Hurd: Britse regering handelde incorrect bij transachtie met Maleisie

LONDON, 3 MAART. Groot-Brittannie heeft behalve een wapens-voor- Irak-onderzoek nu ook een Pergau-dam-affaire. Voor een commissie uit het Lagerhuis gaf minister Hurd van buitenlandse zaken gisteren toe dat er in 1988 een "incorrecte" verbintenis heeft bestaan tussen ontwikkelingshulp aan Maleisie (230 miljoen pond voor een stuwdam) en een daarop volgende Maleisische opdracht voor wapenleveranties van Britse bedrijven (ter waarde van 1 miljard pond). Hurd gaf de schuld voor deze constructie openlijk aan oud-minister van defensie George Younger, nu Lord Younger en topman bij de Royal Bank of Scotland.

Het is opmerkelijk dat binnen enkele dagen twee keer ministers uit het kabinet-Major zichzelf trachten vrij te pleiten van medeplichtigheid aan onoirbaar handelen door met de vinger naar (voormalige) collega's te wijzen. Dit nieuwe fenomeen wordt hier algemeen uitgelegd als een vers teken van ontreddering binnen het Britse kabinet.

Begin deze week baarde minister van handel en industrie Heseltine opzien door voor het tribunaal van rechter Scott te verklaren dat hij in de wapens-voor-Irak-affaire gedwongen was de waarheid te onderdrukken door de hoogste rechtskundig adviseur van de regering, attorney general Sir Nicholas Lyell. Sir Nicholas wordt nu beschouwd als het rituele lam dat door Major zal worden voorgedragen voor het zoenoffer, wanneer het Scott-tribunaal concludeert dat ministers geprobeerd hebben de waarheid te verdoezelen.

De Pergau-dam-affaire vertoont alle kenmerken van een sneeuwbal sinds The Sunday Times onthulde dat Britse bedrijven steekpenningen hadden betaald aan de Maleisische president Mahathir Mohamad in een poging een opdracht in de wacht te slepen. De krant gaf gedetailleerde gegevens over bankrekeningen van de president in Zwitserland. Dat bracht in de media een serie verhalen over Brits-Maleisische handelsbetrekkingen op gang, waarin het woord "omkoping" veelvuldig voorkwam. Die irriteerden de Maleisische regering zodanig dat zij afgelopen vrijdag een handelsblokkade jegens Britse bedrijven en goederen afkondigde.

Met het zoeklicht op de Brits-Maleisische handelsbetrekkingen kwam de Pergau-dam-affaire aan het licht. Gebleken is dat de Brits regering in 1988 230 miljoen pond overzeese ontwikkelingshulp heeft beloofd voor een stuwdam, die ambtenaren van het ministerie als "een hele slechte investering" beschreven. Maar de Maleisische regering had de combinatie van ontwikkelingshulp en wapenleveranties afgedwongen en de toenmalige premier Thatcher had persoonlijk de onderhandelingen met de Maleisische premier gevoerd.

De hulp ging dus toch door. Minister Younger tekende een brief waarin hulp en wapenleverantie aan elkaar werden gekoppeld, maar trok die drie maanden later weer in omdat een dergelijke koppeling tegen het regeringsbeleid is. De Maleisische regering kreeg in plaats daarvan van de Britse regering twee afzonderlijke brieven, maar wel op dezelfde dag: een waarin de ontwikkelingshulp werd bevestigd en een waarin de wapenleveranties werden afgesproken.