Steeds minder R&D

'Wetenschaps- en Technologiebeleid in Nederland' van Auke van Dijk e.a. (196 blz.) is verschenen bij DSWO Press in Leiden. ISBN: 90 6695 094-3

Nederland geeft als een van de weinige Westerse landen steeds minder geld uit aan wetenschappelijk onderzoek. De overzichtsstudie Wetenschaps- en Technologiebeleid in Nederland van Auke van Dijk e.a., een verhelderende inleiding tot de complexe wereld van wetenschap en techniek, maakt dit pijnlijk duidelijk. Het percentage R&D (Research and Development) binnen het BNP (Bruto Nationaal Produkt) is sinds 1986 continu gedaald. Het huidige cijfer van 1,9 procent blijft niet alleen ver achter bij de 3,1 procent van koploper Japan, ook is Nederland inmiddels op R&D-gebied ingehaald door de snelgroeiende 'Aziatische tijger' Zuid-Korea.

Bij de Stichting voor de Technische Wetenschappen (STW) maakt men zich grote zorgen om deze ontwikkeling. Deze in Utrecht gevestigde 'tweede geldstroom'-organisatie is een zelfstandig onderdeel van NWO, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Ze financiert sinds 1981 universitaire onderzoeksprojecten die worden geselecteerd op grond van wetenschappelijke kwaliteit en toepasbaarheid. Vorige week verscheen het jaarverslag over 1993. STW-voorzitter dr. C. le Pair in een toelichting: 'Als ik zie dat in de ons omringende landen de subsidies voor technisch-wetenschappelijk onderzoek toenemen, dan zie ik met lede ogen dat Nederland verder achter raakt. Ik kan niet anders dan fel stelling daartegen nemen.'

STW timmert aan de weg. Het vroegtijdig betrekken van potentiële gebruikers bij de onderzoeksprojecten blijkt vruchten af te werpen. Ook financieel gaat het de stichting voor de wind. Het budget, afkomstig van de ministeries van Onderwijs en Economische Zaken, werd afgelopen jaar met acht miljoen gulden verhoogd tot een bedrag van vijftig miljoen. 'Eén van de hoogtepunten van afgelopen jaar', aldus Le Pair. 'Maar bij de huidige omvang van het technisch-wetenschappelijk onderzoek aan de Nederlandse universiteiten is negentig miljoen nodig om voorstellen voor hoogwaardige en toepasbare onderzoeksprojecten naar behoren te kunnen honoreren.' Graag zou Le Pair veertig procent van de aanvragen toekennen. 'Een lager percentage schrikt goede onderzoekers af om tijd en moeite te nemen voor het indienen van voorstellen.'

Onderzoek staat voorop bij STW, de rest - 'een ongezonde hoeveelheid gepraat en geschrijf' - komt later. Zo begon de stichting in 1993 met BION, de stichting voor Biologisch Onderzoek in Nederland, het programma 'Gewasbescherming'. Terwijl de anderen nog aan het nadenken waren over de verdeling van de extra middelen, honoreerde STW alvast een deel van de projecten zodat die van start konden.

Bij het STW-programma ProRISC, een platform voor onderzoekers op het brede terrein van de micro-elektronica, heeft die aanpak van niet-praten-maar-doen geleid tot erkenning bij de IEEE, het Amerikaanse Institute of Electrical and Electronics Engineers. Maar Nederlandse beleidsmakers lijken het bestaan van ProRISC niet eens op te merken. Uit het STW-jaarverslag: 'Blijkbaar is elders 'een programma' synoniem voor 'eerst een commissie met veel publiciteit en dan pas onderzoek'.'

Minder high-tech, maar wel van groot economisch belang, was de ontwikkeling van een keuringsapparaat voor meststrooiers. Ook subsidieerde STW onderzoek naar plastics voor optische transmissie die mechanisch robuuster zijn dan glasvezels. De stichting is naarstig op zoek naar meer geld. Zo participeerde in het programma 'Gewasbescherming' het ministerie van Landbouw voor een bedrag van vier miljoen. STW streeft ernaar ook andere ministeries projecten te laten financieren. Waarnemend directeur drs. W. Boontje: 'Bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat beginnen we gehoor te krijgen. Te denken valt aan onderzoek op het gebied van verkeersveiligheid, schone motoren, chemische sensoren, onderhoud van wegen en watermonitoren.'

Aandeelhouders

Niet alleen de overheid bezuinigt op R&D, ook het bedrijfsleven geeft minder uit aan wetenschappelijk onderzoek. Voor een deel ligt dat aan de aandeelhouders, die graag een hoog dividend zien. STW vindt dat kortzichtig beleid. Financiers zouden moeten beseffen dat innovaties niet buiten lange termijn R&D-investeringen kunnen. Boontje: 'Nu beknibbelen directies in tijden van recessie het eerst op research, terwijl juist daar kansen liggen op nieuwe produkten. Produkten die hun bedrijven uit het slop kunnen halen.'

In Nederland wordt bedrijfs-R&D gedomineerd door vijf multinationals: Philips, Shell, Unilever, AKZO en DSM. STW betreurt het dat een goed stimuleringsbeleid voor research in het midden- en kleinbedrijf in ons land ontbreekt. Nu blijft het voor de kleinere bedrijven te riskant om onderzoek met hoog risico te doen. Overigens zijn de directies van de multinationals onevenwichtig samengesteld, vindt Boontje. 'Het zijn socio-experts, de onderzoekstraditie is er niet langer vertegenwoordigd. Hun ondernemingen zijn als orkesten waaruit een complete sectie is weggevallen.'

    • Dirk van Delft