Orgeldraaier vrijgesteld van BTW

LEEUWARDEN, 4 MAART. Orgeldraaiers hoeven geen BTW te betalen over de inhoud van hun centenbakjes. Dat heeft het Europese Hof van Justitie in Luxemburg beslist.

Het Hof deed uitspraak naar aanleiding van een zaak die was voorgelegd door de het Gerechtshof in Leeuwarden. Die wilde uitsluitsel over een dispuut tussen de belastingdienst in Leeuwarden en de Friese orgeldraaier R. Tolsma. De fiscus had Tolsma een naheffing opgelegd wegens niet-betaalde BTW. Volgens Tolsma was hij die heffing niet verschuldigd.

Straatmuzikanten, zo oordeelde het Hof, sluiten geen contract af met passanten die hen belonen. Fiscaal gezien leveren zij geen prestatie voor geld. Hun beloning hangt af van de vrijgevigheid van het publiek. Volgens Europees recht hoeft dus geen BTW te worden afgedragen.

Uitspraken van Luxemburg worden doorgaans overgenomen door nationale rechtbanken. De belastingdienst in Leeuwarden wacht nu de uitspraak van het hof in de Friese hoofdstad af alvorens zich te beraden over hoger beroep bij de Hoge Raad.

Omdat Tolsma en zijn boekhouder nog niets van de fiscus hebben gehoord, willen ze nog geen reactie geven op de uitspraak van het Europese Hof.

Volgens de Wet Omzetbelasting wordt BTW geheven indien tegenover de prestatie van een ondernemer een vergoeding wordt gesteld. In het geval van de straatmuzikant is moeilijk te bepalen of zo'n 'prestatie' is geleverd; hij maakt immers geen afspraak met het luisterend publiek. Als de straatmuzikant op verzoek tegen betaling ergens gaat spelen, valt hij wel onder de Wet Omzetbelasting. Kleine ondernemers zijn vrijgesteld van omzetbelasting als de heffing lager uitvalt dan 2.174 gulden.