Timmer: 'Philips heeft het ergste gehad'

EINDHOVEN, 4 MAART. Hij doet zijn best, zegt hij, geen uitgebluste indruk te maken. Hij is niet oververmoeid. Hij is niet aan het einde van z'n Latijn. En hij wil nog wel een poosje doorgaan als president van Philips.

Jan Timmer maakte het gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers nog maar eens heel duidelijk: suggesties dat zijn vertrek nabij is krijgen van hem geen voeding. “In mijn 42-jarige loopbaan ben ik me nooit te buiten gegaan aan het plannen van een volgende functie of het lobbyen voor een baan. Ik wil niet speculeren over de toekomst, want ik voel er niets voor om onzekerheid te scheppen.”

De speculaties over Timmers vertrek vloeiden onder meer voort uit een gesprek dat deze krant vorige maand had met Philips' president-commissaris Wisse Dekker. Dekker liet weten het moeilijk te vinden over de toekomst van Timmer te spreken. Dat dit als verkapt vertreksignaal is opgevat heeft, aldus Timmer, zowel Dekker als hemzelf verbaasd.

Dat hij, als aanvoerder van de saneringsoperatie Centurion, inmiddels drie tropenjaren en vijf tropenmaanden, heeft gemaakt - dàt zal Timmer niet ontkennen. Maar hij plukt de zoete vruchten van het succes, en die smaken naar meer. De harde, meetbare doelstellingen zijn behaald en voor een deel overtroffen, aldus Timmer, die na het verlies van 1992 over het afgelopen jaar bijna twee miljard winst kon tonen en bescheiden omzetgroei. Nu is het werken aan “onzichtbare, zachte factoren”, zoals de bevordering van veranderingsgezindheid, kwaliteit en klantgerichtheid.

In de cijfers kwam de verbetering vooral tot uitdrukking bij Verlichting, Overige consumentenprodukten (waarin het zeer winstgevende PolyGram) en Componenten en Halfgeleiders. Deze sectoren wisten alle hun resultaat boven het miljard te brengen en boekten omzetgroei. De voor Philips cruciale sector Consumentenelektronica bleef in de rode cijfers, maar vertoonde opmerkelijk herstel: omzetgroei en een toename van het bedrijfsresultaat met bijna een half miljard gulden. Alleen Professionele Produkten en Systemen (medische apparatuur, telecom-apparatuur, industriële elektronica) zag zowel omzet als resultaat dalen.

In deze twee laatste sectoren zitten dan ook Philips' grootste problemen, waarvan er twee uit 'het oosten' komen. Doelde Timmers voorganger Dekker met die term ooit op 'de Japanse dreiging', voor de huidige president is de kwestie aanzienlijk dichterbij en aanzienlijk concreter. De Beierse dochterbedrijven Grundig (consumentenelektronica) en Philips Kommunikations Industrie (PKI, telecommunicatie) lijden honderden miljoenen marken verlies. Begin jaren '90 profiteerden ze nog volop van de euforische bestedingshausse na de Duitse hereniging, nu zijn ze beide overdonderd door vraaguitval. Nu blijken ze te duur, te vet en te traag. Reorganisaties die duizenden banen kosten zijn inmiddels in gang gezet.

Hoewel precieze cijfers niet zijn bekendgemaakt, kost Grundig Philips over 1993 ten minste 450 miljoen gulden, los van de kosten van herstructurering. Dat was de enige reden dat Philips' Consumentenelektronica nog bleef steken in rode cijfers. Zonder Grundig zou aan televisies, autoradio's en wat dies meer zij eindelijk weer eens stevig zijn verdiend.

Het verlies van het beursgenoteerde PKI zal pas over enkele maanden bekend worden gemaakt. Feit is nochtans dat deze onderneming in hoofdzaak verantwoordelijk was voor de daling met 486 miljoen gulden van het resultaat in de sector Professionele Produkten en Systemen.

Zowel PKI als Grundig zijn doornen in Timmers oog. Het management van die bedrijven heeft inmiddels korte en tamelijk eenduidige instructies gekegen vanuit Eindhoven. Omdat zijn geduld begint op te raken “door het getraineer aan Grundig-kant”, greep de Philips-president de gelegenheid gisteren niettemin aan voor wat ouderwets spierballenvertoon. “Philips is zijn verplichtingen tegenover Grundig altijd nagekomen en heeft zijn beste mensen gestuurd. In ruil daarvoor verwacht ik een snelle oplossing.” Aanpassing aan “nieuwe realiteiten” moet sneller gebeuren. Dat banen wegvallen is “moeilijk”, maar “overleven is op lange termijn belangrijker”. Zijn verklaring diende niet als goedkoop dreigement te worden gezien, aldus Timmer. Ander Philips-personeel begrijpt niet waarom het proces zo traag verloopt; aandeelhouders vinden het onaanvaardbaar.

Die aandeelhouders zullen nochtans gisteren redelijk tevreden zijn geweest over de hervatting van dividendbetalingen door Philips. Sinds 1990 heeft het in opperste nood verkerende elektronicaconcern het voorhanden geld gebruikt voor andere doeleinden. De twee kwartjes per aandeel die het nu wil uitbetalen aan beleggers stellen op zichzelf niet veel voor. Maar het Philips-management zag de uitkering graag geïnterpreteerd als een uiting van vertrouwen. “We hebben de allerergste problemen achter ons liggen en voorzichtig de weg naar herstel gevonden”, suggereerde Timmer.

Afgaande op de cijfers die Philips gisteren verstrekte en de circa 8 procent koersstijging van het aandeel, zou hij gelijk kunnen hebben. Door de herstructureringen van de laatste drie jaar zijn de kosten van de organisatie aanmerkelijk verlaagd. Het personeelsbestand daalde sinds 1990 met 59.000 mensen tot 238.000. De voorraden werden 20 procent teruggedrongen tot 16,5 miljard gulden, de debiteuren met 15 procent tot 1,6 miljard. Het werkkapitaal nam in dezelfde periode af met 2,6 miljard gulden tot 21 miljard, de voor produktie ingezette activa met 4,8 miljard tot 24,1 miljard gulden en de netto schuld met 6,2 miljard tot 8,6 miljard gulden.

Tegenvallend noemde Timmer overigens de ontwikkeling van de omzet, die sinds 1990 slechts 5 procent toenam. Maar tegenover 8 procent lagere prijzen stond wel en 11 procent hoger afzetvolume. De winst als percentage van de omzet (gecorrigeerd voor reorganisatiekosten) steeg van 4,2 naar 5. De kasstroom ten slotte liep op van 200 miljoen negatief naar 6,8 miljard gulden.

De lagere schuldenlast, gedaalde rente en de verkoop van activiteiten ter waarde van bijna vier miljard gulden hebben Philips' financiële positie aanmerkelijk verbeterd. De verhouding tussen netto rentedragende schulden en en het groepsvermogen verbeterde in één jaar van 58:42 tot 40:60. “Eerder dan mogelijk geacht”, zei financieel bestuurder Dudley Eustace. “Dat biedt weer mogelijkheden het bedrijf sneller te revitaliseren.”

Dat zal nodig zijn zolang met name de Europese markt in mineur blijft. Philips haalt er immers nog steeds 54 procent van zijn omzet vandaan en verwacht niet dat de druk op de marges dit jaar afneemt.

De herstructureringen, en het banenverlies, die de afgelopen jaren bij Philips zo gewoon zijn geworden zullen dan ook aanhouden. In 1993 is daarvoor 1.126 miljoen gulden aan voorzieningen getroffen, een fractie onder de 1,2 miljard van het jaar ervoor. Werd dat bedrag in 1992 geheel ten laste van het bedrijfsresultaat gebracht, over 1993 is 747 miljoen gulden aan voorzieningen voor de verkoop van verlieslijdende bedrijven weggestreept tegen incidentele baten. De resterende 379 miljoen gulden is ten laste van het resultaat gebracht. Want, verklaarde Timmer, “een bedrag van enkele honderden miljoenen (voor aanpassing van de organisatie, red.) wordt onderdeel van de normale bedrijfsvoering. Centurion houdt nooit op”.

De noodzaak van veranderingsgezindheid groeit volgens hem binnen Philips, en leeft zeker in de beleidsbepalende Groepsraad. “Daarvan krijg ik steeds meer hulp.” Het “ultieme doel” van Jan Timmer komt daardoor binnen bereik: “De firma runnen op een strand in Hawaï, waarvan ik dan af en toe per fax zal melden: Goed gedaan, jongens. Ga zo door.” Wat speculeren over Timmers vertrek bijna overbodig maakt.