Vervolging wegens fraude bij broodtest

ROTTERDAM, 4 MAART. De Consumentenbond wordt verdacht van fraude. Het Openbaar Ministerie is een gerechtelijk vooronderzoek tegen de bond begonnen op basis van aangifte van valsheid in geschrifte en het daarop volgende politie-onderzoek. Dat bevestigt de Haagse persofficier van justitie, mr. N. Zandbergen.

“Het proces verbaal heeft voldoende materiaal opgeleverd om de rechter te verzoeken de rechter-commissaris extra onderzoek te laten verrichten”, aldus Zandbergen. Binnen een maand wordt beslist of tot dagvaarding van de bond wordt overgegaan.

De Consumentenbond was vanochtend formeel nog niet op de hoogte gesteld en ziet de afloop van het onderzoek, waarbij getuigen onder ede kunnen worden gehoord, met vertrouwen tegemoet.

Eind mei vorig jaar deed Robert Verlinden, eigenaar van een natuurvoedingswinkel in Rotterdam, aangifte bij de Haagse politie van geknoei met financiële stukken waarmee de bond gebreken in zijn onderzoek zou verhullen. Verlinden meende te kunnen aantonen dat de bond een aantal kassabonnen, die moesten aantonen dat voldoende brood voor een vergelijkende test was gekocht, waren vervalst. Het betrof een onderzoek naar 'meergranenbrood' uit mei 1991 waarover in de Consumentengids van 1991 is gepubliceerd.

Zelf was Verlinden, als broodverkoper, betrokken bij een onderzoek naar volkorenbrood uit september 1992 waarover in februari 1993 is gepubliceerd. Verlinden ging niet akkoord met de ongunstige uitslag van de test die hij voor publikatie mocht inzien. De bond toetst de kwaliteit van brood aan het Broodbesluit van de Warenwet en is op grond daarvan verplicht per broodsoort steeds vijf broden te kopen. Maar uit teruggevraagde kassabonnen bleek dat in september bij Verlinden maar vier broden waren gekocht. Verlinden verbood daarom publikatie en diende een vordering in voor juridische bijstand.

Die weigert de bond te betalen omdat, zegt hij, juist gezien de onvolledigheid van de aankoop publikatie nooit is overwogen. Toen daarop andere bakkers kassabonnen terugvroegen uit het eerdere onderzoek aan meergranenbrood, waarvoor de bond zelfs beweerde steeds zes broden te hebben gekocht, verschenen er bonnen die volgens sommigen aantoonbaar waren vervalst. Verlinden ziet daarin het bewijs dat de bond gewoonlijk wel degelijk publiceert als het onderzoek onvolledig is.