Fotografische documenten uit Oost-Duitsland in het Goethe-Institut in Rotterdam; Het naakte leven achter de muur

Bij de ontruiming van de woning van Erich Honecker werden videocassettes en tijdschriften aangetroffen die hij zelf, toen hij nog Statsratvorsitzender was, verboden had. De muur, deze antifascistische Schutzwall, was er ook om de burgers van de DDR tegen Schulmädchenreport 7, Playboy en andere kapitalistische verlokkingen te beschermen.

Toch was de DDR-burger niet zo preuts als het aan de jaren vijftig herinnerende verbod van pornografie deed vermoeden. Op naaktheid rustte in de DDR geen taboe. Al in 1972 was 75,5 procent van de bevolking van het arbeiders- en boerenparadijs vóór naakt recreëren. FKK, Freikörperkultur, werd en wordt dat in Oost en West genoemd. Was het naakt recreëren in het land van Brandt en Wehner eerder een uitzondering, in Oost-Duitsland was het de regel. Na de hereniging wordt in de vijf nieuwe deelstaten echter het ene na het andere FKK-strand 'aangekleed', zodat de Oostduitsers ook op dit punt gedwongen zijn zich aan te passen.

In het Goethe-Institut te Rotterdam zijn van vanaf vandaag tot en met 7 april fotografische documenten te zien van de Oostduitse omgang met naaktheid. De tentoonstelling Die nackte Republik bestaat uit naaktfoto's van amateurs die door het Oostduitse tijdschrift das Magazin (“die unterhaltsame Seiten - seit 1924 aus Berlin”) zijn samengebracht. Das Magazin was vrijwel het enige blad in de DDR dat naaktfoto's publiceerde. Aanvankelijk, te beginnen in 1951, was dat er één per uitgave, later waren het er meer. De tentoonstelling was eerder te zien in de Berlijnse stadsbibliotheek.

Een deel van de naaktfoto's in het Goethe-Institut lijkt op foto's van amateurfotografen uit het Westen. Een verschil is wel dat hier de voorbeelden uit de foto- en pornobladen minder slaafs zijn nagevolgd dan in het Westen, misschien wel omdat men ze domweg niet kende. De rest van de foto's geeft echter een fascinerend beeld van een wereld die in meerdere opzichten afgesloten was. Verbazingwekkend is daartegenover de openheid waarmee veel inzenders zeer intieme scènes publiek maken.

Behalve een intiem beeld van onbekenden, leveren de foto's ook veel vragen op. De foto's in de catalogus, net als die van de tentoonstelling, zijn namelijk niet voorzien van een toelichting. Brigitte Sellin, sinds twintig jaar beeldredactrice van das Magazin: “De brieven die ons samen met de foto's toegestuurd werden, zijn zeer persoonlijke documenten, die niet voor publikatie in aanmerking komen. De mensen verdienen het ook een beetje beschermd te worden.” Bij een paar foto's weet mevrouw Sellin de raadsels die ze oproepen te ontsluieren. De foto van acht naakte mannen in de sneeuw voor een gasfabriek bijvoorbeeld, laat een traditie zien die wij in Nederland in een zwembroekvariant ook kennen: het midwinterzwemmen. De naakte mannen op de Bastei in de Sächsische Schweiz blijken alpinisten te zijn. En de foto van twee naakte meisjes die gefotografeerd worden door een groep mannen die allemaal ten minste twee camera's hebben, laat een vanaf 1979 vrij gewone activiteit van een fotoclub zien. Veel van de foto's uit Die nackte Republik zijn met medewerking van fotoclubs verzameld.

Mevrouw Sellin: “Het fotograferen werd in de DDR in het kader van de Kulturbund zeer ondersteund. De amateurfotografie had in de DDR ook een hoog niveau. Wie fotografische documenten zoekt van het leven in de DDR, kan ook beter terecht bij de amateurs dan bij de officiële fotojournalisten. Het culturele klimaat was in het algemeen beter in de DDR, ook doordat mensen het minder druk hadden met geld verdienen.”

Zwart-witfilms en papier waren goedkoop en goed in de DDR. Vooral 6x6 camera's kostten relatief niet veel en de bijbehorende Zeiss Jena DDR objectieven waren van buitengewone kwaliteit, zodat veel amateurs in het Oosten beter uitgerust waren dan hun Westduitse collega's. Kleurenfilms daarentegen waren slecht, zoals ook te zien is aan de weinige kleurenfoto's. De kleuren daarvan zijn soms zo zoet dat de foto's bijna de indruk maken ingekleurd te zijn. Een uitzondering vormt de kleurenfoto op de omslag van de catalogus, die ook om andere redenen interessant is.

De foto toont twee naakte mensen die op de motorkap van hun auto geleund zitten, waarschijnlijk met de zelfontspanner gemaakt. Zij heeft een hemd om haar schouders gehangen, waarschijnlijk begon de zon al een beetje te branden. Ze kijken elkaar lief aan, tevreden met elkaar, blij met de natuur en misschien wel met de lichtblauwe Trabant. Adam en Eva, kort voor de verjaging uit het paradijs.

De landelijke idylle keert vaak terug in de catalogus. Een prachtig voorbeeld in de stijl van de Franse fotografie uit de jaren vijftig, is de foto van Willy-Kurt Wittig. Boven in het (staande) beeld is een witte waslijn te zien, die naar rechts een beetje omhoog loopt. Links beneden staat een emmer. De zon heeft voor een fraai strijklicht gezorgd. De verbinding tussen waslijn en emmer wordt gevormd door het achteraanzicht van een jonge vrouw met ontbloot onderlichaam, die een broekje ophangt. Ze draagt een strohoed, een topje en een schortje, dat van achter echter nauwelijks te zien is. Ze staat een beetje naar rechts gedraaid, de tenen van haar linkervoet raken nog net het gras. De achtergrond wordt gevormd door een boslandschap, in een fraaie onscherpte gehuld.

De foto van A. Donath maakt zichtbaar wat op andere foto's onuitgesproken blijft. Een naakt meisje legt aan de voet van de duinen met witte schelpen een woord: Paradies. Misschien was de vrijheid naakt te zijn in een land waar zo weinig vrij was, wel iets heel moois. Dat bij de eenwording van Duitsland dat kleine beetje idyllische vrijheid is ingeruild tegen een stortvloed van pornoprodukten, is jammer.

    • Dré de Man