Alles gaat voorbij zoals de Rijn wegstroomt; Pierre Audi over de Nederlandse Opera en het beste publiek ter wereld

“Ik was even verbaasd over mijn benoeming als wie dan ook. Waarom ik? Waarom ik bij een échte opera.” Pierre Audi werd in 1988 artistiek directeur van de Nederlandse Opera en regisseerde met veel succes negen operaprodukties in het Amsterdamse Muziektheater. De komende jaren gaat hij Wagners Der Ring des Nibelungen regisseren. “Wagners muziek komt net als bij Monteverdi rechtstreeks uit de ziel naar de stem.”

Pierre Audi, sinds 1988 artistiek directeur van de Nederlandse Opera, is trots op het succes van de opera in het Amsterdamse Muziektheater. De Nederlandse Opera doet bij voorbeeld veel aan export van operaprodukties. Audi: “Intendanten van buitenlandse opera's komen hier nu 'winkelen' in het Muziektheater, omdat men zich realiseert dat wat vroeger in Brussel aan de hand was met opera, nu gebeurt in Amsterdam.”

De Amsterdamse operaprodukties zijn veel gevraagd. De Barbier van Sevilla, waarvan gisteren in het Muziektheater de vierde serie voorstellingen begon, werd overgenomen door theaters in Tel Aviv, Parijs en Bergen in Noorwegen. La Damnation de Faust ging naar Bregenz en Covent Garden in Londen. Luisa Miller was te zien in Genève, dat ook de Ulisse wil hebben. Moses und Aron zal met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Pierre Boulez na de Amsterdamse voorstellingen in 1995 worden uitgevoerd in Salzburg. Les Brigands ging naar de Bastille en ook Parsifal en Pelleas et Mélisande worden elders vertoond. De Nederlandse Opera ging met twee stukken van Param Vir naar München en met Il Ritorno di Ulisse in Patria naar New York, en is daar ook gevraagd Poppea en Il Re Pastore te spelen.

Audi: “Voor Wozzeck, waarvan de voorstellingen hier nu net zijn beëindigd, is in het buitenland ook erg veel belangstelling. En het enthousiasme van ons eigen publiek voor zo'n radicale regie als die van Willy Decker was overweldigend. Na de première waren er voor alle volgende voorstellingen nog vele honderden plaatsen onverkocht, binnen een week was vrijwel alles uitverkocht. In Londen zit de zaal bij zo'n stuk voor een derde vol. Het is fantastisch en erg roerend dat zoiets hier wèl gaat. Elders is men erg jaloers op zo'n publiek, waaronder veel jongeren, dat zo massaal open staat voor onconventionele voorstellingen.”

Maar naast die trots is Pierre Audi vooral verbaasd over zijn eigen aandeel in het artistieke succes van de Nederlandse Opera. In iets meer dan drie jaar regisseerde Audi in Amsterdam negen operaprodukties in een heel persoonlijke intense stijl. Vaste verschijnselen daarin waren steeds de oerelementen - vuur, rotsen, water. Maar Audi ontkent krachtig een eenheidsstijl te hebben en benadrukt de variëteit en zelfs de tegenstrijdigheden in zijn werk: soms een bijna lege ruimte, maar in Il re pastore juist een gigantisch decor.

Opstand

Met die verbazingwekkende produktiviteit en met de hoge kwaliteit ervan verwierf Audi bij publiek en critici maar ook bij zijn eigen mensen in het Muziekthater enorm respect. Dinsdag kondigde Audi aan zelf Wagners Der Ring des Nibelungen te gaan regisseren. In 1997 en 1998 gaat de Ring in vier losse delen, in het Holland Festival 1999 gaat de Ring vier keer achtereen compleet.

De destijds 31-jarige Audi werd in 1988 benoemd als opvolger van Jan van Vlijmen. Slechts vijftien maanden werkte Van Vlijmen in het nieuwe Muziektheater, toen hij in december 1987 was gedwongen zijn ontslag aan te bieden aan de toenmalige WVC-minister Brinkman. Er was een tekort ontstaan van zeven miljoen gulden, het personeel was tegen hem in opstand gekomen en het opera-bestuur, dat Van Vlijmen aanvankelijk steunde, liet hem vallen.

Audi was hier ten tijde van zijn benoeming volkomen onbekend. In Londen had hij enige faam als artistiek leider en toneelregisseur van het kleine Almeida Theatre, waar hij ook een muziekfestival organiseerde. Audi werd geboren in Libanon, groeide op in Parijs en studeerde in Oxford.

“Ik was even verbaasd over mijn benoeming als wie dan ook. Waarom ik? Waarom ik bij een èchte opera? Waarom ik na Van Vlijmen? Het was erg verwarrend. Ik kwam niet van een conventionele opera, ik had er geen enkele ervaring mee. Ik was door het bestuur van de Nederlandse Opera geplukt uit een heel ander soort theater, half experimenteel. Ik moest een rol voor mijzelf zoeken, begrijpen wat zo'n gezelschap is, hoe dat in een voor mij vreemd land werkt, wat het publiek ervan verwacht en wat ik daaraan kon bijdragen, hoe ik dat moest organiseren.

“Ik wilde een eigen functie vinden voor het Muziektheater in een stad waar cultureel zoveel omgaat. De opera moest evenveel energie krijgen als het Concertgebouw en een soort pendant daarvan worden. Mijn uitdaging was de opera een zinvolle plaats te geven temidden van musea, moderne muziek en barokmuziek, waarvan er hier zo opmerkelijk veel is. Alles heeft zijn eigen publiek en ik wilde dat de opera al die publieken tezamen zou brengen. De fysieke ligging van het Muziektheater midden in de stad dicteert dat zelfs bijna.”

Bij zijn operaprodukties werkte Audi samen met beeldende kunstenaars als Kounellis en Baselitz. Mstislav Rostropowitsj dirigeerde de opzienbarende wereldpremière van Schnittke's Life with an idiot. Bij de Monteverdi-produkties werd de muziek gespeeld op authentieke instrumenten. Dit jaar zijn er drie wereldpremières van Nederlandse opera's: Symposion van Peter Schat en Gerrit Komrij, Noach van Guus Janssen en Rosa van Louis Andriessen, geregisseerd door filmer Peter Greenaway. Voor Noach, een stuk over de bedreigingen van de wereld en het in standhouden van het leven, dat in juni in de Stadsschouwburg gaat, maakt Karel Appel de scenische aankleding.

“Ik zie hier nu inderdaad liefhebbers van moderne muziek, van barokmuziek, mensen die van beeldende kunst houden. Ik voel me erg gepriviligeerd en ik hou van de stad. Toen ik hier eenmaal gewend was, ben ik de maatschappij en de mensen hier erg gaan waarderen. Voor een buitenlander is het moeilijk te begrijpen hoe mensen hier denken en reageren. Maar het was geweldig toen ik merkte dat ik inderdaad kon communiceren met hetgeen waarin ik geloof, toen ik zag dat het zin had hier te zijn en toen mensen dingen zagen en waardeerden die mij dierbaar zijn.

“Toen ik me nuttig voelde, begon ik meer vertrouwen te hebben zonder te vrezen dat het een verkeerde kant op zou gaan. Ik neem nu ook sneller beslissingen en werk flexibeler. Ik heb een geweldige relatie met Truze Lodder, die als zakelijk directeur snel het financiële tekort heeft weggewerkt. Dankzij haar kan ik als regisseur kan werken.

“Ulisse, mijn eerste regie in het Muziektheater, was in 1990 een basis om op door te gaan. Maar het echte keerpunt kwam tijdens het vorige seizoen, 1992-93. Pas toen voelde ik mij helemaal zeker en wist ik dat ik wilde blijven en jarenlang alles geven. Sinds augustus vorig jaar ben ik niet één keer naar Engeland teruggeweest, dat verleden ligt nu ver achter mij. Misschien komt het doordat Amsterdam een oude handelsstad is, dat je aan deze grachten alleen kunt wonen als je een duidelijke functie hebt van geven en nemen.”

Gedwongen huwelijk

De eerste jaren van Audi waren niet onverdeeld succesvol. In minder dan een half jaar moest hij zijn eerste eigen seizoen in elkaar zetten en lijnen voor de toekomst uitzetten. Zangers en dirigenten vielen soms tegen, dan weer mislukten nieuwe produkties, zoals tijdens het Holland Festival 1991 Mozarts Idomeneo in de regie van Peter Mussbach met Frans Brüggen als dirigent.

Audi werd toen nog geheel gefascineerd door Berlioz, andere componisten leken nauwelijks te bestaan. Een einddoel van Audi was dan ook Les Troyens. Van Harry Kupfers produktie van Berlioz' La Damnation de Faust was hij geen hartstochtelijk bewonderaar, de produktie van Berlioz' Benvenuto Cellini viel hem erg tegen en zo verdwenen Berlioz en Les Troyens uit de plannen.

Audi had ook grote problemen met de prominente rol van Hartmut Haenchen, de chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest waarmee de opera zo vaak werkt èn de chef-dirigent van de Nederlandse Opera zelf. Audi wilde hem in 1990 degraderen tot gast-dirigent, maar uiteindelijk bleef hij in zijn oude functie aan. Het contract met Haenchen werd onlangs opnieuw verlengd tot en met 1999 en Haenchen zal ook de dirigent zijn van de Ring.

“Met Haenchen was sprake van een 'gunshot-marriage', ik moest als de nieuwe artistiek directeur een gedwongen huwelijk met hem sluiten. Pas daarna leerden we elkaar begrijpen en nu we elkaar zoveel beter kennen is er een reden om samen te werken. Je kon niet anders dan fricties verwachten tussen twee zo verschillende mensen, de een geboren aan de oostkant van de Middellandse Zee en de ander afkomstig uit Oost-Duitsland. Ik ben veel chaotischer dan hij, maar op basis van vertrouwen werkt het nu eindelijk. Ik heb inderdaad een crisis geforceerd, niet om hem weg te krijgen, maar om te weten te komen waarom we werkelijk samenwerken. Hij zorgt dat het orkest heel moeilijke dingen aankan, zelfs Parsifal.”

Teleurstellingen zijn er nog steeds voor Audi, al zijn ze nu minder vaak op het podium te zien. Gerardjan Rijnders werd na onenigheid met Peter Schat afgevoerd als regisseur van Symposion. Audi gaat wel bij Rijnders' Toneelgroep Amsterdam Shakespeare's Timon regisseren. Ook door Salzburg en München is hij gevraagd. “Er zijn veel beperkingen, ik had meer 19de-eeuws Italiaans repertoire willen brengen. Ook Die Soldaten van Zimmermann bleek helaas onmogelijk terwijl het me juist aantrekt dingen te doen die bijna onmogelijk zijn te zeggen of weer te geven. Ik wil opera als kunstvorm die alle andere kunsten in zich verenigt, verder duwen, tot de rand, kijken hoe ver je kunt gaan.”

Menselijk

Verheugd is Audi dat Karl Ernst Herrmann - in Brussel wereldberoemd geworden als ontwerper en regisseur - het decor doet van Schönbergs Moses und Aron, die wordt geregisseerd door Peter Stein. “In New York hebben ze naast James Levine niet zo'n goed stel gastdirigenten als wij hier, met Edo de Waart, Hans Vonk, Simon Rattle en Riccardo Chailly. Met het Concertgebouworkest gaat hij Otello doen, hopelijk met Charlotte Margiono als Desdemona. Harnoncourt komt zeker terug en ik hoop dat Haitink hier ooit zal dirigeren.”

Na Parsifal wilde ik dat Klaus Michael Gruber ook de Ring zou regisseren, maar hij wilde het meteen in één keer doen, wat hier niet kan. Op voorstel van Haenchen was het uiteindelijk het verstandigste dat ik het samen met hem zou doen, als voltooiing van ons werk hier. Ik aarzel voor de decors nog tussen een kunstenaar of een ontwerper, daar denk ik nog een jaar over na. Ik wil eerst samen met Haenchen mijn benadering bepalen en aan de hand daarvan een beslissing nemen, als ik ook weet wat voor soort zangers we krijgen.

“Ik heb besloten om vanaf nu elke dag een uur aan de Ring te denken. Ik schrijf alles aan ideeën op en dan gooi ik later de doos leeg en zie wat eruit komt. De Ring is een intiem en erg menselijk stuk, Wagners muziek komt net als bij Monteverdi rechtstreeks uit de ziel naar de stem. Een probleem is dat Wagner er zelf al zo veel vuur in heeft gedaan, veel rotsen en erg veel water. Ik wil dat nu allemaal vermijden. Het mag niet al te letterlijk worden.

“Wat me in opera interesseert is het menselijke, ook bij Wagners goden. Net als bij de goden in het Griekse drama gaat het over twijfel. Wagner liet in Bayreuth een theater bouwen om een verhaal te vertellen dat zegt dat je de wereld niet kunt verklaren! Je kunt het leven niet uitleggen, je moet het beleven en je drukt er een stempel op of niet. Alles gaat voorbij zoals de Rijn wegstroomt. Ook Monteverdi heeft het over het voorbijgaande leven. In een zo zeker lijkende kunstvorm als opera moet je twijfel laten zien.

“Het is die twijfel die mij doet doorgaan. Het oplossen van problemen in het repetitielokaal, dát drijft mij voort, dát vuurt mij aan. Het beantwoorden van de vraag: hoe? - dat verjaagt mijn angst. Al die operaregies - dat ik zo'n massale carnavalsscène in La bohème heb gedaan - ik had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen. Toen ik Ulisse deed had ik nog nooit geregisseerd in zo'n grote ruimte als het enorme podium van het Muziektheater.

“Kennelijk wachtte het allemaal in mij om eruit te komen. Het is de combinatie van veel gezien te hebben en er veel gedachten over te hebben opgeslagen. Maar ik ben daarover ook zelf erg verbaasd. Ik heb nooit operaregisseurs geassisteerd, hoe wist ik hoe het moest? Wel heb ik vanaf mijn kinderjaren altijd goed naar opera gekeken. Toen ik 13 of 14 was, maakte ik in aantekenboekjes met tekeningen denkbeeldige produkties van Aida en Trovatore.

“Ik ben geobsedeerd door het idee dat ik hier niet te lang moet blijven en het aan iemand moet overdragen. Ik moet nuttig zijn, maar mezelf niet herhalen of vermoeid raken. Het is een voorrecht gevraagd te zijn, maar ik voel me daarover ook ongemakkelijk en gegeneerd. Maar ik heb nog geen concrete plannen om weg te gaan, de Ring moet er eerst zijn en dan moet ik nog wat seizoenen achterlaten. Ik denk niet dat ik heel mijn leven lang opera kan doen, al blijf ik misschien wel de rest van mijn leven in dit land wonen.”

    • Kasper Jansen