VW-topman López: wij moeten gigantische sprong maken

Volkswagen-topman José Ignacio López de Arriortúa zette als geen ander de noodzakelijk geachte sanering van de Europese automobielindustrie in gang. Wie is die López, die inkoper die met zijn 'eenzijdige prijsonderhandelingen' van het eigenhandig wurgen van toeleveranciers zijn persoonlijke hobby zou hebben gemaakt, vroeg de Nederlandse toeleveranciersvereniging Nevat zich af. Voor een congreszaal vol toeleveranciers in de Utrechtse Jaarbeurs maakte López vorige maand korte metten met het welvaartsbuikje van vele producenten.

De leveranciers van auto-onderdelen zijn verantwoordelijk voor het leeuwedeel - om en nabij 65 procent - van de produktiekosten van een auto. Bij de voortgaande saneringen en reorganisaties in de Europese automobielindustrie zullen juist bij deze bedrijven en bedrijfjes de hardste klappen vallen. Een vorig najaar verschenen rapport van de Boston Consulting Group voorspelde dat twee van de drie toeleveranciers in Europa binnenkort zullen sneuvelen. En daarmee zou zowat de helft van de 940.000 banen in deze industrie verdwijnen.

Als gevolg van de recessie en de daarmee gepaard gaande terugval in de Europese autoverkopen kregen dergelijke sombere voorspellingen veel aandacht. Daarbij werd veel gewezen op het 'López-effect', dat als synoniem wordt gehanteerd voor onredelijke prijsreducties door machtsmisbruik. Maar general manager van de Nevat ing. L.J.M. Maas wil dit beeld nadrukkelijk nuanceren. Maas: “Je kunt je afvragen of de essentie van de López-strategie door de pers wel correct wordt weergegeven. Is López werkelijk die onverbiddelijke prijskoper of wordt dit beeld gecreëerd door enkele onwelwillende toeleveranciers die hun contract met VW niet verlengd hebben gezien?”

T. de Bruine, directeur-eigenaar van Metaalbedrijf Brinks in Vriezenveen, gaat nog verder. “López heeft de toeleveringsindustrie wakker geschud, we waren allemaal een beetje ingedut. López heeft de markt voor innovatieve toeleveranciers weer opengebroken.” De Bruine is een zogenaamde 'jobber': hij voert bewerkingen uit op ABS-systemen voor Europese autofabrikanten. Zijn uitspraken staan in het deze maand verschenen boekje De winst van uitbesteden. Samenwerking vanuit ketenperspectief. Volgens hem kan de auto-industrie 'door integrale samenwerking best 15 procent besparen op de kosten.'

Kostenbesparing is op dit moment het devies. Het wegsnijden van het overtollige 'vet' in produktie en distributie is de enige redding voor de Europese auto-industrie, en López heeft zich opgeworpen als de exponent van dit nieuwe 'slanke' denken. Wat willen López en andere afnemers nu eigenlijk? Simpel gesteld: de beste kwaliteit op het juiste moment op de juiste plaats voor de scherpste prijs. De Spaanse grootinquisiteur, zoals zijn tegenstanders hem aanduiden, plaatst 'inkoop' in een 'strategische dimensie' waar deze functie vroeger slechts een administratief karakter had.

Om de kostprijs te verlagen moet er beter samengewerkt worden, predikt López tegenover de toeleveranciers in de Jaarbeurs-zaal. “Wij als autofabrikant hebben u nodig. Zonder uw hulp kunnen wij geen auto's bouwen, onze klant niet bieden wat hij vraagt. Iedere toeleverancier met creatieve ideeën mag zich bij mij melden. Wij luisteren en wij gaan met u in zee. Mits u de verhouding kosten/kwaliteit kunt optimaliseren.” De achtergrond van de saneringsmaatregelen in de autoindustrie is immers vooral gewoon een kwestie van geld. De consument wil of kan de hoge prijs voor de auto niet meer betalen. Dus moet iedereen, van de leverancier van het brandstofinjectiesysteem tot en met het bedrijfje dat gaten boort in remschijven, zijn kostprijs verlagen.

López en de zijnen willen de toeleveranciers helpen met dat proces van voortdurende kostenverlaging. Maar hij noemt dit principe liever 'constante verbetering van het produktieproces'. VW heeft daarvoor in 1993 zogeheten 'KVP-workshops' opgezet. In die workshops, die zowel intern als buiten het bedrijf plaatsvinden, wordt samen met de toeleverende bedrijven in de produktieketen gewerkt aan verbetering van de kwaliteit, aan besparing van kosten, aan het toetsen van opborrelende ideeën. “Een onuitputtelijke bron van creativiteit vormen daarbij de arbeiders op de werkvloer”, meent López. Aan het eind van 1994 moeten in 5000 van de workshops 60.000 mensen geleerd hebben hun werk beter te doen. In een wederkerig leerproces: “Ook wij als autofabrikant steken wat op van u als toeleveranciers.”

“Maar, vraagt de directeur van toeleverancier Nefit Fasto uit Deventer op de bijeenkomst in Utrecht aan López, als u ons binnen zo'n nauwe samenwerking vooruit helpt en wij leveren vervolgens ook aan andere autofabrikanten, dan helpt u toch indirect uw eigen concurrenten?” López glimlacht en antwoordt dat zijn baas hem hetzelfde vroeg in 1983. “En toen zei ik hem ook al: maar wij profiteren daar het eerst van.”

Ook López hanteert bekende managers-clichés zoals 'als de klant gelukkig is, is de producent gelukkig'. Maar hij ontleent zijn gedrevenheid vooral aan de 'López-instelling' van de consument. Die wil een goede auto die niet kapot gaat, voor een (vaste) lage prijs. En een goede service op de koop toe. Daarom luidt een van zijn 'Tien Geboden', die hij heeft uitgebeiteld in overheadsheets: gij zult 'customer driven' zijn. Een ander gebod luidt 'alle macht aan de creativiteit'. López wil van zijn luisteraars nieuwe ideeën die moeten leiden tot nieuwe produktietechnologieën.

Een andere in de Jaarbeurs aanwezige toeleverancier vraagt zich af of López in zijn rationalisatie-drang niet gemakkelijk in de verleiding komt om eerst via die 'KVP'-methode samen met de toeleverancier een optimaal produktieproces uit te kristalliseren om vervolgens dit hele proces naar een lage-lonenland over te hevelen. López glimlacht fijntjes. “Dat zou niet ethisch zijn. Wel praktisch. Maar ik kan u verzekeren, dat gebeurt niet.” Gespreksleider prof. dr. Arjan van Weele, hoogleraar Inkoopmanagement aan de TU Eindhoven, laat dat niet op zich zitten: “Ik ken gevallen waarin dat wèl gebeurd is.”

López blijft bij zijn ontkenning en beklemtoont zijn Europese visie. “Wij Europeanen moeten ons leven ingrijpend verbeteren. Alleen door middel van een gigantische sprong voorwaarts behouden we onze internationale concurrentiepositie ten opzichte van de opkomende naties als China, India, Argentinië, de voormalige oostbloklanden en al die andere landen waar de mensen nog niet sluimeren in hun welstand.”