Wegblijvers zouden vooral D66 en VVD hebben gestemd

UTRECHT, 3 MAART. Nog nooit was de electorale ontrouw zo groot als nu. Slechts vijftig tot zestig procent van de kiezers stemde op dezelfde partij als vier jaar geleden. Normaal blijft zeventig tot tachtig procent zijn laatste keuze trouw. Hoewel het om raadsverkiezingen ging, zijn het met name de regeringspartijen die het moeten ontgelden. De ontevreden kiezers liepen echter niet alleen over naar de oppositie en naar de Centrumdemocraten, maar vooral naar lokale partijen. In een aantal gemeenten scoorden ook bejaardenpartijen opmerkelijk hoog.

“Voor wie ontevreden is over de regeringspartijen is het een logische reactie om daar niet meer op te stemmen”, zegt Jean Tillie, die als politicoloog, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoek doet naar kiezersgedrag. “Voor degenen die wegtrekken bij de PvdA vormen D66 en GroenLinks een alternatief, voor degenen die niet meer op het CDA stemmen zijn dat de VVD en de kleine christelijke partijen. Die verschuiving zie je ook optreden, dus dat is niet verbazingwekkend. Degenen die stemmen op een andere landelijke partij, blijven in het algemeen in hun ideologisch spectrum hangen. Wel bijzonder is dat velen op raadsniveau een alternatief zien in lokale partijen. Dat is een uitweg om niet te hoeven kiezen tussen de landelijke partijen.”

Lokale partijen winnen in het hele land terrein, maar vooral in het zuiden. Langer dan in andere delen van het land hebben lokale lijsten daar een belangrijke rol gespeeld in de politiek. Bij deze verkiezingen slagen de partijen erin iets van het in de afgelopen decennia verloren terrein terug te winnen.

Het is ook in het zuiden dat het CDA de zwaarste klappen heeft gehad. Veel van dat verlies is bij lokale lijsten terechtgekomen. Nogal wat van die partijen hebben zich specifiek op ouderen gericht. Tillie: “Kennelijk voelen veel ouderen zich zo bedreigd door de uitspraken over de AOW dat ze zich ook lokaal organiseren. Het zijn puur belangenstemmen.”

Onverwachts voor de meeste opiniepeilers kwam de grote winst van de Socialistische Partij, die in Vlaardingen met 19 procent zelfs de grootste partij werd. In het zuiden won de SP vooral van het CDA. Dat verbaast Tillie: “Dat is ideologisch moeilijk te verklaren. Mogelijk ziet men de SP niet zozeer als een linkse partij, maar als een partij die iets voor de mensen doet. Zonder nader onderzoek moet je wel voorzichtig zijn met zulke conclusies.”

De winst van CD en CP'86 heeft iedereen wel zien aankomen. Tillie ziet een duidelijke samenhang tussen de groei van de aanhang van deze partijen en het minderhedendebat. “In mijn proefschrift laat ik zien dat de voorkeur voor een partij wordt bepaald door ideologie en macht. Onder de macht van een partij moet je dan niet alleen het aantal zetels verstaan, maar ook de invloed die die partij heeft op het publieke debat. In dit opzicht is de macht van de CD duidelijk toegenomen door de standpunten van mensen als Bolkestein, Kosto en Rottenberg. Als Rottenberg zegt dat de criminaliteit een probleem is, dan denken mensen, waarom zou ik dan niet stemmen op de partij die dat als eerste riep. Dan had die toch kennelijk gelijk.”

Uit enquêtes blijkt dat de CD de meeste stemmen krijgt van mensen die vroeger op de PvdA stemden. Maar ook onder ex-CDA-stemmers en onder nieuwe kiezers is de partij relatief populair. Daarbij zijn het dan vooral jongeren: van de 18 tot 24-jarigen heeft 6 procent CD gestemd. Ook onder 25 tot 34-jarigen heeft de partij een aanzienlijke aanhang, maar onder de oudere leeftijdcategorieën neemt de populariteit van extreem rechts snel af. Het clichébeeld van de bejaarde in de oude wijk die op de CD stemt om zijn onvrede over de teloorgang van zijn buurt uit te drukken, is dus onjuist.

De opkomst is historisch gezien laag, maar wel aanzienlijk hoger dan de afgelopen weken is voorspeld. Mannen hebben iets meer gestemd dan vrouwen, 67 tegen 65 procent. In het verleden was het doorgaans zo dat vooral de PvdA baat had bij een hoge opkomst. Dat blijkt deze keer volstrekt niet het geval, aldus de resultaten van een onderzoek van het bureau Inter/View. In tegendeel, als de thuisblijvers zouden hebben gestemd, zouden PvdA en CDA nog aanzienlijk meer hebben verloren. De latente voorkeur van de niet-stemmers lag vooral bij D66 en in iets mindere mate bij de VVD en de CD. D66 zou zelfs 9 procentpunt meer hebben gescoord als zij al haar potentiële kiezers die zijn thuisgebleven of die met vakantie zijn, tot stemmen had weten te bewegen. Hiermee lijkt ook de discrepantie verklaard tussen de hoge stand van D66 in de opiniepeilingen en de relatief tegenvallende resultaten bij de verkiezingen: een aanzienlijk deel van de potentiële aanhang heeft niet gestemd.

Uitgesplitst naar leeftijd ziet de aanhang van CDA en PvdA er weinig perspectiefrijk uit: vijftig-plussers vormen de grootste categorie. Wel is de PvdA erin geslaagd iets van het verloren terrein bij de jongste kiezers terug te winnen, maar toch koos slechts 14 procent van de 18 tot 24-jarigen voor de PvdA. Het CDA is onder de jongste kiezers verreweg het populairst met bijna 22 procent; dan volgt de D66 met 18, de VVD met 15, PvdA en GroenLinks met 14. Populaire opvattingen over de verrechtsing van de jeugd komen dus niet duidelijk in partijpolitieke voorkeuren tot uiting.

Dit jaar is voor het eerst grootschalig onderzoek gedaan naar het stemgedrag van buitenlanders. Tillie, een van degenen die dit onderzoek hebben uitgevoerd in opdracht van het Nederlands Centrum Buitenlanders: “De PvdA is de populairste partij. Dat was bekend. Opmerkelijk is dat onder Marokkanen GroenLinks de grootste is met 55 procent. Turken trekken daarentegen in toenemende mate naar het CDA, ruim 26 procent. Van de Marokkanen stemt slechts 2 procent CDA.”

De opkomst onder buitenlanders lag aanzienlijk onder die van Nederlanders. Van de Turken ging ruim 40 procent stemmen, van de Marokkanen ruim 30 en van de Surinamers en Antillianen 27. Tillie: “Dat laatste is heel laag. Hoe dat komt weet ik niet. De opkomst varieert ook nogal per gemeente. In Rotterdam is intensief campagne gevoerd om allochtonen te stimuleren om te gaan stemmen, maar de opkomst is daar landelijk gezien laag: 30 procent.” De partijpolitieke voorkeur van buitenlanders verschilt ook sterk per gemeente, veelal samenhangend met de verkiesbaarheid van kandidaten uit eigen kring. Zo stemde 90 procent van de Turken in Tilburg op de PvdA, die twee Turkse kandidaten op de lijst heeft staan. In Enschede stemde daarentegen 65 procent van de Turken op het CDA. De populariteit van GroenLinks onder Marokkanen verklaart hij uit het Rabbae-effect.

    • Dick van Eijk