Chinese bejaarden trekken samen op in Haags tehuis

DEN HAAG, 4 MAART. Met elkaar praten kunnen ze vaak niet. Ze spreken een andere taal, maar het schrift is voor iedereen gelijk. De bewoners gaan met behulp van briefjes met elkaar communiceren. De Haagse Stichting 'De Chinese Brug' bedacht een groepswonen-project voor Chinese ouderen en bracht 35 Chinezen samen in Den Haag. Vandaag betrekken de eerste bewoners het pand.

Het project, 23 huurwoningen en een ontmoetingsruimte, is ontwikkeld door de Stichting 'De Chinese Brug' samen met de gemeente Den Haag en de Algemene Woningbouwvereniging. De eerste generatie oudere Chinezen in Nederland wonen vaak eenzaam op kleine kamertjes. “De kinderen leven niet meer volgens de Chinese cultuur en hebben geen plaats of zin om hun ouders in huis te nemen. Ze hebben hier steun aan elkaar. Als er een probleem is, kunnen ze een beroep op ons doen”, aldus S. Tjin Tsai, voorzitter van 'De Chinese Brug'.

Grote, rode lampionnen en een spandoek met Chinese karakters versieren het moderne appartementengebouw op de hoek van de Glasblazerslaan en de Zuidwal in het centrum van Den Haag. Houten platen dienen als loopplanken over het mulle zand dat nog voor de ingang ligt. Een beetje onwennig lopen 35 Chinese bejaarden met de zojuist aan hen uitgereikte sleutel in de hand naar hun twee- of driekamerwoning. Met veel moeite steekt de 75-jarige T. Gan zijn sleutel in het nieuwe slot. “Het is tijd om te repeteren voor de dood; dit is een mooie plek op weg naar het afscheid van mijn leven”, zegt hij.

In het door de Chinese architect Thio ontworpen gebouw wonen mensen uit alle delen van China. Gan huurt er voor ongeveer 700 gulden in de maand een woning. “Ik stond jaren op de wachtlijst voor een gewoon tehuis. Dat was heel duur en vol. Dit gebouw is veilig en goedkoop, hoewel het jammer is dat ik mijn huis in Leiden achter moet laten. Eens moest ik de knoop echt doorhakken. Ik ga een beetje kijken hoe mijn vroegere landgenoten leven.”

Zijn jarenlange verblijf in Nederland veranderde Gan als mens. “Ik voel me Chinees, Indonesiër en Nederlander tegelijk. Elf keer ben ik teruggeweest in China en elk jaar ga ik naar Indonesië, maar ik zeg nooit dat ik een Chinees ben. De taal beheers ik niet meer perfect. Het voordeel van mijn situatie is dat ik uit drie ruiven kan eten, maar ik hoor nergens echt bij. Daarom is het prettig om hier met lotgenoten samen te kunnen wonen.”