Weg uit het midden

HET SLAGVELD OOGT indrukwekkend. Een historisch groot verlies voor het CDA, zware klappen voor de Partij van de Arbeid, en een forse groei voor de onconventionele partijen. De 'tegenpartij' die zich in diverse verschijningsvormen presenteerde is ontegenzeggelijk de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen geworden.

Ondanks het constante opinie-onderzoek weet de kiezer als het er werkelijk op aan komt altijd nog voor verrassingen te zorgen. De uitslag van gisteren vormt hiervan het bewijs. De opkomst was met 65,1 procent van de kiesgerechtigden aanzienlijk hoger dan een week geleden nog was voorspeld. Het lage opkomstpercentage uit 1990 werd niet geëvenaard.

Groot is de interesse voor het plaatselijke bestuur daarentegen nog steeds niet te noemen. Vier jaar geleden werd verdergaande decentralisatie als panacee genoemd voor het vergroten van de betrokkenheid van de burger bij het bestuur. Sindsdien zijn inderdaad opnieuw taken van de rijksoverheid naar de gemeenten overgeheveld. In tegenstelling tot de betrokken bestuurders is opwinding bij de kiezer uitgebleven. Het is al eerder vastgesteld: de politieke implicaties van deze verschuiving lopen niet synchroon met de bestuurlijke. De opkomst was hoger dan verwacht, maar daarom nog wel laag.

VOOR ZOVER landelijke conclusies aan de verkiezingen zijn te verbinden, was de klap die is uitgedeeld aan de beide regeringspartijen CDA en PvdA voorzien. Wat dat betreft hebben de peilingen correct de richting aangegeven. Daarmee is de boodschap overigens niet minder spectaculair. Niet eerder is een coalitie een dergelijke mokerslag toegebracht. Maar dat de losgeslagen kiezers hun heil in zo sterke mate aan de uiteinden van het politieke spectrum zouden zoeken, is de tweede verrassing van de verkiezingsuitslag. Politiek bezien is de trek uit het midden ongetwijfeld één van de opmerkelijkste gebeurtenissen van gisteren. Het kan een voorbode zijn van ingrijpende veranderingen in het politieke landschap. De alternatieve middenpartij D66 wint zeer behoorlijk, maar minder dan was aangenomen. Des te opvallender is het resultaat voor Centrumdemocraten, CP'86, de orthodox-christelijke fracties, GroenLinks en de Socialistische Partij. Waren het gisteren Tweede-Kamerverkiezingen geweest dan zouden deze flankpartijen gezamenlijk zeventien zetels winst hebben behaald. In de politieke vijver is een flinke steen geworpen.

Wat de gevolgen hiervan zijn, laat zich raden. Zet de trend zich bij de Kamerverkiezingen door dan moet het CDA het weglekken van kiezers naar rechts zien te stoppen, terwijl de PvdA voor de taak staat het verlies naar links af te dekken. Onder dergelijke omstandigheden zullen beide partijen grote moeite hebben om een coalitie en een gezamenlijk beleid tot stand te brengen. De positie van D66 blijft, ondanks het tegenvallende resultaat, cruciaal. De huidige coalitie zou immers niet meer over een meerderheid beschikken. Voor de VVD blijft het beeld onveranderd. Zes zetels winst als 'enige echte oppositiepartij' terwijl de coalitie er 32 verliest; het blijft een pover resultaat. De generale repetitie is voor geen van de vier grote partijen bevredigend verlopen. Twee maanden resteren om het resultaat te verbeteren.

HET WAREN gisteren gemeenteraadsverkiezingen. De kiezer heeft dat beter begrepen dan de politici die de afgelopen weken door het land zijn getrokken. Waar serieuze lokale partijen aan de verkiezingen meededen, hebben die in veel gevallen ook een behoorlijk resultaat weten te behalen. Lastig voor de landelijke partijen, maar goed voor de plaatsbepaling van de verkiezingen. Onjuist is het alle plaatselijke partijen af te doen als 'protestpartij'. Mogelijk overheerst bij een aantal de afkeer van de gevestigde politiek, maar doorgaans behartigen zij met recht zaken die plaatselijk van groot belang zijn. Dat rechtvaardigt niet een negatieve beoordeling vanuit Den Haag.

Nederland heeft gestemd voor de eerste maal in een serie van drie verkiezingen. De verschuivingen zijn aanzienlijk. Een uitgesproken bestuurderspartij als het CDA zal het de komende vier jaar met 721 raadsleden minder moeten doen. De PvdA kan na de zware nederlaag van vier jaar geleden nog eens 470 raadszetels inleveren. De andere kant van de balans toont het herstel van de VVD en een geprolongeerd beroep op de bestuurskracht van D66 dat dit keer ruim 300 raadsleden extra mag inzetten. De partij zegt er dit keer beter op voorbereid te zijn dan vier jaar geleden. Het zal moeten blijken. De eerste proeve van bekwaamheid kan de komende weken tijdens de college-onderhandelingen worden afgelegd.

WELISWAAR VERWACHT maar daarom niet minder betreurenswaardig is de opmars van de xenofobe partijen. De Europese werkelijkheid is op dit punt nu ook tot Nederland doorgedrongen. De percentages die de Centrumdemocraten en CP'86 in enkele grote steden hebben weten te behalen, zijn aanzienlijk. Het wijst op een potentiële spanning. Die spanning wegnemen zou een van de eerste opdrachten moeten zijn voor de nieuw gekozen raden. Zij kunnen dat niet alleen, maar zijn daarvoor in hoge mate afhankelijk van de landelijke politiek. Die zal zich tot 3 mei nog veelvuldig bij de kiezer melden. Hopelijk met een op dit punt duidelijk verhaal.