Serviërs in het nauw gedreven

Radovan Karadzic en Slobodan Milosevic zijn door de nieuwe Amerikaans-Russische bemoeienis met de Bosnische crisis flink in het nauw gedreven. De leiders van de Serviërs in Bosnië en Servië zijn door het initiatief van Washington en Moskou gedwongen hun uiteindelijke plannen over de toekomst op tafel te leggen. Het is kiezen of delen voor de aanjagers van de oorlog in Bosnië - en wel nù.

Karadzic, de man die de oorlog in Bosnië ontketende omdat zijn Serviërs niet als minderheidsgroep in een onafhankelijk Bosnië wilden wonen, heeft tijdens zijn driedaagse bezoek in Moskou de wind van voren gekregen van zijn grote en enige beschermheren. Hij werd als een staatshoofd ontvangen, met rode lopers en hoge gesprekspartners en zelfs een avondje uit naar de voetbalwedstrijd tussen Spartak Moskou en FC Barcelona, in het gezelschap van zijn vriend Zjirinovski. Maar binnenskamers werden hem wel de duimschroeven aangezet. “Moeilijke besprekingen”, klaagde Karadzic na afloop. “Er is met de vuist op tafel geslagen”, zo drukten anonieme Russische diplomaten het later uit.

Karadzic werd onomwonden duidelijk gemaakt dat de solidariteit van Moskou met de Serviërs grenzen heeft en dat ze er alleen op kunnen rekenen zolang ze zich plooibaar opstellen. Moskou heeft twee jaar lang tandenknarsend moeten toezien hoe het Westen op de Balkan het initiatief in handen hield, hoe gebrekkig ook, en Rusland buitenspel stond; nu Rusland een kans heeft weer op het internationale toneel mee te spelen, zo werd Karadzic duidelijk gemaakt, wil het zich die kans niet laten ontnemen door halsstarrigheid van de Serviërs.

Het werkte: Karadzic stemde in met de door de VN geëiste heropening van het vliegveld van Tuzla. Dat daar vijftig Russische blauwhelmen komen om erop toe te zien dat de moslims zich niet via dat vliegveld bewapenen, was een mooi doekje voor het bloeden, waarmee Karadzic in eigen kring het gezicht kan redden. “Karadzic heeft zich nu gerealiseerd dat koppigheid hem duur te staan kan komen en dat concessies onvermijdelijk zijn. Moskou heeft hem duidelijk gemaakt niet bereid te zijn terwille van de Serviërs een confrontatie met de NAVO aan te gaan”, zo concludeerde gisteren al de Izvestija.

Terwijl Karadzic in Moskou in de tang werd genomen, dwongen - want dat is het woord - de Amerikanen in Washington Kroatië, de Bosnische Kroaten en de Bosnische moslims tot een akkoord over de vorming van een moslim-Kroatische federatie in Bosnië en een confederatie van dat nieuwe Bosnië met Kroatië.

Die afspraak brengt, nog voordat Karadzic goed en wel uit Moskou is teruggekeerd, de bal weer op zijn speelhelft: hij moet bepalen wat hij met die nieuwe federatie aan moet - wat betekent dat hij moet zeggen hoe hij de definitieve toekomst van zijn 'Servische republiek' in Bosnië ziet: als onderdeel van een federatief Bosnië - de uitnodiging tot toetreding is al binnen -, als onafhankelijke staat, of als onderdeel van Servië binnen de Joegoslavische federatie (Servië en Montenegro).

Voor het eerste voelt Karadzic niets: bijna twee jaar lang hebben de Serviërs oorlog gevoerd om dat eerste alternatief te voorkomen. De tweede optie is zeer onaantrekkelijk. Resteert de derde. Maar de vraag is of de internationale gemeenschap heil ziet in de tweede en de derde optie. Hoe dan ook: de kaarten moeten nu op tafel. Geen wonder dat Karadzic sceptisch en geïrriteerd reageerde op het akkoord van Washington - terwijl zijn Russische 'vrienden' het uitdrukkelijk prezen.

Het vervelende voor Karadzic en zijn Serviërs is dat ze zich niet langer in de positie bevinden vrij te kunnen beslissen over hun toekomst. Zoals het Servische blad Politika gisteren schreef: “Rusland steunt de Serviërs niet (en zal hen ook nooit steunen) in de mate waarin de Verenigde Staten en Turkije de moslims en Duitsland en het Vaticaan de Kroaten steunen.” Daar zit wel iets in, al wordt de relevantie van Turkije en het Vaticaan schromelijk overdreven. De Serviërs bekruipt het onaangename gevoel dat over hun lot sinds de plotselinge bemoeienissen van Moskou en Washington elders wordt beslist. Niet voor niets heeft de Servische oppositieleider Draskovic - sinds de Servische verkiezingen van december weer op en top de ultranationalist die hij vroeger was - de diplomatieke doorbraken in Washington en Moskou al bestempeld als “een nieuw Jalta”.

Ook zijn voormalige beschermheer, de Servische president Milosevic, moet nu zijn kaarten op tafel leggen. En voor hem is het probleem ingewikkelder, omdat hij niet alleen nauw betrokken is bij de zaak van de Bosnische Serviërs, maar ook bij de toekomst van de Krajina, het deel van Kroatië dat sinds twee jaar wordt beheerst door de Kroatische Serviërs. De vraag wat hij met die Krajina aan moet is niet eenvoudig te beantwoorden: voor Zagreb is geen prijs te hoog om de soevereiniteit over de Krajina terug te krijgen; de Kroatische Serviërs van hun kant weigeren koppig het gezag van Zagreb te erkennen.

Milosevic moet antwoord geven op de vraag of hij bereid is de Kroatische Serviërs op te offeren voor een regeling in Bosnië. Dat antwoord moet hij sneller geven dan hem lief is. En in een onderhandelingsproces waaraan hij niet meer direct met zijn Kroatische collega Tudjman kan onderhandelen, maar waaraan naast de Verenigde Naties en de Europese Unie ook de Verenigde Staten en Rusland zijn aangeschoven. Die mogendheden laten zich minder gemakkelijk bedotten en lijmen dan West-Europa.

Er is de afgelopen jaren wel gespeculeerd dat de zaak van de Kroatische Serviërs Milosevic heel wat minder aan het hart gaat dan op het eerst gezicht lijkt. De Serviërs in Kroatië staan bekend om hun eigengereidheid: ze zijn notoire lastpakken die zich van tijd tot tijd koppig verzetten tegen de scenario's die Milosevic in het verre Belgrado voor hen uitdoktert. Het is niet ondenkbaar dat Milosevic, terwille van een prettige regeling in Bosnië, de Kroatische Serviërs laat vallen. Wat die dan gaan doen is een open vraag. Maar duidelijk is wel dat het vredesproces in Bosnië in een kritiek en misschien wel laatste stadium is beland en dat van de Serviërs nu dramatische beslissingen worden verwacht. Voor Vuk Draskovic is de zaak al duidelijk: “Krajina is definitief verloren” voor de Serviërs, zo werd hij gisteren door de International Herald Tribune geciteerd.

    • Peter Michielsen