Al het goed geziene wordt onaantrekkelijk; Twee meesterwerken van Tanizaki vertaald

Junichiro Tanizaki: Stille sneeuwval. De geschiedenis van de gezusters Makioka. Vertaald door Jacques Westerhoven. Uitg. Meulenhoff, 639 blz. Prijs ƒ 59,50.

Junichiro Tanizaki: Lof der schaduw. Vertaald door Pim de Vroomen. Uitg. Meulenhoff, 78 blz. Prijs ƒ 24,90.

Op 1 september 1923 zit de 37-jarige Tanizaki Jun'ichiro in de bus naar Hakone, een vakantieoord zo'n honderd kilometer buiten zijn woonplaats Tokio. Plotseling schudt de grond, de bus beeft: het is de grote aardbeving. De bus komt veilig aan, maar Tokio ligt in puin. Geen spoor van ontzetting bij Tanizaki: “Bijna onmiddellijk welde er in mij een vreugde op bij de gedachte: Fantastisch! Nu zal Tokio een decadente stad worden!” Een stad vol auto's, brede straten, eindeloze rijen nachtclubs en wolkenkrabbers.

Op dat moment stond Tanizaki bekend als decadent, zelfs pervers schrijver, geobsedeerd door erotiek. De politie had al eens een verhaal van hem verboden als te obsceen. Wilde, Baudelaire en Poe waren zijn literaire voorbeelden: ooit zei hij dat onder invloed van de westerse literatuur seksueel verlangen in Japan buiten de muren van de oude bordeelwijken was getreden. Erotiek kreeg van hem een plaats in het dagelijks leven en de meesten van zijn lezers herinneren zich dan ook oude mannen die ongegeneerd vrouwenvoeten likken.

Tanizaki's meesterwerk Stille sneeuwval is nu eindelijk in het Nederlands vertaald. Het is op het eerste gezicht een heel on-Tanizakiaanse roman. Er komt geen voetfetisjisme in voor, op een roerende scène na waarin de jonge Taeko de teennagels van haar zusje in haar hand houdt, en er worden geen masochistische spelletjes gespeeld. Toch gaat het boek wel degelijk over verval, maar de belangstelling van de schrijver voor bederf zit net onder de oppervlakte.

In afwachting van de herbouw van Tokio verhuisde Tanizaki naar de Kansai regio rondom Kioto en Osaka, de bakermat van de Japanse cultuur. Dit betekende een ommekeer; van een goed schrijver werd hij een groot schrijver, hebben Japanse critici wel gezegd. Daar in de Kansai werd hij gegrepen door het weemoedig verlangen naar een traditioneel Japan dat hij zelf niet echt gekend had. Als kind groeide Tanizaki op in Tokio, een stad die altijd al haast heeft gehad en die toen in rap tempo het westen wilde inhalen. Ondanks zijn herinneringen aan 'hoe het vroeger was', lag en ligt de essentie van die stad in verandering. De Kansai daarentegen staat nog steeds voor alles wat Tokio niet is: rust, traditie, verfijning, de zachte plooibaarheid van de taal. Tanizaki verdedigde de schoonheid van het oude Japan met de overtuiging van de late bekeerling. De modern-decadente estheet die hij tientallen jaren was veranderde in een fijnproever van vervagende pracht, met een scherp oog voor details.

Dat oog voor detail zet de toon voor zijn Lof der schaduw dat tien jaar na zijn verhuizing verscheen. Het is een essay in de eeuwenoude traditie van 'het volgen van de penseel'. Tanizaki lijkt voortdurend af te dwalen, en springt van lakwerk bij lamplicht over op de inrichting van wc's. Die willekeurige opeenvolging van argumenten en voorbeelden verbergt minder een gebrek aan logica dan een voortdurend aftasten van zijn uitgangspunt, zijn eigen opvatting dat de essentie van oosterse schoonheid gezocht moet worden in het halfduister. Alles wat te goed gezien wordt, verliest aan aantrekkelijkheid. De springerige stijl weerspiegelt zijn zoektocht naar het beeld dat zijn idee het beste uitdrukt.

Wc-inrichting

Stille sneeuwval, begonnen in 1942, is het indrukwekkendste resultaat van Tanizaki's verhuizing naar de Kansai. De roman is het verhaal van de ondergang van een rijke koopmansfamilie uit die streek tegen de achtergrond van de oorlog, maar tegelijkertijd etste hij in proza het geleidelijk verdwijnen van het traditionele Japan. De vier zusters Makioka ontdekken na de dood van hun vader, die het familiekapitaal opgesoupeerd heeft, dat de tanende familieglorie het leeuwedeel van hun erfenis vormt. Net als in Lof der schaduw tast Tanizaki voortdurend naar beelden en scènes die dat geleidelijk verlies van het verleden weer kunnen geven. Elk van de 101 hoofdstukken is een steentje uit het mozaïek van huiselijke scènes dat uiteindelijk een portret oplevert van de moeizame aanvaarding van verlies. Als Sachiko, die in het boek de moederrol vervult, in Tokio op bezoek gaat bij haar oudste zusje Tsuruko, is het eerste dat ze ziet een rolschildering van een ayu, een kleine zoetwatervis die rondom Kioto gevangen wordt. Het is het laatste kunstwerk uit hun vaders verzameling, de rest is verkocht. Het nieuwbouwhuis is volgepropt met meubels uit het ouderlijk huis. “Het is verbazingwekkend wat je in een klein huis allemaal aan meubels kwijt kunt”, zegt Tsuruko. Nu de hoofdtak van de Makiokas in Tokio gevestigd is, lijken alle vroegere tekenen van aanzien uit hun context gerukt, definitief verloren. Ook de taal van de familie gaat verloren, lijkt het. In huis wordt nog Kansai-dialect gesproken maar de neefjes blijken al vloeiend Tokioos te kennen. (De vertaler Jacques Westerhoven heeft niet meer geprobeerd om, zoals vijf jaar geleden in Kruisende lijnen, het wezenlijk verschil tussen die twee taalvarianten weer te geven. Zo'n weergave is ook bijna ondoenlijk en ook de Amerikaanse vertaler Edward Seidensticker zag er vanaf. Toch is het spraakgebruik een essentieel deel van Tanizakis stijl en thematiek.)

Leidraad van Stille sneeuwval is het verwoede pogen om het derde zusje Yukiko ('Sneeuwkind') uit te huwelijken. Elke kandidaat valt af. We krijgen nooit echt te weten waarom; misschien omdat Yukiko gelooft een man te kunnen eisen die aan haar vaders status tegemoet komt, misschien omdat ze bang is voor het huwelijk dat haar voorgoed van haar zusters wegplukt. De komische angst van Sachiko dat Yukiko te vroeg doorheeft dat er alweer een kandidaat gepolst wordt, glijdt steeds meer af naar een wanhopige speurtocht naar de man die haar nog wil. De huwelijksproblemen zijn als een terugkerend muzikaal thema. Net als Yukiko zijn alle zusters op de een of andere manier gevangen in de eisen die de familie zichzelf stelt, net als bij haar worden hun levens steeds krampachtiger en net als Yukiko leggen zij zich uiteindelijk neer bij de loop der dingen.

De laatste zin neemt de lezer mee in de trein naar Tokio, terug naar Tanizakis geboortestad en weg van de droom die de Kansai voor hem was. De diarree die Yukiko die reis lang heeft is niet symbolisch en ook geen fetisjistisch detail. Tanizaki noteert, onaangedaan en zonder oordeel: zo is het leven.