoord ook, niet onder stoelen of banken te steken. Dat je de hele wereld aan zijn of haar voeten kan leggen, is misschien wat overdreven, maar zeggen dat je bereid bent voor hem of haar de hoogste berg te beklimmen of de diepste zee over te zwemmen, kan best. Maar misschien komt wat ik bedoel beter over als ik zing.”

Rondje trommels, nonnenkoor, en ze zingt, Linda Jones, ze zingt - als iemand die na jaren stomheid opeens haar stem heeft teruggevonden, en een veel leniger, krachtiger stem dan ze zich kan herinneren. Als een lamme die plotseling weer kan lopen trekt ze korte sprintjes, springt in een handstand, valt terug in een volmaakte spagaat en schiet bijna in dezelfde beweging weer juichend overeind. Sommige lettergrepen van de woorden uit het eerste couplet rekt ze over zoveel noten uit dat de grafische weergave ervan eruit zou zien als een leugendetector-test van Richard Nixon tijdens Watergate. Het is de liefde die dit wonder verricht, jubelt haar stem, die zich tegelijk geen raad weet met het feit dat die liefde niet God betreft maar een Man. Omhoog! Nee, omlaag! Nee, omhoog!

Het tweede stuk parlando is puur manische bezwering van de duistere schaduwen die zich nu vlak onder het gladde oppervlak van haar gezapige leven aaneensluiten tot een grote zwarte vis van verlangen. Een fragment: “I always believed that the Lord can help me if no one else could, but sometimes I think he don't even help. So I have to fall a little lower on my knees, look up a little higher, kind of raise my voice a little higher and this is what I say when I call for my man” - opgezegd met de snelheid van een stout kind dat vijftig 'wees-gegroetjes' per minuut afraffelt. Maar vergeefs. “Let me do it to 'em”, laat ze zich ontvallen en het volgende moment licht ze op als een fakkel, schiet metershoog de lucht in als een krant die vlam heeft gevat, en is vrij. Of nee... het is alleen haar stém, die met een glasbrekend hoge noot aan de greep van haar keel is ontsnapt en nu als een lichtgevende zwaluw eerst langs de gordijnen scheert en al snel via het bovenlicht in de buitenlucht om haar eigen as buitelend naar steeds hoger sferen suist om daar te getuigen van genietingen die voor de keurige mevrouw, die daar beneden op haar kamerbreed tapijt geknield ligt, taboe waren. 'For your precious lo-o-ve, for your precious lo-o-ve....'

Toen Linda Jones op 14 maart 1972, nog geen twee maanden na de opname van 'Your Precious Love', in de kleedkamer van het Apollo-theater in Harlem aan een aanval van suikerziekte bezweek, zat haar ziel tenminste al hoog en droog in de hemel.

    • Roel Bentz van den Berg