Kampbeulen zijn er altijd, overal; Het huiveringwekkende realisme van Schindler's List

Films, in Duitsland en elders, hebben de Holocaust meestal zijdelings benaderd: als een sinistere 'subplot', of als decor, of als metafoor. Een uitzondering was de Hollywood-televisieserie 'Holocaust', die slachtoffers en daders herkenbaar maakte voor een wereldpubliek. En nu dan 'Schindler's List'. “Spielberg heeft al zijn talent ingezet om ons te laten voelen hoe het is om in doodsangst te verkeren.”

Schindler's List ging gisteren in première.

Wie had kunnen denken dat het schier onmogelijke uitgerekend in Hollywood zou lukken? Een verfilming van het onverfilmbare, een vertoning van het onvertoonbare: de massamoord op Europese joden. Steven Spielbergs film, Schindler's List, is geen vlekkeloos meesterwerk, maar het is nog niemand zo goed gelukt om de sfeer van de Holocaust - de angst, de paniek, de obsceniteit, de doortraptheid, de bureaucratische ijver en onverschilligheid, de absolute onmenselijkheid - geloofwaardig te maken voor een groot bioscooppubliek. Niemand, behalve diegenen die erbij waren, en misschien, goddank, zelfs zij niet meer, behalve in hun ergste dromen, kan ooit weten of navoelen hoe het werkelijk geweest is. Maar Schindler's List is de eerste speelfilm, die je een idee - meer niet - kan geven hoe het was.

Het is nu de tweede keer dat Hollywood zich aan dit onderwerp heeft gewaagd. De eerste poging, de tv-serie Holocaust, was verre van een meesterwerk, een soort stripverhaal vergeleken bij Spielbergs film. Maar het heeft, vooral in Duitsland, een grotere uitwerking gehad, op meer mensen, dan alle boeken, documentaires, gedichten en foto's bij elkaar. En de reactie, alweer vooral in Duitsland, was interessant. Het grote publiek reageerde overwegend positief maar er bestond vooral in intellectuele kringen bezwaar tegen de Holocaust als 'consumptieartikel' (Frankfurter Rundschau). Edgar Reitz, de regisseur van het magistrale Heimat, was kwaad dat 'de Amerikanen onze geschiedenis hebben gestolen'.

Nu kun je je afvragen van wie de geschiedenis eigenlijk is. Behoort historie aan een bepaald land? Was de Holocaust meer een bezit van Reitz en zijn landgenoten dan van de (joodse) producenten van Holocaust?

Uiteraard niet. Maar ik denk dat ik weet wat Reitz dwars zat: Hollywood had iets aangedurfd dat Reitz, in Heimat, niet direct vermocht aan te pakken. Geen enkele Duitser heeft de Holocaust durven verfilmen. Het was te groot, te buitenissig, te beladen met schuld. De moord op de joden lag letterlijk buiten het gezichtsveld van de kleine luiden in Heimat, die er terloops wel iets over hoorden, maar toch konden volhouden dat zij nichts wussten.

Fictie, in Duitsland en elders, heeft de Holocaust meestal zijdelings benaderd: als een sinistere 'subplot', of als decor, of als metafoor. De meeste Duitse romans en speelfilms over het Derde Rijk gaan, net als Heimat, over kleine luiden, kleine burgerlijke nazi's, meelopers, en niet de massamoordenaars. Het is alsof de werkelijke beulen te demonisch waren om voor te kunnen stellen als mensen van vlees en bloed. De schrijver Martin Walser schreef tijdens het Auschwitzproces in Frankfurt dat de gemiddelde Duitser zich met elke sensationele onthulling verder verwijderd voelde van de moordenaars.

Maar ook de slachtoffers worden zelden realistisch beschreven. In Duitse romans zijn het engelachtige verschijningen - de schöne Judith, en dergelijke - waar niemand zich mee kan identificeren. Dat is waarom het dagboek van Anne Frank een zo grote indruk maakte: een van de slachtoffers werd plotseling herkenbaar. Zij kwam tot leven. Zij zonk niet weg, zoals de meesten, in een naamloze massa statistieken.

Wat geldt voor Duitse fictie, gaat ook min of meer op voor romans en films uit andere landen: de slachtoffers zijn al te vaak anoniem, of onderworpen aan een stroperig sentimentalisme, alsof goedkope tranen een monsterlijk verleden goed kunnen maken. En zelden of nooit zijn de daders op een geloofwaardige manier afgebeeld. Wat de beulen betreft heeft de hele wereld Berührungsangst - ik laat pornografie hier maar buiten beschouwing.

Beestachtigheid

Getuigenissen en documentaires zijn natuurlijk een andere zaak. Primo Levi, Shoah, Nuit et brouillard: deze behoren tot de hoogtepunten van onze cultuur, voorbeelden van menselijke waardigheid, morele reddingsboeien in een moeras van beestachtigheid. Maar persoonlijke documenten, hoe aangrijpend ook, worden toch gekenmerkt door een zekere afstandelijkheid. Levi vraagt geen moment van de lezer dat hij of zij zich met de schrijver identificeert. Het zou ook een aanmatiging zijn het überhaupt te willen. En ook de hartverscheurende getuigenissen in Shoah vragen niet om vereenzelviging. Een getuigenis dient de waarheid, en vraagt om inzicht, niet identificatie.

Alleen een gevaarlijke gek zou zich willen vereenzelvigen met de moordenaars. Zelfs begrip ging Primo Levi te ver. Begrip, vindt hij, komt neer op rechtvaardiging. Omdat er geen rechtvaardiging kan zijn voor wat de nazi's hebben aangericht, is het onmogelijk de daders te begrijpen. Hij had hierin gelijk. Maar Levi ging verder. Volgens hem waren de nazi-massamoordenaars onbegrijpelijk door hun onmenselijkheid. Zij waren in letterlijke zin demonisch. Een fatsoenlijk mens kan zich daarom onmogelijk inleven in de geest van een Himmler of een Heydrich. Hierin had hij, volgens mij, ongelijk. De beulen en hun meesters waren maar al te menselijk: dat maakt hen juist zo angstaanjagend. Monsterlijk gedrag, en monsterlijke ideeën waren in Auschwitz normaal.

Een van de sterkste punten van Spielbergs film is dat hij dat laat zien, zonder een spoor van rechtvaardiging. De nazi's in Schindler's List zijn niet de Hollywood karikaturen, die men van hem zou verwachten. Cliché-nazi's - belachelijke dikkoppen of duivelse folteraars met monocles - zijn zo onecht dat zij ons geen angst inboezemen. Dat is het effect van karikatuur; dat is waarom karikaturen, net als sprookjes, geliefd zijn: je hoeft niet meer bang te zijn. De tanden van het angstobject zijn getrokken.

Het effect van Spielbergs film is omgekeerd. De nazi's, met name de weerzinwekkende Amon Goeth, commandant van het Plaszow kamp bij Krakau, zijn gruwelijk en tegelijk geloofwaardig, juist omdat zij niets belachelijks hebben. Zij klikken niet met hun hielen. Zij brullen niet 'Heil Hitler!'. Zij dragen geen monocles. Het zijn gewone mensen, die zich in de omstandigheden normaal gedragen. De omstandigheden zijn natuurlijk monsterlijk. Een normale dag werk betekent voor Goeth (subliem vertolkt door Ralph Fiennes) het jagen op mensen, het afschieten van kinderen, het plunderen van huizen, het folteren van slaven.

Hij doet dit allemaal met de geroutineerde nonchalance van een ware beroepsman. Hij heeft geen speciale hekel aan de mensen die hij vermoordt, net zo min als een professionele rattenverdelger een persoonlijke hekel heeft aan ratten. Maar het wordt normaal gevonden door Goeth en de andere beleefde, ijverige, salonfähige nazi-heren om joden te beschouwen als ratten. Oskar Schindler daarentegen, de profiteur met een geweten, is in de omstandigheden van Krakau in 1942 abnormaal. Hij heeft zich aan de normen van zijn positie als nazi-industrieel onttrokken. Het griezelige van Goeth en de anderen, is niet hun buitenissigheid, die zich aan ons menselijke begrip onttrekt. Integendeel, het is hun grijze conformisme, hun gebrek aan verbeelding, hun morele stupiditeit die ons angst aanjaagt. Want de Goeths zijn nog onder ons, overal, in hun miljoenen, in kantoren en fabrieken. Alleen is genocide niet altijd en overal de norm, zoals in Hitlers Duitsland, of Pol Pots Cambodja, of het 'Groot Servië' van Milosevic.

Non-conformist

Een figuur als Goeth, in al zijn bekrompen menselijkheid, kan alleen in een roman of een speelfilm tot leven worden gebracht. Hetzelfde geldt natuurlijk voor Schindler, de uitzondering, de non-conformist. Geen documentaire kan een zo diep inzicht geven in de menselijke geest; daarvoor is de kunst van verbeelding nodig.

Dit wat de nazi's betreft. Maar Spielberg is even subtiel in zijn verbeelding van de slachtoffers. Voor de nazi's waren joden, zigeuners en andere slachtoffers slechts namen op een lijst, of nummers in een kamp, statistieken, niets meer. (Namenlijsten spelen een grote rol in Spielbergs film: namen worden voortdurend geschrapt, getikt, doorgestreept, geteld.) Maar voor de meeste lezers van geschiedenisboeken zijn de slachtoffers haast even abstract als voor de nazi's. Zes miljoen doden zijn onvoorstelbaar. Zalen vol koffers; stapels schoenen; bergen haar. Dit is onmenselijk.

Men heeft het Spielberg hier en daar kwalijk genomen dat hij de zes miljoen op de achtergrond heeft gedrongen, door zo de aandacht te vestigen op het handjevol mensen (1200 om precies te zijn) die door Schindler zijn gered. Maar juist door enkele van die mensen uit de massa te lichten, heeft hij tenminste aan enige slachtoffers hun menselijkheid teruggegeven. Zij hebben namen: Pfefferberg, Stern, Rosner, Bauman... En aan het eind van de film zien we de daadwerkelijke overlevenden, en hun kinderen. Zwijgend lopen zij langs Oskar Schindlers graf. Een van de meest aangrijpende statistieken in de film is dat er nu meer afstammelingen leven van de 'Schindlerjuden' dan er joden in Polen zijn.

De reden van Spielbergs succes (en ook destijds dat van Holocaust) is niet alleen dat hij de catastrofe heeft durven verfilmen. Hij is er ook in geslaagd om de mensen in zijn film, slachtoffers zowel als daders, herkenbaar te maken voor een wereldpubliek. Dit is, denk ik, het resultaat van een unieke combinatie van Hollywood techniek en Spielbergs genie. Holocaust gebruikte de techniek van de soap opera. De hoofdpersonen in soap opera's, zoals Peyton Place, of Dynasty, of Holocaust, verschijnen week na week in miljoenen huiskamers. Men leeft letterlijk mee met Alexis Carrington, of, in het geval van Holocaust, Dr. Weiss. Dit is het tegenovergestelde van Brechts vervreemding: voor veel mensen is Alexis Carrington even echt als de buurvrouw, misschien zelfs nog echter.

Elk land heeft zijn nationale soap opera's. Soms overschrijden zij hun grenzen. De Japanse serie Oshin is in grote delen van Azië populair. Maar alleen Hollywood is erin geslaagd universele soap opera's te maken. Carrington, maar ook Dr. Weiss, tot en met zijn dood in Auschwitz, verschenen in huiskamers in Kansas City, Stuttgart, Saõ Paolo en Osaka. Dit komt ten dele door de taal: Engels is gemakkelijker te verkopen dan Pools. En ten dele door het enorme distributiesysteem in Amerika. Het ligt misschien ook aan het gebrek aan geschiedenis, of zelfs historisch besef in veel Amerikaans amusement. Dit maakt het gemakkelijker voor universele identificatie met Hollywood types: zij zijn dikwijls de grootst gemene deler van de moderne beschaving.

Dit was het bezwaar van mensen als Edgar Reitz, maar ook Elie Wiesel, tegen Holocaust. Het bleef een Hollywood-produkt, hoe serieus het ook was bedoeld. Maar Spielberg, een meester in Hollywooddromen, heeft zelfs dit stereotiep doorbroken. Zijn film is huiveringwekkend realistisch. De locaties zijn echt. De details, in kleding, sfeer, muziek, zijn tot in de puntjes verzorgd. Natuurlijk heeft hij niet de helft laten zien van wat er in werkelijkheid gebeurde, tijdens de liquidatie van het getto in Krakau, of een normale dag in Plaszow. Als hij dat wel had gedaan, zou het publiek in afschuw de bioscoop verlaten. Maar wat we te zien krijgen is erg genoeg. En Spielberg heeft al zijn talent ingezet om ons te laten voelen hoe het is om in doodsangst te verkeren.

Krom Engels

Het enige onechte element in de film is het taalgebruik. De gewone soldaten brullen in het Duits, maar Schindler, Goeth en de andere Duitsers spreken Engels met een licht Duits accent. Ook de Joden spreken geen Pools of Jiddisch, maar Engels. Dit zou ons op zichzelf in een Hollywoodfilm niet storen. We zijn het gewend om allerlei volkeren in Amerikaanse films krom Engels te horen spreken. We accepteren dit met een vanzelfsprekendheid die we moeilijker opbrengen voor films in andere talen: raar Duits sprekende Engelsen in een Duitse film zou vreemder lijken. Maar het knappe van Spielberg en zijn acteurs, met name Leeson, Fiennes en Ben Kingsley, is dat zij ondanks hun onechte taalgebruik authentiek aandoen. Schindler en Goeth zien er uit als Duitse nazi's, gedragen zich als Duitse nazi's, en praten als Duitse nazi's. Ben Kingsley, een Engelsman met een Indiase moeder, zonder een druppel joods bloed, is toch overtuigend in zijn rol als de Joodse boekhouder Itzhak Stern.

Dit is een tribuut aan het regietalent van Spielberg, en de kunst van zijn acteurs. Maar hulde is ook verschuldigd aan het kosmopolitisme van Hollywood op zijn best. Europeanen hebben, soms met recht, de neiging om Hollywood te zien als het symbool van alles wat plat en oppervlakkig is aan Amerika. Hollywood, en dus Amerika, heeft geen gevoel voor historie, voor tragiek, voor cultuur. Wel, Steven Spielberg heeft bewezen dat een Hollywoodregisseur bij uitstek wel degelijk die gevoelens kan vertolken. Of nog beter: juist door het gebrek aan historisch provincialisme heeft Spielberg deze film kunnen maken. En hij heeft, zonder de kenmerken van cultuur, historie en nationaliteit te verwaarlozen, het specifieke vertaald in iets universeels: de mens, op zijn slechtst, en op zijn best.

    • Ian Buruma