Frederique Spigt van A Girl Called Johnny: 'Dat androgyne past bij mij'; De emotie moet het winnen van de decibellen

A Girl Called Johnny: 11/3 Patronaat, Haarlem, 26/3 Nederland 3, Wateringen, 1/4 Luxor, Arnhem, 2/4 De Koog, Noord-Scharwoude, 9/4 Drieluik, Zaandam, 15/4 Graanbeurs, Breda, 16/4 Lantaarn, Hellendoorn, 22/4 Peppel, Zeist.

Zangeres Frederique Spigt van rockgroep A Girl Called Johnny wil muziek maken die heavy is, niet als een berg lawaai maar vanwege het gevoel dat eruit spreekt. “De opzet was dat het klein moest klinken.” Nederlandse rockplaten klinken zelden zo rauw en hartstochtelijk als Cry For The Moon, het cd-debuut van de groep A Girl Called Johnny rond de Rotterdamse rhythm & blues-zangeres Frederique Spigt. Na het kortstondig succes van haar vorige groep I've Got The Bullets, die in 1986 de hitparade haalde met de robuuste soulsong In the Middle Of the Night, begon ze met een schone lei.

“De groepsnaam werd me aangereikt via een anonieme brief. A Girl Called Johnny, naar het gelijknamige liedje van The Waterboys. Een beetje merkwaardig vond ik dat wel, maar het is de perfecte naam. Dat androgyne, seksueel ambivalente van een meisje met een jongensnaam past uitstekend bij me. Bovendien zit ik niet vast aan deze band, en kan ik als de nood aan de man komt alleen verder als A Girl Called Johnny.”

Na een kleinschalig begin als akoestisch duo met gitarist Jan van der Meij van Powerplay, met wie ze een aantal nieuwe liedjes componeerde, recruteerde Frederique haar eigen band uit het circuit van loslopende Nederlandse sessiemuzikanten. Vooral bassist Rudy Englebert behoort na een dienstverband bij Herman Brood, Vitesse en Raiders of the Last Corvette tot de ware routiniers, terwijl drummer Christian Muiser en gitarist Erwin van Ligten hun sporen verdienden bij respectievelijk Jump Dickie Jump en Julia Lo'ko. Alleen de fenomenale slidegitarist Wil Sophie is een betrekkelijke nieuwkomer.

“De opzet was dat het klein moest klinken. Niet meer de stampende powerrock van I've Got The Bullets. Ik heb een meesterlijke tijd beleefd met die groep, maar met negen man was het armoe troef. We reden naar optredens in een gammel busje. Op de terugweg is het meer dan eens voorgekomen dat we midden in de nacht langs de kant van de weg op de ANWB moesten wachten om weggesleept te worden.”

Na de Amerikaans georienteerde rock en soul van I've Got The Bullets, wilde Frederique iets anders. “Ik luister niet veel naar muziek van anderen. Wat ik doe komt uit mezelf. De enige aan wie ik mij een beetje spiegel is Aretha Franklin, vanwege het gemak waarmee ze zingt. De grootste voldoening schep ik uit het zelf schrijven van liedjes. Als ik twee tonen op de piano speel, hoor ik soms een compleet lied in mijn hoofd. Meestal gebeurt dat spontaan, maar soms moet je er heel geconcentreerd voor gaan zitten. Thuis heb ik een kartonnen doos, die vol zit met ideeën voor liedjes. Gedachten, of dingen die ik in het café heb opgevangen. Die plak ik aan elkaar, en zo ontstaat een nieuw nummer. Bij I've Got The Bullets kon ik mijn ideeën moeilijk kwijt. Pas toen ik min of meer werd gedwongen om songs voor mezelf te gaan schrijven, heb ik het een beetje in mijn vingers gekregen.”

Ze voelt zich het meest in haar element op het podium, waar ze gestalte kan geven aan haar ongepolijste en gespierde zangstijl. “Een van de mooiste optredens die ik gedaan heb, was in Ahoy' toen we in het voorprogramma van Deep Purple speelden. Ik heb nu eenmaal wat ruimte nodig om heen en weer te rennen. Heerlijk vind ik dat. Optreden is het belangrijkste wat er is. Maar er moest wel eerst een plaat komen, zodat ik mijn muzikanten wat perspectief kon bieden. De afgelopen vijf jaar beschouw ik in feite als een aanloop naar datgene wat ik nu ga doen, met mijn eigen band langs de podia om mijn eigen nummers te zingen. We hebben ook expres geen coverversie van de een of andere hit op de cd gezet, terwijl er wel nummers van The Pretenders en Sonny Landreth op ons repertoire staan. In de platenwereld wordt al te snel gezegd: breng die cover maar op single uit, want dat is tenminste een bekend nummer. Wat dat betreft is het een behoudend wereldje.”

“Bij optredens komt daar nog een dimensie bij door de wisselwerking met het publiek en de merkwaardige dingen die er om me heen op het podium gebeuren. Vooral Rudy Englebert is een muzikant die niet van ophouden weet. Dat krijg je als je langere tijd in de buurt van Herman Brood hebt rondgehangen. Hij gaat als een tornado over het toneel, maar daarbij vind ik het ook erg belangrijk dat hij mooie koortjes kan zingen. Het mag nooit van dik hout zaagt men planken worden.”

Frederique Spigt wil muziek maken waarin de emotie het wint van de decibellen. “Het mag best heavy zijn, maar dan om het gevoel dat er uit spreekt en niet omdat er een berg lawaai wordt geproduceerd. In een rustig nummer kun je het publiek net zo goed laten merken dat je zingt over iets dat pijn doet. Ik was al unplugged voordat er sprake was van een trend, toen we min of meer noodgedwongen als akoestisch duo optraden. Die opzet kun je vrij makkelijk uitbouwen. Op de plaat hebben we het sober gehouden, om te benadrukken dat ik zing over dingen die me na aan het hart liggen.”

    • Jan Vollaard