Kunst vormt het woord dat de natuur stamelt; Puvis de Chavannes' serene schilderingen

Pierre Puvis de Chavannes schilderde serene vrouwen in klassieke gewaden. Zijn werk is een opmaat voor de abstracte kunst. Met de vernieuwende kunstenaars die na hem kwamen, deelde hij het verlangen naar Arcadië. In het Van Goghmuseum is een tentoonstelling te zien van het werk van Puvis.

Pierre Puvis de Chavannes, schilderijen en tekeningen; t/m 29 mei in het Van Goghmuseum, Amsterdam. Catalogus (Engelstalig) ƒ 69,50.

Een hoge dunk had hij niet van het werk van de schilder Pierre Puvis de Chavannes, de symbolistische schrijver en kunstcriticus J.K. Huysmans. In 1879, na een bezoek aan de jaarlijkse Salon waar ook doeken van Puvis werden geëxposeerd, schrijft Huysmans: “Je bewondert zijn inspanningen, maar je verzet je tegen die bewondering. Altijd diezelfde kleuren, hetzelfde fresco-achtige voorkomen, dat hoekige en harde dat je tergt, met zijn quasi-naïviteit en namaak-eenvoud.” Hoewel Huysmans toen meende dat Puvis talent had ('zijn frescos's in het Panthéon bewijzen het'), beschuldigde hij hem er tien jaar later van niets anders gedaan te hebben dan de primitieve Italiaanse schilderkunst 'te plunderen, te pasticheren zelfs' en luidt Huysmans' eindoordeel kortaf: “Monsieur Puvis de Chavannes heeft niets tot stand weten te brengen.”

Pierre Puvis de Chavannes (1824-1898), wiens oeuvre in Nederland weinig bekend is en waaraan het Van Goghmuseum nu een overzichtstentoonstelling wijdt, behoorde niet tot een schildersgroep en is ook achteraf gezien niet bij één bepaalde stroming onder te brengen. Hij is eerder een late neo-classicist die in de traditie van de historieschilderkunst werkte, dan een negentiende-eeuwse romanticus. Hij volgde Delacroix op als dè schilder van zijn generatie die opdrachten voor allegorische wand- en plafonddecoraties in overheidsgebouwen uitvoerde, een soort staatsschilder die graag in dienst van een opdrachtgever werkte.

De symbolistische schilder Gustave Moreau was een leeftijdgenoot van Puvis. Net als hij werkte Moreau bijbelse en mythologische thema's uit. Maar er is geen groter contrast denkbaar dan dat tussen de overvloedige, theatrale kleuren en vloeiende vormen van Moreau en de ingehouden halftonen en verstijfde figuren van Puvis de Chavannes. Dat hij zijn aan middeleeuwse fresco's ontleende kleurenpalet en klassieke composities handhaafde, terwijl de impressionisten zich buiten de Salon roerden (Degas en Manet waren hooguit tien jaar jonger dan Puvis), is nu niet meer voor te stellen.

Raadselachtig zijn op het eerste gezicht de uitingen van bewondering die neo- en post-impressionisten als Van Gogh, Seurat, Gauguin en de jonge Picasso over Puvis' werk deden. Van Gogh beschrijft, in een op de tentoonstelling aanwezige brief uit 1890 aan zijn zuster Willemina, het effect van Puvis' allegorische voorstelling Inter Artes et Naturam als een 'weldadige wedergeboorte van alles waarin je hebt geloofd, wat je hebt verlangd, een merkwaardige en gelukkige ontmoeting tussen de verre Oudheid en de moderne tijd'. Van Gogh noemde Puvis een ziener, terwijl Gauguin op het afgelegen eiland Tahiti regelmatig foto's van het werk van Puvis bekeek om inspiratie op te doen. De bourgeois Puvis de Chavannes blijkt achteraf vooral een kunstenaar te zijn die door kunstenaars wordt gewaardeerd. Wat was dan dat moderne dat de genoemde avant-garde kunstenaars kennelijk bespeurden in die nogal fletse, statische doeken met hun klassieke thema's?

Bourgeois

Puvis de Chavannes had het tij mee. De golf van neo-classicistische architectuur die Frankrijk in de tweede helft van de negentiende eeuw overspoelde, bracht hem opdrachten voor decoratie van onder meer de interieurs van provinciale musea in Amiens, Rouen en Marseille, het stadhuis in Poitiers en het amfitheater van de Sorbonne in Parijs. De behoefte aan allegorische voorstellingen van een vreedzaam Utopia was kennelijk groot gedurende de turbulente politieke verwikkelingen.

De krijtachtige kleuren en het korrelige oppervlak wekken de indruk van fresco's, maar Puvis schilderde met olieverf op linnen. Deze monumentale doeken zitten vast op hun locaties, in het Van Goghmuseum zijn alleen voorstudies en kleinere replica's te zien. Puvis maakte namelijk vaak meerdere kopieën van monumentale stukken, speciaal voor de verkoop. Deze geëxposeerde reprises zien er nogal eens saai en verstard uit, maar een diaserie over de muurschilderingen toont aan dat er een serene verstilling uitgaat van de originelen.

Het statische effect is opzet, wat ook blijkt uit een getekende karikatuur van de hand van Puvis. Daarop braakt het paard Pegasus, symbool van de klassieke cultuur, bij het zien van het portret van een ongeïdealiseerde Griekse man met een te grote neus. De karikatuur is een protest tegen het realisme in de schilderkunst. Puvis heeft daar eens over gezegd: “De schilderkunst is geen imitatie van de werkelijkheid maar loopt parallel met de natuur. Kunst voltooit wat de natuur schetst, de kunst vormt het woord dat de natuur stamelt.”

Natuur is voor Puvis dus ideale natuur, mensen zijn daarom meestal allegorische wezens zoals muzen of symbolen voor Zomer, Slaap, Oorlog etc. In die ontluikende natuur, onder eeuwig-blauwe luchten, horen serene vrouwen thuis in klassieke gewaden, als marmeren Griekse sculpturen die hun naaktheid maar half verhullen. Het geheel ziet eruit als een geënsceneerd toneelbeeld, nooit van dichtbij maar steeds als een panorama waargenomen.

Haarstrengen

De Muzen en Kunsten handelen niet, ze zijn onveranderlijk verzonken in serene contemplatie. Hun gebaren drukken dat uit: mooie, lange, zachte gebaren zoals een arm die zich tot een boog welft waarin een peinzend hoofd wordt neergevlijd, een hand die nadenkend om de kin van een nobel gezicht wordt gelegd, het langzaam verschikken van weelderige haarstrengen.

Ook in Puvis' vrije werk, veelal rond 1880 gemaakt, overheerst die melancholische, passieve houding. In het Van Goghmuseum is een versie te zien van het bekende schilderij De arme Visser; roerloos staat hij in zijn boot, de handen in gebed gevouwen, in totale eenzaamheid. De drie Jonge vrouwen bij de zee zijn ieder voor zich alleen met hun gedachten. Ook deze voluptueuze baadsters staan en liggen in klassieke poses, bij Puvis wordt alles mythologie. Zelfs de Maria Magdalena die hij aan het eind van zijn leven schilderde: naakt op een rots gezeten lijkt ze een Nereïde, een waternimf.

Juist de nadrukkelijk geënsceneerde compositie van Puvis de Chavannes' voorstellingen moet het belangrijkste aanknopingspunt zijn voor latere kunstenaars. Steeds gaat hij uit van het platte vlak, de muur, waarin hij geen diepte aanbrengt maar breedte, geen landschap maar decor, geen mensen maar poses. Het ging hem immers niet om werkelijkheid maar om idealisering. Ritme en lijn zijn bepalende factoren, de overzichtelijke ordening van de tableaus is gebaseerd op geometrische vormen.

Dat alles kan, terugkijkend, worden opgevat als een opmaat voor abstractie. Maar ik denk dat het zo opgevat kòn worden, omdat de vernieuwende kunstenaars die na hem kwamen, het verlangen naar Arcadië met hem deelden. Het fin-de-siècle was ermee doordrenkt: wat gaf Gauguin anders weer in zijn monumentale, friesvormige Waar komen wij vandaan? Wie zijn we? Waar gaan we heen? Zou dat niet de reden zijn dat Matisse het luxe, calme et volupté zoals dat uit Puvis' serene scènes spreekt, tot overkoepelend thema van zijn werk maakte? Dat Seurat Puvis' fletse kleuren en rulle oppervlak omzette in een pointillistische schildertechniek die het effect sorteert van 'tussen je oogharen door kijken'? En Picasso (die in het Panthéon trouwens de door Huysmans geprezen schilderingen van Puvis kopieerde) zette zijn melancholische modellen vlak na 1900 tegen een blauwe of roze achtergrond en verleende ze zo dezelfde eenzaamheid als Puvis' personages.

Om die veronderstelde effecten op latere kunstenaars te kunnen verifiëren, is het een groot gemis dat er geen enkel monumentaal wanddoek van Puvis de Chavannes te zien is in Amsterdam. In dat opzicht is de diaserie die zijn openbare opdrachten in beeld brengt, het belangrijkste onderdeel van deze expositie. Hoe mooi de schetsen ook zijn, en hoe interessant de reprises, zij zijn bijgerechten aan een diner waarin het hoofdgerecht niet wordt opgediend.