Terugval PvdA, GroenLinks nu grootste partij

Terug naar de wijken. Dat werd het parool bij de Utrechtse PvdA vier jaar geleden, meteen nadat de partij een dramatische val van 19 naar 12 raadszetels had gemaakt. Voor de gisteren gehouden raadsverkiezingen had de PvdA in haar programma inderdaad veel aandacht voor versterking van de wijken, maar het heeft niet mogen niet baten. Opnieuw beleefde de partij een terugval, dit keer van 12 naar 9 zetels.

A. Rijckenberg, lijsttrekker van GroenLinks, haalt er haar schouders over op. “De aandacht voor de wijken stond vier jaar geleden al in ons verkiezingsprogram. Dat heeft de PvdA nu overgenomen”, zegt ze met het superieure venijn van de winnaar. Sinds gisteren is de traditionele oppositiepartij GroenLinks met 19,05 procent van de stemmen, ofwel negen zetels, de grootste partij geworden. Het CDA heeft een zwaar verlies, van tien naar zes zetels, moeten incasseren. Het ligt nu voor de hand dat er een programcollege komt op brede basis.

De opkomst van extreem-rechts, de CD van één naar drie zetels en een zetel voor het Nederlands Blok, vereist dat er nog meer aandacht komt voor verbetering van de leefbaarheid van de wijken, maar zonder die dreiging was die noodzaak ook al onderkend. Tot nu toe werd de Utrechtse politiek noodgedwongen in beslag genomen door grootstedelijke vraagstukken: de stadsuitbreiding in het kassengebied van Vleuten-De Meern, de reconstructie van het centrum middels het Utrecht City Project (UCP) en de beteugeling van het autoverkeer annex de aanleg van een sneltram.

Over één kwestie hoeft het nieuwe gemeentebestuur zich geen zorgen te maken: voor het eerst in veertig jaar kan de stad weer uitbreiden. Weliswaar bestaat er enige scepsis over het streven om in het kassengebied vóór het jaar 2000 al een groot deel van de geplande 20.000 woningen te bouwen tegen een betaalbare prijs, maar in de Utrechtse gemeentepolitiek is die uitbreiding onomstreden.

Twijfels zijn er wel over de andere ingrepen die beschouwd werden als een onontbeerlijk onderdeel van een grotere stad: het UCP en de sneltram. De noodzaak van een reconstructie van het centrum, met een face-lift voor het winkelcentrum Hoog Catharijne, wordt weliswaar alom erkend, maar er bestaat grote vrees dat dit opnieuw zal leiden tot nieuwe betonmassa's. Rijckenberg wil in ieder geval een herbezinning. “Er is nog geen UCP en het is zeer wel mogelijk om het plan terug te brengen naar zijn oorspronkelijke doelstellingen: verbetering van de leefbaarheid en doorbreking van de barrièrewerking van het stationsgebied tussen het oostelijk en het westelijk deel van de stad. Daarvoor heb je geen kantoortoeters in alle hoeken en gaten nodig.”

Ook de aanleg van de sneltram staat opnieuw ter discussie. In november 1991 zorgde de tram voor een crisis in het college van B en W, toen PvdA en CDA kozen voor een bovengrondse tram door de binnenstad en de twee D66-wethouders uit het college stapten. De VVD trad toe tot het college en daarmee was een meerderheid voor de tram bereikt. Die meerderheid is nu verdwenen. “Nu kunnen we eens nadenken over echte oplossingen voor het openbaar vervoer”, concludeerde D66-lijsttrekker H. Kernkamp.

De lijsttrekker van de PvdA, A. Najib, wilde zich “niet nu al laten verleiden tot uitspraken voor of tegen”. Het gaat er volgens hem om dat “de mensen het vertrouwen krijgen dat het stadsbestuur iets kan doen. De sneltram is daar een onderdeel van, maar werkgelegenheid is belangrijker dan de sneltram”. Dat leidde onmiddellijk tot de conclusie dat de tram dus kan worden ingeleverd voor andere zaken, hetgeen door Najib niet werd bestreden.

    • Bert Determeijer