Pitbullgedrag bij muis wordt niet verzacht door moedermuis

Grof gezegd bestaan er twee soorten wilde muizen. Sommige zijn behoorlijk agressief - de pitbullmuizen - en andere zijn juist zachtaardig. Daar tussen in zit weinig: de populatie is bimodaal verdeeld. Deze agressie is ten dele erfelijk bepaald. Dat blijkt uit onderzoek van ir. Frans Sluyter van de Rijks Universiteit Groningen.

De onderzoeker toonde aan, dat een specifiek stukje van het mannelijke Y-chromosoom van wilde muizen van invloed is op hun agressieve gedrag. Dit gedeelte kan erfelijke informatie uitwisselen (recombineren) met het X-chromosoom, zodat de genetische informatie die tot verhoging of verlaging van de agressie leidt aan een volgende generatie wordt doorgegeven.

Het betreffende onderdeel van het Y-chromosoom wordt het pseudo-autosomale gebied (PAR) genoemd. Daarnaast bevinden zich ook op andere chromosomen genen die de agressie beïnvloeden, ondermeer door hun invloed op het hormoon testosteron. Het tijdstip van uitscheiding van dit hormoon in de bloedbaan, de hoeveelheid en gevoeligheid voor testosteron zijn van groot belang voor de ontwikkeling van agressie.

Agressieve huismuizen laten, geconfronteerd met stress, een actieve vechtstrategie zien: ze vechten of vluchten. Niet-agressieve muizen houden zich koest en wachten af (de passieve strategie).

Naast de erfelijke factoren speelt ook de moeder, die de jongen tot drie weken na de geboorte zoogt, een rol bij het tot stand komen van agressie. Daarom werden proeven met embryo-transplantatie uitgevoerd. Hierbij bleek dat een echte 'pitbullmuizebaby' niet of nauwelijks door moederlijke achtergronden werd beïnvloed. Met andere woorden: hoe extremer de vastgelegde genetische informatie, hoe kleiner de kans op correctie door de moedermuis. Een weinig opwekkende gedachte.

    • Marion de Boo