Joegoslavië is terug op de wereldkaart

De ontwikkelingen in Bosnië gaan een nieuwe fase in. Toen de VN begin juni 1992 in Bosnië intervenieerden, was de gloed van het internationale elan al gedoofd. De oorspronkelijke poging van het Europa van de Twaalf om Joegoslavië te redden was mislukt, het VN-bestand in Kroatië was een doodlopende straat gebleken, een diplomatiek initiatief om Bosnië in een federatieve opzet overeind te houden was op niets uitgelopen. Wat restte was een humanitaire operatie om voor de slachtoffers van oorlog, belegering, honger en 'etnische zuivering' zoveel mogelijk het lijden te verzachten.

Wat Bosnië betreft begon het daarmee, voor Joegoslavië als geheel was de Bosnische tragedie de zoveelste aflevering van het drama van de ontbinding. De humanitaire inspanning ging gepaard met een bemiddelingspoging van EG en VN gezamenlijk, in de personen van Owen en Vance, later van Owen en Stoltenberg. Op afstand was er dan nog de onderneming om misdrijven tegen de menselijkheid te registreren en schuldigen aan de schending van de rechten van de mens en van oorlogsrecht op te sporen en te vervolgen. Maar aangezien de voor dergelijke misdaden verantwoordelijken aanzaten aan de onderhandelingstafel en de tegenspelers waren van de internationale gemeenschap bij de uitvoering van het humanitaire programma, is er van vervolging niets terechtgekomen.

De rapportages van de Pool Tadeusz Mazowiecki zijn zonder weerklank gebleven. De Golfoorlog had al geleerd dat zonder een onvoorwaardelijke capitulatie van de daders niets terechtkomt van gerechtelijke afdoening van schendingen van het volkenrecht.

Na het ultimatum over Sarajevo dat althans de ontredderde inwoners van deze stad enig soelaas biedt, is de weg terug naar de onderhandelingstafel ingeslagen. Dat is gebeurd onder sterk gewijzigde omstandigheden. De Amerikanen die zich er tot dusver toe beperkten over de schouders van de direct betrokkenen mee te kijken, hebben ten langen leste een stoel aan de tafel gereserveerd. De Russen van hun kant hebben van het ultimatum gebruikgemaakt om zichzelf naar Sarajevo en bij de bemiddeling uit te nodigen. Daarmee zijn de invloedrijkste mogendheden direct partij geworden en is er een einde gekomen aan het schuilvinkje spelen in de Veiligheidsraad.

De Duitsers hebben op grond van de jongste ontwikkelingen een soort taakverdeling bedacht: Russen, Fransen en Grieken houden de Serviërs onder druk, de Duitsers de Kroaten en de Duitsers, Amerikanen en Nederlanders de moslims. Al doende wordt er gebruikgemaakt van bestaande goede relaties om partijen tot compromissen te bewegen.

Dit tableau is intussen wel een geheel andere dan bij de aanvang van de internationale bemoeienis met het voormalige Joegoslavië. Er is geen sprake meer van een Europees initiatief, zelfs niet in eerste aanleg van een Frans-Duits samengaan. Voorlopig is onder zware druk van de Verenigde Staten een akkoord tot stand gekomen tussen Kroaten en moslims (formeel de regering van Bosnië). De overeenkomst beoogt herstel van een territoriaal beperkt federatief Bosnië dat aanschurkt tegen Kroatië.

In de Duitse opzet schijnen op het oog de rechten en plichten tamelijk evenredig verdeeld, maar in de praktijk is het toch iets geheel anders om de Serviërs te bewegen iets van hun aanzienlijke winst af te staan dan wel de moslims ermee te verzoenen dat hun samenleving op zijn best een zeer kunstmatige is geworden. Het is fraai dat de Duitsers deel willen hebben aan die zware taak, maar Nederland moet toch de moeilijkste draai maken. Het heeft met zijn oprechte verontwaardiging over de neergang van Bosnië internationaal zelfs enige indruk gemaakt.

In Den Haag is de hoop gevestigd op de nieuwe Amerikaanse betrokkenheid. Tijdens het bezoek van Clinton aan Europa en dat van premier Lubbers en minister Kooijmans aan Washington is de Nederlanders een hart onder de riem gestoken. Maar in welke richting koersen de Amerikanen? Ook zij hebben te maken met voldongen feiten. Niemand is van plan het recht van de overwinnaar werkelijk ter discussie te stellen, ook Washington niet. Weliswaar trachten de Amerikanen de Serviërs nu in een tactisch isolement te dringen, maar dat laat de Servische terreinwinst en de Servische greep op het grootste deel van Bosnië onverlet. Daarmee zal iedere bemiddelaar, ook een sterke als de Verenigde Staten, rekening hebben te houden.

De Serviërs hebben de andere volken in voormalig Joegoslavië hun wil opgelegd. Kroatië is geamputeerd, Bosnië ligt in stukken, de rest - Macedonië, de Albanezen in Kosovo, de islamieten in Sandjak en de Hongaren in Vojvodina - is zwaar geïntimideerd. De Servische zege trekt zelfs zijn sporen binnen NAVO en Europese Unie. Griekenland ontleent hieraan zijn moed om in strijd met de Europese regels en verplichtingen buurland Macedonië aan een boycot te onderwerpen.

De internationale gemeenschap kan zich om allerlei redenen niet uit het Joegoslavische moeras terugtrekken. Ondanks de Servische expansie is de Servische hegemonie niet overtuigend gevestigd. Evenmin is er een evenwicht ontstaan dat zonder internationale garanties enige duurzaamheid zou vertonen. Bovendien is er zonder langdurige hulp geen toekomst voor de vele honderdduizenden ontheemden in het oorlogsgebied en daarbuiten. En dat is op zichzelf al doorslaggevend. Want de humanitaire hulpverlening is, ondanks alle terkortkomingen ook op dat gebied, de succesvolle kern gebleken van de internationale bemoeienis. En, ten slotte, Bosnië en al die andere voormalige Joegoslavische gebieden zijn te dichtbij om er met een schijnoplossing van af te komen. De interventie zal, met vallen en opstaan, moeten voortduren.

Bovendien, gewild of niet, met de terugkeer van Amerika en Rusland aan het Europese front is het territorium van het oude Joegoslavië inzet geworden van een belangenstrijd. Hoe vaak ook van Amerikaanse zijde is beweerd dat de problemen in voormalig Joegoslavië geen levensbelang raakten, sinds het ultimatum over Sarajevo is daarin verandering gekomen. De competitie mag geen ideologische betekenis meer hebben, zij kan zelfs van tijd tot tijd schuilgaan achter eerlijk gemeende samenwerking, maar zij zal niet meer verdwijnen. Joegoslavië is daarmee op de wereldkaart teruggekeerd. Dat betekent voor Europa winst en verlies. Op den duur zal het verlies overheersend blijken te zijn.