Turkije heft immuniteit Koerden op

ANKARA, 3 MAART. Het Turkse parlement heeft gisteren de parlementaire onschendbaarheid van zes Koerdische afgevaardigden opgeheven. Ze worden beschuldigd van separatistische propaganda, waarvoor ze door het staatsveiligheidshof tot de doodstraf kunnen worden veroordeeld. Twee van hen, Hatip Dicle en Orhan Dogan, werden - nog vóór de beslissing in de staatscourant was gepubliceerd - gearresteerd.

De zitting in het Turkse parlement wordt vandaag voortgezet. Aangenomen wordt dat de parlementaire onschendbaarheid van een zevende Koerdische afgevaardigde en van een voormalig lid van de pro-islamitische Welvaartspartij, Hasan Mezarce, tevens wordt opgeheven. Mezarce werd vooruitlopend op de beslissing gisteravond door de politie in Istanbul al uit zijn huis gehaald, maar daarna weer vrijgelaten. Hij kan tot maximaal 20 jaar celstraf worden veroordeeld voor zijn antiseculiere uitspraken en het bezoedelen van de nagedachtenis van de Turkse hervormer Atatürk.

De arrestatie van Dicle en Dogan, beiden lid van de pro-Koerdische Democratische Partij (DEP), veroorzaakte grote opschudding onder de sociaal-democratische afgevaardigden in het parlement. “Dit is een onacceptabele vergissing”, zei de sociaal-democraat Ercan Karakas. Ook de vice-voorzitter van het parlement, Mustafa Kalemli, achtte de aanhoudingen onwettig. De afgevaardigden hebben nog 15 dagen de tijd om tegen de beslissing van het parlement in beroep te gaan bij het constitutionele hof. In opdracht van het staatsveiligheidshof heeft de Turkse politie de acht verdachten verboden naar het buitenland te reizen.

De Sociaal-Democratische Volkspartij (SHP) vormt samen met de conservatieve Partij van het Juiste Pad (PJP) een coalitieregering. De SHP is principieel tegen het opheffen van de parlementaire onschendbaarheid. Premier Tansu Çiller heeft gisteren echter de steun gekregen van de oppositiepartijen bij haar pogingen om de zeven parlementariërs die worden aangemerkt als aanhangers van de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) uit het parlement te weren. Met name vanuit het leger was hier sterk op aangedrongen.

In een deel van de Turkse pers is er de afgelopen dagen evenwel op gewezen dat de Koerdische parlementariërs slechts gebruik hebben gemaakt van de vrijheid van meningsuiting om hun visie op de zaak van de Koerden in Turkije in binnen- en buitenland kenbaar te maken. Van separatistische activiteit zou dan ook geen sprake zijn.

Deze ontwikkeling zal de spanning in het Koerdische zuidoosten van Turkije verder doen oplopen. De DEP trok zich vorige week al uit de gemeenteraadsverkiezingen terug, omdat een belangrijk deel van de kandidaten van de partij voor de burgemeestersposten in de Koerdische regio zijn gearresteerd en de kantoren van de DEP het doelwit zijn van mysterieuze bomaanslagen. De PKK heeft deze week bovendien de Koerdische bevolking opgeroepen de verkiezingen op 27 maart te boycotten. Volgens een verklaring van de organisatie zullen zowel de mensen die wel naar de stembus gaan als degenen die zich kandidaat stellen, doelwit zijn van vergeldingsacties van de PKK.

    • Froukje Santing