Leest na over zeshonderdduizend doden

In een brief van 30 januari, getiteld Neemt en leest, bevelen de Nederlandse bisschoppen hun katholieke landgenoten van harte aan om de bijbel te lezen. En Antoine Bodar stemde daar volmondig mee in. In deze krant schreef hij op 15 februari 'De bijbel is een Godsgeschenk'.

Welnu, reeds thans kan ik berichten dat die oproep niet zonder gevolgen is gebleven. Van de journalist E.H. Glasius uit Amstelveen kreeg ik een brief waarin hij schrijft: “Als katholiek kende ik het boek slechts matig. Dit gemis ben ik nu aan het inhalen door het systematisch en rustig te lezen. Dat valt niet mee want het is vaak lastig te volgen. Men trekt wat in het rond in Gilad in Manasse, Mispa, Sora, Timna, Ebal, Gibon, Chesjbon, Basjan, Makkeda, Libna, Lakisj, Eglon, Jericho, Hebron, Debir of hoe al die plaatsen heten mogen. Een goede kaart zou de lezer uitkomst bieden. Twee dingen springen wel bijzonder in het oog. Allereerst de parallel met het heden. Het probleem met de Palestijnen is slechts een herhaling, ze heetten toen Filistijnen. Het beloofde land was geenszins een leeg land, speciaal door Jahweh gereserveerd voor zijn uitverkoren volk, integendeel, er woonden eerzame lieden die echter - onder voorwendsel dat ze een afgod aanbaden - met geweld werden verdreven (Num. 13 en Jos. 10 en 11). Dat geweld is het meest opvallend. Onder het goedkeurend oog van het opperwezen, ja door Hem aangemoedigd, moordt men er maar op los. Alle inwoners van Jericho (Jos. 6 vers 21), 3000 man van het eigen volk (Exodus 32 vers 38) en liefst 42.000 Efraïmieten (Richteren 12 vers 6). En wie weet hoeveel slachtoffers er nog zullen vallen in de boeken die volgen.”

Dat zijn er, geachte heer Glasius, nog verbazend veel. In Richteren 20, een barbaarse geschiedenis van een burgeroorlog, worden er door de kinderen van Israel in vers 44 maar liefst achttienduizend man van hun eigen stam van Benjamin afgeslacht, en dan staat er in vers 45, (en ik citeer uit de Oude Vertaling omdat ik mij de huiver nog herinner die ik als kind voelde toen mijn vader die tekst na de avondboterham voorlas): “Zij deden eene nalezing onder hen op de straten, van vijfduizend man; voorts kleefden zij hen achteraan tot aan Gideom, en sloegen van hen tweeduizend man.” In totaal dus 25.000 'nagelezen' slachtoffers.

In 1 Samuel 4 vers 2 vallen er vierduizend doden. Ditmaal zijn het Israelieten. Zij worden door de Filistijnen afgeslacht. Uiteraard laten die dat niet op zich zitten. In de daarna volgende hoofdstukken wordt regelmatig vermeld dat de Filistijnen worden uitgemoord. Niet steeds worden daarbij getallen vermeld. Soms ook weer wel. In 1 Samuel 18 vers 27 worden slechts 200 Filistijnen vermoord. In 2 Samuel 10 vers 18 vermoordt David veertigduizend Syrische ruiters. (In 1 Kronieken 19 vers 18 worden die veertigduizend Syriërs ook vermeld, maar daar is het voetvolk). In 2 Samuel 23 vers 8 gaan er nog eens 800 Filistijnen aan. In 1 Kronieken 11 vers 11 worden er 300 door Jasóbam opgespietst. In 1 Kronieken 18 vers 5 wordt ons en passant medegedeeld dat koning David 22.000 man van de Arameeërs verslaat.

In 2 Kronieken 25 wordt ons over koning Amazia eerst verteld: “en hij deed wat recht was in de ogen des Heren, doch niet met een volkomen hart.” Daarom krijgt hij te maken met de benden van Efraïm, maar geen nood, Amazia trekt uit naar het Zoutdal, en verslaat daar dan tienduizend van de kinderen van Seïr. Hoe worden die afgeslacht? In vers 12 aldus: “Daartoe vingen de kinderen van Juda tienduizend levend, en brachten ze op de hoogte der steenrots, en stieten hen van de spits der steenrots af, dat zij allen barstten.”

In 2 Kronieken 28 vers 6 doodt Pekah op één dag 120.000 strijdbare mannen uit Juda omdat zij de God hunner vaderen verlaten hadden. We mogen aannemen dat Pekah, de zoon van Remália, dat niet op z'n eentje deed, want dat zou neerkomen op 89 man per minuut, en dat lijkt me zelfs voor Pekah een onmogelijke opgave. (Als kind dacht ik overigens dat de afkorting pk van deze krachtpatser afkomstig was.)

Het grootste aantal dat in één keer wordt uitgemoord is, voorzover ik het heb kunnen nagaan - maar het is best mogelijk dat ik hier of daar nog enkele tienduizenden opgespietsten dan wel van de steenrots afgeworpenen over het hoofd zie - te vinden in 2 Koningen 19 vers 35. Daar wordt in een nacht 185.000 man gedood, en wel aldus: “Het geschiedde dan in dienzelfden nacht, dat de Engel des Heeren uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrië honderd vijf en tachtig duizend.' In Jesaja 37 vers 36 wordt deze kolossale moordpartij nog eens trots aangehaald als een groots werk van God zelf. Maar ja, God zelf had eerder al 24.000 Israelieten uitgemoord (Numeri 25 vers 9) omdat ze afgoden dienden. En toen Koning David een volkstelling hield, ontstak de Heere daarover in toorn, maar Hij bestrafte niet David zelf, maar sloeg zeventigduizend onschuldige onderdanen van David (2 Samuel 24 vers 15) met een pestilentie, zodat zij stierven.

In totaal komen we, met tienduizend afgeslachte kinderen van Moab uit Richteren 3 vers 29, en 75.000 doden uit Esther 9 vers 16, aan ruim 600.000 doden. Zeshonderdduizend mensen die, om het typisch bijbels te zeggen, werden 'nagelezen'. En dan moet Bodar beweren dat het lezen van de bijbel een 'afnemend besef van normen en waarden' kan keren. En dat terwijl in de bijbel zeshonderdduizend mensen zonder enig gewetensbezwaar door God zelf of zijn dienstknechten opgespietst, van de rots af gedonderd, met builenpest geslagen, verbrijzeld, met de scherpte des zwaards afgeslacht, dan wel door speren of tentpinnen doorboord, of gewoon maar 'nagelezen' worden. En dan zwijgen we nog over al die gevallen waarin geen aantallen genoemd worden: bijvoorbeeld de eerstgeborenen in Egypte. Of over al die leuke bijbelteksten waarin slechts een of twee mensen op gruwelijke wijze het leven laten.

Hoe goed herinner ik mij nog dat mijn vader aan tafel uit de Oude Vertaling las: “Toen Pinehas, de priester, dat zag, zoo stond hij op uit het midden dier vergadering, en nam ene spies in zijn hand. En hij ging den Israelitischen man in den hoerenwinkel na, en doorstak hen beiden, den Israelitischen man en de vrouw, door hunnen buik.” Het eigenaardige van die tekst uit Numeri 25 was dat mijn vader dat blijkbaar ook te bar vond. Hij las namelijk niet hoerenwinkel, maar hoedenwinkel. En daardoor sloeg jarenlang de schrik mij om het hart als ik als kind langs een hoedenwinkel kwam!