Tienduizend kilo goederen voor moslims, Serviërs en Kroaten in Palanka; Met papieren schoenen door de sneeuw

Het duurde even voordat ze vrachtwagenchauffeurs hadden gevonden die naar Servië durfden te rijden, maar nu staan de Nederlandse vrijwilligers van de stichting Palanka klaar om voedsel, medicijnen en kleding naar drie Servische vluchtelingenkampen te brengen. Ze zijn de enige particuliere hulporganisatie in Nederland die de vluchtelingenkampen in Servië persoonlijk bevoorraden. Binnenkort vertrekt hun vierde konvooi vanuit Amsterdam naar de Servische dorpen Smederevska Palanka en Alexinas. De stichting Palanka heeft drie kampen 'geadopteerd', waar moslims, Serviërs en Kroaten in betrekkelijke harmonie samenleven, maar vanwege het handelsembargo tegen Servië de meest noodzakelijke levensbehoeften moeten ontberen.

In het rustige Servië waar niet wordt gevochten, verblijven zo'n 900.000 vluchtelingen, die afkomstig zijn uit verschillende etnische groeperingen. De economische boycot tegen Servië treft hen als vluchtelingen extra zwaar. De enige officiële instantie die hun een vluchtelingenstatus en de bijbehorende hulp verleent is het Servische Rode Kruis. In Kroatië komen alleen vluchtelingen met een speciaal visum daarvoor in aanmerking. De VN krijgt niet genoeg steun van de lidstaten om daadwerkelijk hulp te kunnen verlenen in Servië. De plaatselijke bevolking heeft tachtig procent van de vluchtelingen in huis opgenomen. De resterende twintig procent leeft in kampen.

Beeldend kunstenares Olla van Maasdijk, maatschappelijk werkster Irene Cuperus en politicoloog Bob de Ruiter kwamen vorig jaar in zo'n kamp terecht. Aanvankelijk gealarmeerd door berichten over verwaarloosde baby's van verkrachte moeders, waren ze naar het voormalige Joegoslavië afgereisd. Een stichting - Baby's zonder ouders - hadden ze al opgericht. De toestand in de Servische vluchtelingkampen waar Van Maasdijk en Cuperus terechtkwamen, was veel urgenter dan het babyprobleem, dat enorm bleek mee te vallen. Ze besloten hulp te verlenen aan een kamp in Smederevska Palanka, een dorp van 23.000 inwoners en 1.400 vluchtelingen ten zuiden van Belgrado. Olla van Maasdijk: “We zagen daar mensen die met papieren schoenen door de sneeuw liepen. Vooral de ouderen waren er heel slecht aan toe. Deze mensen zijn geheel afhankelijk van de hulp die Servië hen biedt, dat door de rest van de wereld als aggressor wordt gezien. Dat is tegen het grondbeginsel van de humanitaire hulp die zonder onderscheid van ras, etniciteit of godsdienst moet worden verstrekt. In Irak kregen de oorlogsslachtoffers ook gewoon hulp.”

Binnen zes weken was er genoeg geld, voedsel en kleren ingezameld om tienduizend kilo goederen naar Smederevska Palanka te sturen. Inmiddels is de stichting toe aan het vierde transport en Olla van Maasdijk kent dan ook al aardig de weg in het internationale hulpverleningscircuit. Het zijn vooral de pesterige Hongaarse douaniers en een tergend trage VN-bureaucratie die de stichting ervan weerhoudt alert te reageren op de ontwikkelingen in Servië. Voor iedere vrachtwagen moet bij de VN een ontheffing op het embargo worden aangevraagd. De afhandeling van deze procedure duurt doorgaans maanden omdat de VN per week zo'n 2000 aanvragen te verwerken krijgt.

Levensmiddelen en medicijnen staan bovenaan het verlanglijstje van de stichting. Van Maasdijk: “We hebben de laatste tijd ontzettend veel kleding gekregen omdat mensen hun zolder lekker aan het opruimen zijn en denken dat wij er iets aan hebben. Maar ze kunnen beter geld of voedsel geven. Er is bijvoorbeeld een grote behoefte aan tranquillizers voor de vele vluchtelingen die een shock hebben opgelopen. Ook is er is penicilline nodig; de kindersterfte is met vijftig procent toegenomen.” Medicijnen worden ingekocht bij de International Dispensary Association (IDA), een ideële medische groothandel die op grote schaal geneesmiddelen bestelt en met een kostendekkende marge doorverkoopt aan erkende hulporganisaties. Een week medicijnen voor Smederevska Palanka kost bij een regulier inkoopadres ƒ 27.000, terwijl de IDA daar ƒ 7.000 voor rekent.

De stichting pakt haar fondsenwerving creatief aan via geldinzameling, supermarktacties, spreekbeurten en bedrijfssponsoring (tl-buizen voor een onverlichte school en kunstenaarsmaterialen voor uitgebluste vluchtelingetjes). Dankzij het sneeuwbaleffect van de spreekbeurten telt de stichting nu zeven filialen en kan behalve Smederevska ook twee kleinere kampen bevoorraden. Voor de grote hoeveelheid goederen die voor het komende transport ter beschikking waren, kon de stichting een tweede vrachtwagen huren.

Ondanks de financiële giften, die steeds groter worden, heeft de stichting subsidie nodig voor de onvermijdelijke professionalisering. Het is de bedoeling om dit jaar elke zes weken een vrachtwagen te laten vertrekken. Olla van Maasdijk en Bob de Ruiter zijn van plan tijdens hun bezoek aan Belgrado een netwerk op te bouwen waarmee ze een subsidieaanvraag bij de minister van ontwikkelingssamenwerking voor een eenmalig bedrag van ƒ 150.000 kunnen ondersteunen. “We zouden het liefst structurele subsidie willen krijgen, zodat we kunnen blijven rijden zolang de oorlog duurt. Maar de politiek is zo bang om iets voor Servië te doen nu de verkiezingen voor de deur staan. Gelukkig krijgen we steeds minder negatieve reacties omdat mensen nu langzamerhand gaan zien dat niet alleen Servië de gebeten hond is. Iedereen slacht elkaar af. Ik wil mensen helpen die niets kunnen doen aan de ellende waarin ze zijn terechtgekomen.”

Inl. telefoon 020-6247976, fax 020-6224468