Een mooi en beschikbaar loeder; Malicieuze roman van Margaret Atwood

Margaret Atwood: The Robber Bride. Uitg. Bloomsbury, 470 blz. Prijs ƒ 41,30 (grote-letterversie bij uitg. Doubleday US, Prijs ƒ 39,75)

De Nederlandse vertaling (door Tjadine Stheeman en Marian Lameris) van The Robber Bride verschijnt 17/3: Roofbruid, uitg. Bert Bakker, prijs ƒ 49,90.Margaret Atwood houdt op 29/3 (20.00u) een lezing voor het John Adams Institute in het West Indisch Huis.

De Canadese schrijfster Margaret Atwood (1939) heeft een eigen fanclub, de Margaret Atwood Society. Geen gillende, handtekeningjagende lezeressen, maar een academische organisatie die wetenschappelijk onderzoek naar het werk van de bewonderde schrijfster probeert te volgen en te stimuleren. Atwoods populariteit valt ook af te lezen aan de manier waarop haar boeken worden gepubliceerd: van haar nieuwe roman The Robber Bride verscheen bij Doubleday al meteen een grote-letterversie en een editie op audiocassette, extraatjes die doorgaans voorbehouden zijn aan auteurs met een miljoenenpubliek.

In Amerika ging de publikatie van de roman bovendien vergezeld van een uniek probeerseltje van uitgever en boekverkopers, gericht op een aantrekkelijk marktsegment: The Book Group Companion to Margaret Atwood's The Robber Bride, speciaal bedoeld voor leesclubjes. Hierin vinden we behalve bio- en bibliografische gegevens, een lezingtekst, en toepasselijke gedichten uit Grimms sprookje The Robber Bridegroom waarop Atwood varieert in haar roman. Praat- en leesgroepen zullen dankbaar gebruik maken van de dertien opgeworpen 'topics for group discussion' (Is female villainy different from the male variety?) die toegesneden lijken op middelbare scholieren. “The fine art of conversation makes a comeback” stelt de maker van dit opmerkelijke boekje vast en wijst met een zekere dosis wishful thinking op een 'explosieve' groei van leesclubs en -salons in de Verenigde Staten.

De beste samenvatting van het verhaal in The Robber Bride komt van Atwood zelf. In 'Where have all the Lady Macbeths gone', een lezing op een Amerikaanse boekenbeurs, introduceerde ze haar boek-met-een-boosdoenster als volgt: “Op 23 oktober 1990 lunchen drie vriendinnen in een restaurant in Toronto, The Toxique. De eerste is een krijgskundig historica, gespecialiseerd in middeleeuwse belegeringstactieken. De tweede heeft paranormale neigingen, een ingewikkeld verleden en een goede reden om nooit varkens te eten. De derde is een gehaaide, gokgrage zakenvrouw. Als ze aan het dessert toe zijn, dat bestaat uit een assorti sorbets - bij eten ben ik graag precies - komt er een vrouw binnen wier begrafenis ze vijf jaar geleden alle drie hebben bijgewoond. De teruggekeerde - die dankzij de wonderen der moderne plastische chirurgie goed bewaard is gebleven - heeft in de jaren zestig de eerste vrouw verschrikkelijke dingen aangedaan, de tweede vrouw nog verschrikkelijker dingen in de jaren zeventig, en de derde het verschrikkelijkste in de jaren tachtig.”

Margaret Atwood heeft met genoegen een loeder van een vrouw tot leven geroepen in The Robber Bride. Zenia is de droom van elke man: ze is mooi, en ze is beschikbaar. Tegelijk de nachtmerrie van elke vrouw: mooi, beschikbaar; ze is gemeen, ze legt ondoordringbare rookgordijnen van leugens, ze buit mannen en vrouwen uit om ze leeg en ontluisterd achter te laten, ze is, kortom, een vampier van deze tijd.

De drie vriendinnen hebben niet meer gemeen dan hun oude school, en hun haat tegen Zenia, die hun mannen heeft afgenomen. Afgezien van deze oorlogswond zijn ze zo verschillend als je kunt verwachten. De geschiedkundige met haar kindermaatje houdt zich het liefst bij de feiten maar moet haar verbeelding gebruiken om belegeringen en oorlogen na te spelen. Zweefster Charis leeft met haar dienstweigeraar, kruidentheeen, yogalessen en aura-analyses in een naïef fantasiewereldje totdat Zenia haar wreed, zeer wreed, de werkelijkheid laat voelen. Rijke, dikke Roz bestrijdt haar onbehagen met eetbuien, winkelen, en veranderingen in haar interieur. Atwood presenteert hun komische of aandoenlijke eigenaardigheden en tics als terloops. Het is moeilijk voor te stellen dat iemand de gedeeltes waarin de vrouwen aan ons voorgesteld worden niet met veel plezier zal lezen. Dat ligt, om meer dan een reden, anders bij de stukken waar de achtergronden van die tics en eigenaardigheden opgehelderd worden, de verhalen over hun jeugd dus. Slettige moeders, dronken vaders, echtscheidingen, zelfmoorden, handtastelijke ooms, incest, overspel - de oorlog tussen de seksen is lijden en brengt lijden voort van generatie op generatie, zo beitelt Atwood hier haar boodschap in.

Geen jeugd, geen verklaring krijgen we te lezen van Zenia, en evenmin van de mannen die een rol spelen. Zij is een archetype, de mannen meer stereotypen. Willoze slachtoffers van hun lust zijn de mannen in deze roman, hun vrouw of kinderen niet ontziende jagers tot het moment waarop ze Zenia's prooi worden. Atwoods drie vrouwen hebben heel gevarieerde lustbelevingen, haar mannen willen maar een ding en worden daar genadeloos in belachelijk gemaakt. Zenia wordt niet zonder bewondering beschreven; zij is het archetype van de vrouw die vrouwen volgens de auteur stiekem soms graag zouden willen zijn.

The Book Group Companion bij deze roman suggereert dat lezers vooral positie moeten kiezen in de strijd tussen de seksen, op de glijdende schaal van meer of minder politiek correct feminisme. Ongetwijfeld heeft Atwood, vereerd voorbeeld binnen de vrouwenbeweging, geen politiek vrijblijvend verhaaltje willen vertellen. Toch wint het verhaal het glansrijk van de moraal. The Robber Bride is voor het grootste deel zeer onderhoudend, van stilistische en inhoudelijke vondsten kan vaak worden genoten, de vrouwen zijn herkenbaar en roepen belangstelling op - maar geen warme sympathie. Vooral Atwoods onnadrukkelijke, scherpe humor maakt van haar nieuwe roman wat je noemt een zalig leesboek.

'Tiny Tony', de krijgskundige, is de belangrijkste van de drie vrouwen. Het boek begint en eindigt met haar, ze is het minst clichématig, en bovendien schreef Atwood in 1990 het gedicht 'The Loneliness of the Military Historian' - “for every year of peace there have been four hundred years of war”. Van rare kleine Tony, die achterstevoren kan praten en zingen, zullen haar veelbetekenende palindromen - zoals 'raw sexes war' - misschien minder lang blijven hangen dan, bijvoorbeeld, de beschrijving van hoe ze op een ruig zwart leerfeest zich doodsbang op de wc terugtrekt en daar om rustig te worden in gedachten helemaal de bloedige veldslag van Culloden naspeelt. The Robber Bride, Atwoods vijfentwintigste boek en achtste roman, is geestig, scherp, malicieus, en bijna helemaal gelukt.