Pronk zegt reis naar Soedan af

DEN HAAG, 4 MAART. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) gaat volgende week niet naar Soedan, omdat de regering in Khartoem hem geen medewerking wil verlenen om te bemiddelen in de burgeroorlog. De minister heeft niet het gevoel dat hij zich komende week vrij kan bewegen in het land, aldus zijn woordvoerder.

Pronk had vanuit het zuiden van Soedan willen reizen naar verzetsgroepen in het Nuba-gebergte, maar hij kreeg geen verlof om daar met een klein vliegtuigje te landen. Vorig jaar heeft Pronk ook een bezoek gebracht aan het Nuba-gebergte, maar die tocht stond onder controle van de regering. Bij terugkeer in Nederland liet Pronk toen weten dat de situatie met betrekking tot de mensenrechten in het Nuba-gebergte iets was verbeterd.

De conclusie van een rapporteur van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, de Hongaar Gaspar Biro, luidt volkomen anders. De Soedanese regering is woedend over het deze week in de VN-commissie besproken rapport en beschuldigt Biro van blasfemie, maar de Europese Unie roemde zijn degelijke en onpartijdige onderzoek. Pronk liet de Soedanese ambassadeur deze week weten dat ook Nederland het rapport van Biro steunt.

Pronk had bij zijn vorige bezoek al gevraagd of hij via het zuiden niet zelf in contact kon komen met de leiders van de verschillende partijen in het conflict. Vanochtend heeft Pronk zijn beslissing om van de reis af te zien meegedeeld aan de Soedanese ambassadeur Siddiq. In dat gesprek heeft de minister gezegd dat hij zijn pogingen om te bemiddelen in de burgeroorlog niet wil opgeven.