Parma niet onder indruk van te voorzichtig Ajax

AMSTERDAM, 4 MAART. Het was meer een retorische vraag die de Italiaanse journalist aan Ajax-trainer Louis van Gaal stelde. Hij vond Tarik Oulida zo'n mooie speler. Daar wilde hij Ajax mee complimenteren. Voor Van Gaal een reden op zijn eigen wijze enige nuances aan te brengen. “Oulida? Niet tevreden, te weinig diepte, te veel in de breedte. Voor een nummer 4 dan. Maar ik begrijp u. Wel oogstrelend.”

Er kan een wereld van verschil liggen tussen de tactiek en de streling van het oog. Trainers dienen anders te denken dan liefhebbers. Het was een leuke opmerking van die Italiaan, dat hij een Ajacied een compliment gaf. Maar voor leuke opmerkingen van Italiaanse voetballiefhebbers moet je op je hoede zijn. Voordat je het weet staat er in Italiaanse kranten dat Oulida oogstrelend speelt en heeft zich al weer een Italiaanse club bij Ajax gemeld om naar de aanwezigheid van een mogelijk nieuw talentje te informeren.

Zo weten ze in Italië dat ene Tarik Oulida bij Ajax speelt. Zo weten we in Nederland dat Faustino Asprilla bij AC Parma speelt, dat Parma echt een goed elftal heeft. Niet zomaar een Italiaanse ploeg uit de provincie, die in uitwedstrijden negatief speelt, maar constructief verdedigend en constructief 'counterend'. Balvaardige spelers, allemaal, basisspeler of invaller. Nuchter en van geen Ajacied onder de indruk. Europa-Cupwedstrijden hebben het grote voordeel dat we over de grenzen kunnen kijken. Ze verruimen de blik van de voetballiefhebber.

Wedstrijden die in 0-0 eindigen zijn doorgaans saai geweest. Het eerste duel tussen Ajax en Parma was een uitzondering op de regel. Boeiend, bij vlagen prachtige staaltjes voetbal van met name Asprilla en bijna ontelbare mogelijkheden op doelpunten, aan beide kanten. En dat ondanks een zeer moeilijk bespeelbaar veld. Dat het een spectaculaire wedstrijd was, wilden zowel Van Gaal als Parma-trainer Nevio Scala wel toegeven. Maar de uitslag stemde hen niet tot tevredenheid. Ajax had moeten scoren om in de uitwedstrijd nog kans op de halve finale te maken, vond Van Gaal. En Scala meende dat 1-1 of 2-2 beter was geweest dan deze 0-0.

Beide teams kwamen enigszins gehavend in het veld. Ajax miste Overmars, die aan de vooravond last van buikloop kreeg, en daardoor pas in de tweede helft zijn opwachting maakte. Petersen maakte allerminst een gezonde indruk, maar had wel de voorkeur gekregen boven Finidi. Voor de Nigeriaan was geen plaats meer omdat naast Petersen al de buitenlanders Litmanen en Pettersson mochten spelen en vier buitenlanders niet zijn toegestaan.

Parma miste nadrukkelijk drie belangrijke verdedigers, die voor een wedstrijd geschorst waren. Met Benarrivo, Minotti en Di Chiara zouden de Italianen veel aanvallender hebben gespeeld. Dan zouden de Ajax-spitsen meer ruimte hebben gekregen. Dan zouden Melli en Asprilla niet zo vaak eenzaam in de voorste linies hebben moeten vertoeven. Dan had de wedstrijd nog leuker kunnen zijn. Misschien dat het duel dan in 2-2 of 3-3 zou zijn geëindigd.

Ajax had de meeste kansen. Petersen en Pettersson waren een paar keer dicht bij een doelpunt. Bij een inzet van Pettersson moest Apolloni op de doellijn zijn doelman assisteren. En Rijkaard kopte van dichtbij de bal naast het doel. Opvallende scoringsmogelijkheden, waar Litmanen volledig (en netjes) aan banden werd gelegd door beurtelings Sensini en Apolloni.

Maar Parma liet zich ook allerminst onbetuigd. Uit een vrije trap van Asprilla kopte Melli de bal rakelings naast het Ajax-doel. En Brolin zag een kopbal van dicht bij het doel in de handen van Van der Sar verdwijnen. De mooiste actie was voor Asprilla, soms wegdromend, maar altijd dreigend. Uit een voorzet van Zola zwaaide hij zijn linkerbeen krachtig en doeltreffend naar de bal. Zo technisch volmaakt, zo fantastisch raakte zijn voet de bal, maar Van der Sar tikte de bal nog net naast het doel. Jammer, het had zo'n mooi doelpunt kunnen zijn.

Asprilla was er in de tweede helft nog wel, heel af en toe weergaloos, soms dreigend, soms vallend in het strafschopgebied (geen strafschop), soms moederziel alleen. Maar tegen de stoï cijnse Frank de Boer had hij aanzienlijk minder in te brengen dan tegen Silooy, met wie hij in de eerste helft menig duel uitvocht. “We hebben die Parma-spitsen geen mandekking gegeven. Dat doen wij bij Ajax niet. Bovendien zwerven die twee spitsen te veel. Dan kun je beter in de ruimte verdedigen”, verklaarde Van Gaal na afloop.

Silooy was met een voldaan gevoel van het veld gestapt. Zoals je dat als verdediger kunt hebben als je het gevoel hebt dat je je tegenspeler hebt uitgeschakeld. Hij had tevoren wel driemaal op de video gekeken naar Asprilla. En dat was hem goed van pas gekomen, vond hij. “Je moet hem niet te kort dekken, een metertje geven. Maar hij is gevaarlijk, hij dreigt voortdurend. De kansen die hij kreeg, waren het gevolg van fouten bij ons in de opbouw. Dan kom je als verdediger op het verkeerde been te staan. Nee, hij is niet de lastigste tegenstander die ik heb gehad. Dat was Romario.”

De meeste complimenten van Van Gaal gingen dan ook uit naar de verdediging. Maar niet zonder enige nuances aan te brengen, zoals het een gewetensvolle trainer betaamt. “De sleutel van het succes ligt in de verdediging. Van daaruit had sneller en dieper gespeeld moeten worden”, kritiseerde hij de te voorzichtige opbouw. Vandaar ook de kritiek op Oulida, die zijns insziens agressiever had moeten spelen. De Marokkaanse Nederlander had een excuus. Het was zijn debuut in een Europa Cup-toernooi. En hij was, verontschuldigde Oulida zich, erg zenuwachtig geweest. En dan toch Italiaanse ogen strelen, dat is opmerkelijk.