Nieuwe ondernemers zwoegen op boekhouding, budgetten en marktprincipes; De verzakelijking van de kunstenaar

ROTTERDAM, 3 MAART. Sociale diensten en arbeidsbureaus in verschillende steden zijn begonnen met zakelijke cursussen voor beeldend kunstenaars. Deze worden gegeven in samenwerking met al dan niet gespecialiseerde adviesbureaus. Deze trainingen zijn nodig omdat de aangescherpte Bijstandswet van kunstenaars verlangt dat ze binnen een half jaar als zelfstandig ondernemer op eigen benen kunnen staan.

Doelgroep zijn beeldende kunstenaars die hun beroep al enkele jaren met enig succes uitoefenen, maar nog niet voldoende op de hoogte zijn van de bedrijfskundige aanpak die het zelfstandig ondernemerschap verlangt. Twee adviesbureau's in Utrecht en Amsterdam hebben al ervaring met dit soort cursussen. In Rotterdam is eind januari een training begonnen van een bureau dat voor de specifieke eisen van de kunstenaars een expert heeft ingehuurd.

In grote lijnen komen de cursussen overeen. De cursisten komen een dagdeel per week bijeen en krijgen 'huiswerk' op: persberichten schrijven, boekhoudkundige opgaven maken en galeries benaderen. Allereerst moeten de kunstenaars zich afvragen wat hun toekomstplannen zijn en of hun capaciteiten daarop aansluiten. In marketingtermen is dit proces bekend als de SWOT (Strengths, Weaknesses, Opportunities, Threats) analyse.

Veel cursisten hebben zich nooit gerealiseerd dat er binnen de kunstwereld verschillende markten bestaan. Ze kunnen bij voorbeeld kiezen uit het gesubsidieerde circuit of uit grote bedrijven. Heeft de cursist eenmaal een idee van de markt die hij zoekt en de manier waarop hij zich daar moet presenteren, dan wordt hij op de cursus geholpen met het opstellen van een werkplan. Daarnaast komen puur zakelijke aspecten aan bod zoals budgetten en fiscale aangelegenheden.

De Utrechtse Sociale Dienst is dermate tevreden met de resultaten van de training die adviesbureau Takken & Wijnstekers vorig jaar gaf aan twintig beeldende kunstenaars, dat alle deelnemers gedurende de drie jaar van het trainingstraject vrijgesteld worden van sollicitatieplicht. In het eerste jaar moet de kunstenaar voor 20 procent financieel zelfstandig worden, in het tweede jaar 50 en in het derde jaar 100 procent. Op dit moment is meer dan een kwart van de deelnemers van vorig jaar financieel volledig zelfstandig. Drie anderen zijn nu voor 50 procent of meer onafhankelijk van hun uitkering. In januari is een tweede groep van twintig kunstenaars begonnen.

Ingeborg Takken en Mariken Wijnstekers merkten al tijdens hun opleiding aan de kunstacademie dat de artistieke en zakelijke aspecten van hun vak niet in evenwicht waren. Ze besloten de ervaring die ze al in het bedrijfsleven hadden opgedaan te gebruiken om een zakelijke training voor beeldend kunstenaars op te zetten. Het Utrechts Arbeidsbureau financierde hun training bij wijze van proefproject.

Ingeborg Takken: “Wij bieden onze cursisten geen mooie trukendoos, maar laten ze vooral nadenken over wat ze willen en kunnen bereiken. Dat is de rode draad in onze training. Vaak krijgen ze geen grip op hun situatie: ze zijn gelukkig met de eerste de beste galeriehouder die geïnteresseerd is, zonder zich af te vragen of ze in zijn galerie passen.”

Uit 225 aanmeldingen - ongeveer 65 procent van het totaal aantal kunstenaars in Utrecht - hebben Takken en Wijnstekers twintig deelnemers geselecteerd.

Marieke van Veelen (26) heeft in december de training bij Takken & Wijnstekers afgerond. Nu ondersteunt ze met fotografie-opdrachten, waaronder ook bruidsreportages, haar grafische werk. “Ik heb van de cursus een duidelijker beeld van mijn marktpositie gekregen. Ik weet nu dat je met behulp van bijbaantjes of subsidies geen concessies hoeft te doen aan je eigen werk. Ik had aanvankelijk wel enige moeite met het puur zakelijke 'huiswerk'. Maar nu zien mijn jaarrekeningen er bij voorbeeld een stuk netter uit. Afspraken bereid ik beter voor.”

Marieke van Veelen is blij met de driejarige startperiode die ze van de Utrechtse Sociale Dienst krijgt. “Bijna alle serieuze kunstenaars vinden wel een plekje, maar het duurt even. Met de huidige slappe markt hoeft dat niet aan jezelf te liggen. Het is goed dat we de kans krijgen die lange weg naar zelfstandigheid te bewandelen, want een uitkering is geen pretje.”

In Amsterdam is de stichting Memo Les zes jaar geleden in samenwerking met de Kunstenbond FNV begonnen met het landelijke scholingstraject 'Ondernemen is een kunst'. In opdracht van de Amsterdamse Sociale Dienst heeft Memo Les voor de huidige training 63 deelnemers geaccepteerd, dat is 80 procent van de aanmeldingen. Onder hen bevinden zich ook autodidacten en kunstenaars die pas zijn afgestudeerd of al geruime tijd afhankelijk zijn van de bijstand.

Freek Titselaar, trainer-adviseur van Memo Les, vindt dat de kunstopleidingen hun studenten te weinig voorbereiden op hun toekomstig ondernemerschap. “Zakelijke trainingen zouden meer in het reguliere onderwijs geïntegreerd moeten worden. Gelukkig bevinden sommige kunstacademies zich in een overgangsfase. Wij geven wel eens gastcolleges over fiscale zaken of boekhouding op academies, maar eigenlijk moet die training structureel in het onderwijsprogramma zitten.”

Nieuwkomer op de markt van zakelijke cursussen voor kunstenaars is adviesbureau Faktor, dat sinds eind januari in opdracht van de Rotterdamse Sociale Dienst dertig kunstenaars begeleidt. Het bureau heeft een gespecialiseerde adviseur in huis gehaald. Van alle bureau's hanteert Faktor de strengste selectie. Kandidaat-cursisten moeten ten minste drie jaar geleden zijn afgestudeerd, al enkele exposities hebben gehad en er moet een stijgende lijn in hun omzet zijn. Management-adviseur Caroline Boekestein: “Wij streven ernaar, dat de kunstenaars binnen anderhalf jaar uit de bijstand zijn. Dat kan alleen als ze consequent aan hun eigen keuzes vasthouden. Onze cursus is dan ook niet vrijblijvend.”

    • Thessa Mooij