Gesproken kinderopera over liefde, moed en macht

Jeugdvoorstellingen: Alles wil het vuur door Rosa Sonnevanck, vanaf 8 jaar. Tekst: Roel Adam. Muziek: Wladimir Dashkevich. Regie: Flora Verbrugge. Spel: Herman van Baar, Ilja Tammen e.a. Krakeling, Amsterdam. Macbeth door De Paarden Kathedraal, vanaf 10 jaar. Tekst: Tom Sytsma naar William Shakespeare. Regie: Henk van Ulsen. Muziek en slagwerk: Gijsbert Zwart. Spel: Ottolien Boeschoten en Peter Drost. De Manege, Utrecht.

Om geraakt te worden door de klassieke thema's van de wereldliteratuur - liefde en dood, vriendschap, afgunst, moed en machtswellust - hoef je niet volwassen te zijn. Onder de toepasselijke titel Alles wil het vuur vertelt de Enschedese groep Rosa Sonnevanck de tragische middeleeuwse geschiedenis van Tristan en Isolde. Tristan moet voor zijn koning Mark het tweegevecht aangaan met de namens koningin Isolde strijdende ridder. De onafhankelijke Isolde weigert Marks bruid te worden en stort zich vermomd in de strijd. Haar mannenkleding kan niet verhinderen dat er tussen haar en Tristan een hartstocht ontbrandt die een verwoestend spoor trekt in de bestaande verhoudingen.

Regisseuse Flora Verbrugge wilde een 'gesproken opera' maken. De Russische componist Dasjkevitsj gaf zijn visie op de geschiedenis in een bijna ononderbroken stroom klanken van slagwerk, accordeon en viool. Op deze muur van geluid projecteren de acteurs als een commentaar gevend koor hun teksten, als een duet door elkaar heen en een enkele keer - wat heel mooi is - precies in het ritme. De voorstelling is in de eerste plaats aangenaam voor de ogen. De aankleding en bewegingspatronen zijn fraai en het acrobatische gevecht dat in een omhelzing overgaat gevecht tussen Tristan en Isolde is adembenemend. Maar voor de oren - althans voor de mijne - is deze zogenaamde opera een verschrikking. De acteurs klinken of ze één onafgebroken aanslag op hun stembanden doen. Voeg daarbij de op de werkwijze van het Theâtre du Soleil geïnspireerde, uitvergrote speelstijl en het resultaat is iets dat afwisselend irritatie en lachlust opwekt. Zo gaat het grote drama verloren in het grote lawaai en het grote gebaar.

Veel bescheidener en tegelijkertijd functioneler is de muziek in de versie van Macbeth die bij de Utrechtse Paarden Kathedraal in première ging. Tronend achter een omvangrijk instrumentarium, waaronder een enorme hangende stalen plaat, becommentarieert slagwerker Gijsbert Zwart de gebeurtenissen met de meest fantastische geluiden. Na rigoureuze inkorting bleef van Shakespeare's tragedie alleen de verhaallijn over, zoals je die ook vindt in navertellingen voor kinderen. Vanaf het moment dat de heksen Macbeths koningschap voorspellen, raakt hij bedwelmd door de geur van de macht. Onder aanvoering van zijn uitgekookte Lady ontdoet hij zich van alle obstakels op weg naar de troon. Dan blijkt koning blijven een nog ingewikkelder en bloediger zaak dan koning worden.

In de vindingrijke regie van Henk van Ulsen jassen twee acteurs het hele stuk er in één uur doorheen. Ze komen op met een bult kleren onder de arm, waarin ze hun diverse personages introduceren. Met een sjiek bontvest en een houterige motoriek verandert Peter Drost de trotse vechtjas Macbeth in een seniele koning Duncan. Ottolien Boeschoten ontdoet zich als Banquo van haar macho leren jack, zet haar blik op sluw, schudt haar haren naar voren en is Lady Macbeth. Op de achtergrond verrijst uit een onduidelijke hoop zwart plastic een prachtig luchtkasteel, dat na de beslissende veldslag symbolisch ineenzijgt over Macbeths lijk.

Van Ulsen rijgt een aantal benauwende, grappige, aandoenlijke en interessante beelden aaneen tot wat hij noemt een 'opleidingsstuk' voor kinderen. Toch had ik aan het eind het gevoel Shakespeare zélf gemist te hebben. Maar misschien geldt hier wat Macbeth in de voorstelling op ingewikkelde momenten uitroept: “We hebben het er nog wel over, later!”