Dolgelukkig

Vroeger hadden we zo'n kleine, in de muur gemetselde brievenbus. Dat was meer dan voldoende want we kregen alleen giro-enveloppen, ansichtkaarten en een enkele keer een brief van een van mijn oud-tantes. Later kwam er veel ongevraagd drukwerk en ander ongerief door de gleuf en daar waren wij niet op gesteld. Lange tijd hebben er toen dreigende teksten naast de bus gehangen: 'reclamedrukwerk wordt onverwijld vernietigd', 'wat in de bus wordt geworpen wordt niet teruggegeven' en zo, maar dat hielp niet veel. We hebben nu een veel grotere brievenbus, zo'n glanzende metalen klep, en de mat ligt iedere dag vol met vrolijke aanmaningen om tegen spotprijzen tuinmeubelen, kruidenierswaren, encyclopedieën en automobielen aan te schaffen.

Normaal kijk ik niet in die dingen. Het gaat zo in de oud-papierbak. Maar soms ligt er een aan mij persoonlijk geadresseerde enveloppe tussen en dan raak ik in twijfel. Is dit nou reclame of niet? Vooral wanneer ik een tijd geen persoonlijke post ontvangen heb, wil ik zo'n brief wel eens openmaken. De inhoud is meestal teleurstellend maar soms vind je ook intrigerende berichten. Laatst nog een brief met zeven bijlagen. Als ik een vlugge vogel was of een razendsnelle beslisser, zo heb ik begrepen, kon ik gratis voor niets een gouden horloge van een mij onbekend wereldmerk krijgen. Dan zit je toch even te kijken. Maar ik ben geen vlugge vogel en mijn beslissingen voltrekken zich langzaam.

Anders de familie Roozen uit Lutjebroek. Per post werd de familie van harte gefeliciteerd met de toekenning van een prachtig geschenk. Daar had de familie Roozen recht op, zo stond in het door Damart toegezonden 'Besluit betreffende de toekenning van geschenken'. Ingesloten was een aan dit vrolijke bericht kracht bijzettend 'officieel toekenningscertificaat' op naam van de familie Roozen. 'Haast u het prachtige geschenk op te vragen. U zult dolgelukkig zijn wanneer u het ontvangt. Met vriendelijke groeten, de direktie'.

En wat was het geschenk? Een Renault 19 ter waarde van 20 000 gulden.

Dat kwam goed uit want de familie Roozen zat al een tijdje op een Renault 19 te vlassen. Keurig volgens de instructie stuurde de familie het ingevulde bestelbonnetje in en de ontvangst daarvan werd keurig bevestigd. Maar toen gebeurde er een tijdje niets en dat was natuurlijk flauw. De familie maakte haar opwachting bij een advocaat en die wist wel hoe je zoiets moest oplossen. Hij ging naar de rechtbank, kreeg nul op het rekest, ging vervolgens in hoger beroep bij het Gerechtshof in Den Bosch en, ja hoor: Damart werd veroordeeld om aan de familie Roozen een Renault 19 ter waarde van 20 000 gulden af te geven. In de toegezonden stukken stond toch zeker duidelijk, zo meende het Hof, dat aan Roozen een geschenk was toegezegd! Damart had nog betoogd dat de mailing niet meer inhield dan een uitnodiging om deel te nemen aan een Sweepstake, maar dat was ook bij zorgvuldige lezing van de kleine lettertjes niet duidelijk. Misschien viel zo het effect van de mailing anders uit dan Damart zich had voorgesteld, maar op die afwijkende bedoeling kon Damart zich niet beroepen nu Roozen in redelijkheid had mogen aannemen dat hem het bewuste geschenk reeds was toegekend!

Mooie zaak hè? Wat zal het Hof genoten hebben. Maar is het arrest juist gewezen?

Eindeloos is in de juridische literatuur gediscussieerd over de vraag of opgewekt vertrouwen ook moet worden beschermd als het gaat om toegezegde geschenken. Met de Hoge Raad waren veel juristen van oordeel dat bij toegezegde geschenken opgewekt vertrouwen alleen moet worden beschermd wanneer degene die het geschenk hoopt te ontvangen, vooruitlopend daarop iets heeft gedaan of nagelaten waardoor hij, als hij niets krijgt, in een positie komt te verkeren die per saldo nadelig is. Stel bijvoorbeeld dat de familie Roozen, in blijde verwachting van de nieuwe Renault 19, hun oude Opel aan de buurvrouw hadden gegeven. Dan zou er inderdaad iets voor te zeggen zijn om Damart tot afgifte van een Renault 19 te veroordelen.

In het sedert 1 januari 1992 geldende Nieuw BW is de leer van de Hoge Raad niet vastgelegd, maar men is het erover eens dat bij geschenken opgewekt vertrouwen alleen in uitzonderingsgevallen moet worden beschermd. De redelijkheid wijst meestal in een andere richting.

Uit het gewezen arrest blijkt niet dat het Hof zich in deze kwestie heeft verdiept. Daar kunnen we niet aan beginnen, zal het Hof hebben gedacht. Als we ons aan de grote lijn houden is het burgerlijk recht al moeilijk genoeg.

Die brievenbus van mij, daar ben ik toch wel tevreden mee. Ik hoop ook nog eens dolgelukkig te worden.

    • P. van Schilfgaarde