Sociologische Gids 40

Vaktijdschriften zijn een belangrijk instrument voor de vorming van reputaties in de wereld van de wetenschap. Redacties bepalen wie mag publiceren en publikaties zijn de bouwstenen van reputaties. Dat weet ook de voorzitter van de kernredactie van de Sociologische Gids, Lodewijk Brunt, die in het jubileumnummer ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van het tijdschrift, opmerkt, dat tal van naoorlogse hoogleraren in de sociologie uit de kringen van de Sociologische Gids afkomstig zijn.

Bij een terugblik past een vooruitkijken. Zou van toekomstige hoogleraren sociologie hetzelfde gezegd kunnen worden? Dat valt te betwijfelen. De Sociologische Gids ontving voor zijn veertigste jaargang slechts zesendertig bijdragen waaruit geselecteerd kon worden, zo constateert de redactie bezorgd. Het animo om artikelen in te zenden is blijkbaar fors gedaald, terwijl niet aangenomen mag worden dat het streven van jonge sociologen om hoogleraar te worden evenredig zou zijn gedaald. Tijdschriften werken mee aan reputaties, maar de eigen reputatie van het tijdschrift telt zwaar mee.

De Sociologische Gids is voortgekomen uit een initiatief in 1952 van J.A.A. van Doorn en andere jonge sociologen uit onvrede met de naoorlogse sociologiebeoefening van een aantal professoren uit de sociografische traditie. Zij wilden met een nieuw tijdschrift de wetenschappelijke en maatschappelijke professionalisering van de Nederlandse sociologiebeoefening bevorderen.

Al na tien jaar kon de balans opgemaakt worden. Missie geslaagd. Maar eind jaren zestig raakt de sociologie het spoor bijster, niet alleen in Nederland. Allerlei stromingen, richtingen en specialisaties komen tot ontwikkeling en gaan hun eigen weg, theoretisch, methodologisch, thematisch en organisatorisch. De Sociologische Gids is niet langer pionier, gids en ijkpunt, maar vaart dan een zig-zag middenkoers. Het wordt schipperen met de artikelen tussen 'strikt wetenschappelijk formalisme en essayistische losheid'.

Het verloop van de geschiedenis van het tijdschrift wordt door Brunt boeiend beschreven, maar niet iedereen zal zo'n kijkje in de keuken interessant genoeg vinden om erdoor geboeid te raken.

Heeft de Sociologische Gids toekomst? De sociologie-opleidingen in Nederland zijn nog niet zo lang geleden door maatregelen van het ministerie getroffen. Opheffing, fusie en inkrimping waren noodzakelijk geworden door het teruglopend studentenaantal, overbezetting van personeel en de weinig rooskleurige perspectieven op de arbeidsmarkt.

Je zou verwachten dat het lot van de vaktijdschriften met deze ontwikkeling gelijke tred zou houden en dat er dus een paar zouden verdwijnen of minstens fuseren. Niets daarvan. Nog steeds zijn er dezelfde sociologische tijdschriften die ook al bestonden, toen ik vijfentwintig jaar geleden aan deze studie begon.

De populariteit van een vaktijdschrift is niet af te lezen uit het voortbestaan zondermeer, maar zou uit een lezersonderzoek moeten blijken. Is dat wel eens gebeurd en wat waren de uitkomsten? Wordt het niet weer eens tijd voor fusiebesprekingen? Dat zou uitkomst kunnen bieden, niet alleen aan de vraagzijde, maar ook aan de aanbodskant, want daar dreigen de grootste problemen te ontstaan - zonder voldoende kopij kan een tijdschrift immers niet overleven.

Het overlevingsprobleem zit hem niet aan de vraagkant. Voortschrijdende specialisering zal zeker het aantal inzendingen hebben doen dalen, maar of het ook aan de internationalisering ligt, betwijfel ik. De oorzaak ligt eerder bij de opleidingen - het komt erop aan het vak weer sterk te maken aan de universiteiten, zodat een algemeen sociologisch tijdschrift daarvan de vruchten kan plukken. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de specialisaties en hun periodieken. De moederdiscipline moet haar eigen kinderen niet opeten maar opvoeden.

Waarover hebben de auteurs in veertig jaargangen Sociologische Gids geschreven? Over de geschiedenis, de theorie en de methoden van hun vak, over cultuur, seksualiteit, stad en platteland, arbeid en beroep, kunst en media, kerk, onderwijs, gezondheidszorg, bestuur, misdaad, verslaving en rampen, milieu en ontwikkelingslanden. Geen onderwerp laten ze ongemoeid, zo blijkt uit het door Harry J.M. Hüttner gemaakte overzicht van 1129 publikaties. Of het register ook bruikbaar is, betwijfel ik. De indeling in rubrieken heeft iets weg van een Chinese verzameling.

Het was een uitstekende gedachte om de hoogleraren Thoenes en Berting uit te nodigen ieder een onderwerp historisch te behandelen dat bij uitstek het gezicht van het tijdschrift heeft bepaald: de maakbaarheid van de samenleving (door P. Thoenes) en de sociale ongelijkheid en het stratificatieonderzoek (door J. Berting). Het zijn bijdragen die behoren tot de beste traditie van de Sociologische Gids.

    • Ton Bevers
    • Dr. A.M. Bevers