Rapport kritiseert beleid kernenergie

DEN HAAG, 3 MAART. Kernenergie in Nederland is alleen toelaatbaar als onderdeel van een samenhangend energiebeleid, gericht op duurzame energievoorziening. Het dossier kernenergie van het kabinet voorziet niet in zo'n samenhangend beleid.

Dat schrijft de Raad voor het Milieubeheer in een vandaag verschenen advies aan minister Alders (VROM). Volgens de raad hoort kernenergie bij de vormen van energievoorziening die niet vernieuwbaar zijn en voor volgende generaties een milieu-erfenis achterlaten. Ook al omdat kernenergie wegens de voorbereidingstijd in ieder geval de komende tien jaar in Nederland geen rol van belang zal spelen, vraagt de Raad voor het Milieubeheer het kabinet “meer research en budgetten” in te zetten voor andere vormen van energievoorziening. Hierbij valt te denken aan biomassa, waterkracht, geothermische energie en zonne-energie. Ook moet er meer worden gedaan aan energiebesparing.

De Raad voor het Milieubeheer is niet te spreken over de manier waarop in het dossier kernenergie wordt omgesprongen met het begrip veiligheid. In het dossier staat dat de veiligheid van kernreactoren “geen belemmering hoeft te vormen” om eventueel in een van de komende jaren een besluit over de bouw van nieuwe kerncentrales te nemen. Volgens de raad is geen rekening gehouden met een studie van het ministerie van VROM, waarin wordt gesteld dat het maar de vraag is of de tweede en derde generaties kerncentrales voldoen aan de Nederlandse risiconormen. Ook wijst de raad erop dat het dossier kernenergie alleen rekening houdt “met het aantal acute doden en niet met het aantal latere doden”. Dat dit laatste aantal niet aantoonbaar zou zijn, bestrijdt de Raad voor het Milieubeheer ten stelligste.

Tenslotte is volgens de raad in het dossier kernenergie geen rekening gehouden met de ecologische schade bij een kernramp, evenmin trouwens als met de economische schade. Over de “niet onomkeerbare” ondergrondse berging van kernafval vraagt de raad zich af of dit “gezien het doorschuiven van de problematiek naar volgende generaties” wel een duurzame oplossing mag worden genoemd. En over de voorgenomen mediacampagne over kernenergie schrijft de raad dat “de publieke opinie niet alleen wordt bepaald door informatie maar eveneens op grond van het beeld dat men heeft van de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de betrokken instanties”. Eerder trok het kabinet onder invloed van de Brede Maatschappelijke Discussie plannen voor nieuwe kerncentrales weer in.