Israelisch leger staat het vredesproces in de weg

Welke gevolgen kan de bloedige aanslag van vorige week bij Hebron hebben voor de vredesonderhandelingen tussen Israel en de PLO? De eerste bijdrage is van Ronny Naftaniel, directeur van het CIDI, deze bijdrage is van Leila Jaffar, voorzitter van de Joods Palestijnse Dialoog.

Na de ondertekening van de akkoorden tussen Israel en de PLO buigen velen zich over het vraagstuk van de veiligheid in de door Israel bezette gebieden. De veiligheid van Israel en de Israelische kolonisten wordt daarbij als het belangrijkste element gezien, terwijl de veiligheid van de Palestijnen nauwelijks aan de orde is. De bezorgdheid gaat vooral uit naar de vraag of de Palestijnse extremisten in toom kunnen worden gehouden.

Intussen is er, op enkele symbolische kwesties na, niets veranderd in de houding van de Israelische bezettingsmacht tegenover de Palestijnse bevolking. Men mag nu vrijelijk de kleuren van de Palestijnse vlag dragen en portretten van Arafat ophangen.

Enkele weken geleden was op de Nederlandse televisie te zien hoe Israelische kolonisten met automatische wapens het vuur openden op Palestijnse jongeren terwijl Israelische soldaten ernaast stonden. De steeds verder toenemende terreur van de kolonisten wordt oogluikend of soms zelfs openlijk toegestaan door het Israelische leger. In de bezette gebieden zijn de Israelische nederzettingen niet toegankelijk voor Palestijnen. Daarentegen kunnen gewapende Israelische kolonisten te allen tijde een Palestijns gebied binnendringen zonder ooit door het Israelische leger te worden gecontroleerd. Dit is een uitvloeisel van het feit dat de Israelische kolonisten in de bezette gebieden onder het Israelisch recht vallen terwijl de Palestijnen rechtstreeks onder militair bestuur vallen.

In de praktijk komt het overigens vaak voor dat juist in de bezette gebieden woonachtige kolonisten graag in die gebieden hun diensttijd willen doorbrengen. Rechtse extremisten van bijvoorbeeld de Kach-partij, zoals degene die de actie vorige week in Hebron uitvoerde, worden tot nu toe niet uit het leger geweerd. Vrijwel alle aandacht van het Israelische leger gaat uit naar het instandhouden van de bezetting.

Zo kon het dus gebeuren dat een zwaarbewapende kolonist zonder controle een islamitische gebedsruimte tijdens de Ramadan kon binnendringen. Wie vertrouwd is met de situatie ter plekke weet dat het Israelische leger in Hebron altijd in grote aantallen aanwezig is en dat zij Palestijnen die de moskee in of uit gaan permanent controleert. Terwijl binnen en buiten de moskee gewapende kolonisten onder het toeziend oog van het leger de Palestijnen intimideren en terroriseren.

Gezien de handelwijze van het Israelische leger in de bezette gebieden is het ook niet verbazingwekkend dat het leger zelfs bij het horen van schoten in de moskee niet ingreep, maar daarna wel schoot op Palestijnse demonstranten die de straat opgingen toen de omvang van het bloedbad duidelijk werd. Na de gebeurtenissen werd een uitgaansverbod van kracht. Logischerwijs was dit slechts geldig voor de Palestijnse bevolking en niet voor de nederzettingen. Nadat er een bloedbad door een kolonist wordt aangericht krijgen de Palestijnen collectieve straf.

Het patroon in het optreden van het Israelische leger is nu des te schokkender omdat de situatie althans op papier fundamenteel gewijzigd is sinds september 1993. Dat lijkt bij de Israelische soldaten en hun officieren echter niet te zijn doorgedrongen. Het is schokkend dat de hoogste politieke verantwoordelijken in het Israelische kabinet niet inzien dat het werkelijke schandaal van de afgelopen week niet de daden zijn van een min of meer toevallige extremist. Het zijn de omstandigheden waarin deze man de moordpartij kon begaan. Het Israelische leger had zich bij het uitbreken van de demonstraties kunnen terugtrekken uit de bevolkingscentra. Zo had men de woede en rouw de vrije loop kunnen laten. In plaats daarvan verviel het Israelische leger onmiddellijk weer in zijn gebruikelijke reflex van schieten op Palestijnse demonstranten, waarbij twintig doden vielen. Uiterst zorgwekkend is dat het Israelische leger niet tot de orde is geroepen door Rabin in zijn functie van minister van defensie.

Wat iedereen die de afgelopen jaren in de bezette gebieden is geweest reeds had geconstateerd werd afgelopen week nog eens duidelijk: het Israelische leger meet met dubbele maten en is zichzelf klaarblijkelijk niet bewust van enige vredesakkoorden.

Het Israelische leger vormt dan ook niet de (mogelijke) sleutel tot de oplossing van de veiligheidsproblemen in de bezette gebieden maar is zelf daar de grootste negatieve factor in. De Palestijnen kunnen niet door dit leger beschermd worden maar moeten tegen het optreden van dit leger beschermd worden. De eis van de PLO om een internationale troepenmacht te installeren is een gerechtvaardigde poging om de geloofwaardigheid van het vredesakkoord te vergroten. De troepenmacht zou bij de Israeliërs het besef kunnen laten doordringen dat de situatie is veranderd en dat de vredesonderhandelingen serieus zijn en de Palestijnen kunnen overtuigen dat Israel echt vrede wil.

Ontwapening van de kolonisten is daarbij een andere gerechtvaardigde eis. In de huidige ontvlambare situatie is het van groot belang dat bij geen van beide partijen kleine groepen met wapens de vrede kunnen torpederen. Extremisten van beide partijen moeten hard aangepakt worden. Wanneer de Israelische regering op de huidige voet doorgaat zal dit koren op de molen van zowel Israelische als Palestijnse extremisten zijn. Er moet nu actie ondernomen worden om het vredesproces te redden.

Ontwapening van de kolonisten en de installatie van een internationale troepenmacht zijn een goed begin om het getij te keren.

    • Leila Jaffar