Om druk op Japan verder op te voeren; VS stellen Super-301 wet weer in werking

WASHINGTON, 4 MAART. President Clinton heeft gisteren de algemeen gevreesde Super-301 wet voor eenzijdige handelssancties weer in werking gesteld. Daarmee wil hij de druk op Japan om meer Amerikaanse goederen te kopen, en zo het Japanse handelsoverschot terug te dringen, verder opvoeren.

“Deze daad zal ons helpen om ons doel te bereiken: het openen van markten waardoor betere banen worden gecreëerd en de lonen thuis en in het buitenland stijgen”, zei Clinton.

Clinton verzachtte zijn stap door voor ondertekening premier Hosakawa van Japan te bellen. Ook de Amerikaanse handelsgezant Mickey Kantor probeerde gisteren in een persconferentie in Washington de vuren te temperen. Hij zei dat de actie niet tegen Japan was gericht, maar voegde er aan toe dat Japan de “meest gesloten markt heeft in de wereld”. Hij onderstreepte dat hij een beroepsprocedure bij de wereldhandelsorganisatie GATT zal beginnen als Japan zijn markt niet opent.

De topman van de GATT, Peter Sutherland, noemde eerder in een toespraak in New York dergelijke pogingen van één land om de markt van een ander land te openen “misleidend en gevaarlijk”. De Europese commissaris voor buitenlandse economische betrekkingen, sir Leon Brittan, noemde de Amerikaanse stap “teleurstellend”.

In 1988 nam het Congres de Super-301-wet aan omdat er op een klachtenprocedure bij de GATT nooit sancties volgden. Landen hebben in Genève een vetorecht als er internationale handelssancties tegen hen worden aangekondigd. Het nieuwe GATT-akkoord, dat binnenkort wordt getekend, voorziet in een betere mogelijkheid tot sancties. Japan heeft gedreigd een klacht in te dienen als de Amerikaanse regering buiten GATT om handelssancties zou opleggen.

Volgens Kim Elliot van het vrijhandelsgezinde Institute for International Economics in Washington is de stap van Clinton hoofdzakelijk van symbolische betekenis. Het feit dat Kantor eerst van de nieuwe GATT-procedure gebruik wil maken, vindt zij “geruststellend”.

Clinton heeft de Super-301- wet niet nodig voor sancties tegen Japan. In het verleden zijn Japan, Brazilië en India als overtreders genoemd maar tot maatregelen is het nooit gekomen. De geschillen werden altijd na onderhandelingen opgelost. In 1991 liep de termijn voor de wet af en president Bush heeft toen de tweejaarlijkse werkingstermijn niet vernieuwd omdat hij bezwaar tegen de wet had. Clintons stap van gisteren maakt deel uit van het Amerikaanse schaduwboksen sinds het mislukken van de topconferentie tussen president Clinton en premier Hosakawa op 11 februari. Sindsdien is de Japanse yen almaar gestegen en de Amerikaanse regering ziet toe hoe Japanse exporteurs daarover alarm slaan.

De Super-301-wet geeft de Amerikaanse regering ruim de tijd. Eerst moet er een voorlopige lijst worden opgesteld over handelsbarrièrres in de wereld. Op 30 september komt er pas een definitieve lijst. Daarna kan er nog worden onderhandeld vóór Amerika tot stappen over zou gaan. Veel dringender zijn de mogelijke Amerikaanse sancties wegens de Japanse ontoegankelijkheid voor mobiele telefoons. Over dat probleem wordt onderhandeld; over twee weken loopt de deadline af.

Eind deze maand kondigt Kantor aan of Japan naar de mening van de VS de overeenkomsten met Amerika op het gebied van supercomputers en chips uitvoert. Volgende week bezoekt de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, Tokio om de regering verder onder druk te zetten. Tegelijk wil hij de geruststellende boodschap brengen dat er nog een hechte vriendschap bestaat tussen Japan en de VS. Er moet onder andere overleg worden gevoerd over de onwil van Noordkorea om internationale inspectie in haar nucleaire installatie toe te laten.

    • Maarten Huygen