Kerk is weer welkom in Russische leger

MOSKOU, 4 MAART. De Russisch-orthodoxe kerk krijgt een actieve rol in het Russische leger. Orthodoxe geestelijken zullen in kazernes als raadsman optreden, kerkdiensten organiseren en literatuur verspreiden. Een gezamenlijke commissie van officieren en geestelijken zal werken aan “wedergeboorte van de Russische geest en de traditie van trouwe dienst aan het Vaderland”.

Dit heeft de persdienst van de kerk gisteren bekendgemaakt. De samenwerking is deze week door patriarch Aleksej II en minister van defensie Pavel Gratsjov in een overeenkomst vastgelegd.

In het communistische Rode Leger waren religieuze activiteiten verboden. Maar “het Russische leger heeft de hulp van de kerk nodig bij het opvoeden van jonge mensen”, zo zei Gratsjov in het dagblad Segodnja. Volgens de krant kondigde de minister ook aan dat commandanten van militaire bases zullen worden verplicht de kerkelijke lectuur te bestuderen, maar dit is inmiddels tegengesproken. De commandanten moeten een dergelijke studie slechts mogelijk maken.

Vanuit democratische kringen in het parlement kwam gisteren kritiek op de overeenkomst. “Het feit dat religie een plaats in het leger krijgt is goed”, zei afgevaardigde Gleb Jakoenin, een priester die zich al in de Sovjet-Unie heeft ingezet voor rechten voor gelovigen. “Maar het gevaar is dat één kerk de vrijheid van godsdienst in het leger zal monopoliseren. Hoe zal het voor baptisten of voor moslims zijn, of voor orthodoxen die niet het Russische patriarchaat volgen?” Hij wees verder op de grote aanhang die de ultranationalist Zjirinovski onder militairen geniet en waarschuwde dat de overeenkomst met de orthodoxe kerk “de invloed van fascistische krachten in het leger gevaarlijk kan versterken”. Volgens hem stimuleert de orthodoxe kerk nationalisme en antisemitisme.

De persdienst van Aleksej II noemde in een reactie deze vrees “ongegrond”. De nieuwe commissie zal worden voorgezeten door een officier en een orthodoxe priester, maar het lidmaatschap staat open voor “alle andere christelijke religies”. Met islamitische en joodse geestelijken zouden mogelijk aparte overeenkomsten worden gesloten.