Kamer: frauderen bij eindexamens gelijk bestraffen

DEN HAAG, 4 MAART. De grote vrijheid van middelbare scholen in de bestraffing van fraude bij eindexamens leidt tot ontoelaatbare willekeur. De Tweede Kamer en de Onderwijsinspectie willen daarom een centrale regeling voor eindexamenfraude. Dit bleek gisteren in de Tweede Kamer, bij de bespreking van een inspectierapport over de examens van vorig jaar. Het rapport maakt duidelijk dat een frauderende leerling op de ene school wel wordt uitgesloten van het examen, maar op de andere niet. De Kamer trekt daaruit de conclusie dat scholen bij de examens te veel eigen verantwoordelijkheid hebben. Minister Ritzen (onderwijs) zei gisteren echter dat die grote autonomie juist goed is, omdat scholen concrete gevallen het beste zelf kunnen beoordelen. Onder druk van de Kamer zal Ritzen nu bezien of hij toch een centrale regeling moet maken.