Vrijdag 4; Heathcliff Richard

Wat een pret had de verslaggeefster van de BBC, die vorige week een reportage mocht maken over het nieuws dat de popzanger Cliff Richard de mannelijke hoofdrol gaat spelen in een musical-bewerking van het negentiende-eeuwse epos Wuthering Heights. Ze putte zich uit in geestige eufemismen voor de verbazing die menigeen had bevangen. Cliff Richard als Heathcliff, in de voetsporen van Laurence Olivier in de klassieke verfilming uit 1939? De beminnelijke vocalist die zich publiekelijk heeft bekend tot een celibatair bestaan, in de erotisch geladen rol van de later door Kate Bush nog zo heftig bezongen natuurmens? Nu, de lacherigheid was niet van de lucht. En gretig deed ook de voorzitter van het Emily Brontë-genootschap zijn voorspelbare zegje in de BBC-microfoon: dat kan nooit wat worden.

Zelf kreeg de dappere vocalist maar weinig gelegenheid om over zijn plan te vertellen. Hij had besloten zelf als belangrijkste financier van de 5 miljoen pond kostende produktie op te treden, zei hij, omdat hij heel goed inzag dat geen enkele producent hem zou hebben gevraagd Heathcliff te spelen. En hij voegde er vriendelijk aan toe dat hij zijn uiterste best zou doen: “Privé lijk ik inderdaad helemaal niet op Heathcliff, maar ik hoop straks op het toneel helemaal niet op Cliff Richard te lijken.”

Met deze uitspraak raakte de zanger, in de BBC-reportage spottend getypeerd met een flard uit het zoete The young ones van meer dan dertig jaar geleden, de kern van het theater. Waarom zou een goed acteur - en natuurlijk is van Cliff Richard nog niet bewezen dat hij dat is - niet in staat zijn een rol te spelen die tegen zijn eigen personage ingaat? Er zijn legio voorbeelden van verrassende tegen-casting, die een rol des te boeiender maakte. Toen de komiek Johnny Kraaykamp door Franz Marijnen werd gevraagd om King Lear te spelen, was de hoon evenmin van de lucht. Uiteindelijk bleek Kraaykamp de beste mannelijke hoofdrol van dat seizoen te hebben gespeeld.

Casting, het vinden van de ideale combinatie tussen een acteur en een rol, vergt een vergaand inzicht dat buiten vakkringen nauwelijks wordt erkend. Dit seizoen bleek Ramses Shaffy in de titelrol in De man van La Mancha een vondst van formaat te zijn. En nu al wordt alom hetzelfde voorspeld van Paul van Vliet als professor Henry Higgins in My fair lady, volgend seizoen. Weliswaar is in beide gevallen gekozen voor iemand die zich voordien niet in een musical had vertoond, maar ook is er bij Shaffy èn Van Vliet onmiskenbaar sprake van zichtbare overeenkomsten tussen de acteur en de te spelen rol. Daar is veel voor te zeggen. Maar het is vanzelfsprekend geen garantie voor succes.

Cliff Richard geeft, als co-producent van Wuthering Heights, de voorkeur aan tegen-casting. Hij heeft zichzelf gekozen. Blijkbaar vermoedt hij in zichzelf een potentie die niet eerder naar buiten is gekomen. Het zou een smartelijke vergissing kunnen zijn, maar ook een buitengewoon spannende onderneming met - wie weet - een hoogst verrassend resultaat. Wie vooraf al ten prooi valt aan lacherigheid, heeft weinig zin voor avontuur.